Huiszwaluwen in hun nest. Foto: Alco Warners

Kolonievogels en Zeldzame Broedvogels

De tellingen van kolonievogels en zeldzame broedvogels in Noord-Holland zijn nog in volle gang. Een eerste impressie van de resultaten, samen met die van het broedseizoen van 2020.

Blauwe reiger en Grote zilverreiger

In 2020 broedden, verspreid over 93 kolonies, 1.863 paar Blauwe Reiger in Noord Holland. Vergeleken met de situatie in 2005, een topjaar, is dit bijna een kwart lager. Met name de winter van 2009 en de koude voorjaren van 2012 en 2013 hebben een flinke klap uitgedeeld. Er vond wel enig herstel plaats tussen 2014 en 2016 maar het aantal van 2440 in 2005 wordt bij lange na niet gehaald. Na 2016 vindt er zelfs een gestage afname plaats van 1,4 tot 1,8 procent per jaar. Deze afname manifesteert zich met name in de noordelijke helft van de provincie.

Fig 1. Aantal paar Blauwe Reiger in Noord Holland

Voor dit seizoen zijn al ruim de helft van de kolonies geteld en ingevoerd. Op grond hiervan zou er sprake zijn van 1 procent toename ten opzichte van 2020. Blijkbaar heeft de koude in februari nauwelijks impact gehad op de broedpopulatie. Is dit het begin van een verdere toename de komende jaren of is er slechts sprake van een stabilisatie op dit niveau? De top vijf van grootste kolonies in 2020, samen goed voor een kwart van de populatie, zijn: Artis Amsterdam (130), Amsterdamse Bos (106), Oude Begraafplaats Wormer (82), Donkere Duinen Den Helder (70) en Groote Vliet Onderdijk (65).

Het eerste broedgeval van de Grote Zilverreiger in Noord Holland werd vastgesteld in 2018 door de ontdekking van een nest met drie jongen op een eilandje in het Eemmeer. Een jaar later zaten hier al zes paar en vestigden zich drie paar in het Zwanenwater. In 2020 kwam er met een paar in het Naardermeer een derde broedlocatie bij. Dat jaar werden in de provincie in totaal 13 paar geteld.

Het beeld voor 2021 is nog niet compleet maar het lijkt erop dat we naar de twintig gaan.

Lepelaar

In onderstaande grafiek is, uitgesplitst naar regio, de aantalsontwikkeling van de Lepelaar weergegeven. In 1960 broedde de soort alleen nog in onze provincie; Flevoland, Zuid Holland en Terschelling werden (vele) jaren later pas gekoloniseerd. De grote afname in de tweede helft van de jaren zestig wordt geweten aan waterverontreiniging. Vanaf die tijd tot aan het jaar 2003 bleef de Noord Hollandse populatie schommelen rond 200 paar, met uitschieters tot 300. Lokaal vonden er wel flinke wijzigingen plaats: het aantal broedpaar in het Naardermeer bleef tot 1988 aardig stabiel maar de soort verdween toen binnen twee jaar doordat de vos er ten tonele kwam. Een deel is toen waarschijnlijk uitgeweken naar Texel. De aantallen in het Zwanenwater fluctueerden behoorlijk. Ook hier had de Lepelaar te lijden onder predatie van de vos en dit leidde tot een grote afname rond 2003. De jaren erna werd er evenwel nog gebroed maar in 2013 werd deze locatie defintief verlaten.

Rond de eeuwwisseling begonnen Lepelaars zich te vestigen in het noordelijk deel van het IJsselmeer (Vooroever) en op het Balgzand. Verdere uitbreiding vond plaats in 2014 toen diverse eilandjes in het IJmeer en het Eemmeer gekoloniseerd werden. Tussen 1989 en 2008 werd er louter aan de Noordzee- en IJsselmeerkust gebroed. In deze periode werd in het binnnenland incidenteel een paar aangetroffen op een oud Blauwe Reigernest, maar zelfs als dat paar succesvol was, bleek de betreffende plek het jaar erop toch verlaten. In 2009 echter ontstond naast een Blauwe Reigerkolonie bij Haarlem een Lepelaarkolonie (drie paar); en deze Lepelaars handhaafden zich daar wel. De kolonie groeide tot een maximum van 49 paar maar zakte de laatste jaren tot 20-30 paar. Een interessant fenomeen is dat vanaf 2018 op meerdere plekken in het binnenland in oude boomnesten van Blauwe Reigers gebroed wordt, en tot op heden bezet zijn. Het gaat hierbij inmiddels om vier locaties (met in totaal 12 paar) binnen een straal van 20 kilometer van de Haarlem-kolonie, te weten: Heemskerk, Bennebroek, Krommenie en Amsterdam. Vermoedelijk zijn vogels uit Haarlem verantwoordelijk voor deze latere binnenlandse vestigingen. Tellers van Blauwe Reigerkolonies moeten niet vreemd opkijken als ze tijdens een bezoek een witte kop met een lepelbek boven een nest zien uitsteken.

Figuur 2: aantallen broedparen Lepelaar op diverse locaties in Noord-Holland

Kluut

Alle belangrijke broedgebieden van de Kluut zijn vorig jaar geteld. Door oplevering dan wel onderhoud van enkele natuurontwikkelingsgebieden en door nieuw gestarte bouwprojecten, was er veel geschikt habitat beschikbaar. Het jaar 2020 was mede daardoor een goed jaar voor deze steltloper. Inclusief schattingen van locaties die in 2020 niet geteld zijn komt het totaal uit op 870-890 paar. In onderstaand kaartje is de verspreiding weergegeven.

Op Texel zaten tenminste 180 paar en op het Balgzand 100. Het totaal voor district 1 was zeker 330 en voor district 8 circa 260. Met name de ruime verspreiding en grote aantallen in het binnenland zijn opvallend: zoals 67 in het gebied tussen Castricum tot en met het Alkmaardermeer, en 16 paar in de Hekslootpolder bij Haarlem.

Figuur 3: Verspreiding van de Kluut (links) en Oeverzwaluw (rechts) in Noord-Holland

Oeverzwaluw

De Oeverzwaluw is in 2020 licht afgenomen ten opzichte van de voorgaande vier jaren. De ontwikkeling over de laatste 15 jaar in ogenschouw nemend, zie onderstaande figuur, is de situatie in Noord Holland toch positief. De landelijk trend daarentegen laat over deze periode een afname zien van ongeveer 10 procent. Het jaar 2011, na een neerslagrijke winter in de Sahel, was ook landelijk een topjaar.

In het kaartje hierboven staan alle kolonies ingetekend.

Ongetwijfeld worden kolonies gemist doordat deze gelegen zijn op moeilijk toegankelijke of nauwelijks bezochte plaatsen als bouwterreinen, grondhopen op boerenland, of andere obscure locaties. Vaak zijn deze plekken ook maar kortstondig geschikt. De afgelopen jaren trokken bijvoorbeeld de wegenuitbreidingen rond Amsterdam veel Oeverzwaluwen aan; enkele van deze kolonies konden alleen vanuit rijdende auto's geteld worden.

Figuur 4: Aantal paar Oeverzwaluw

De grootste kolonies bevonden zich bij Nederhorst den Berg (272), Hoofddorp (141), Naarden (120), Huizen (112) en Purmerend (91).

Valt er al iets te zeggen over dit jaar? Het telseizoen voor de Oeverzwaluw loopt tot half juli en veel tellers wachten met invoeren tot na deze datum, maar als de voortekenen niet liegen wordt 2021 een goed jaar; twee kolonies die een topjaar kennen zijn nu al goed voor 600 bezette nesten.

Huiszwaluw

De afgelopen 15 jaar zijn 160 kolonies van de Huiszwaluw (bijna) jaarlijks geteld. De aantallen zijn uitgesplitst naar de twee districten in Noord-Holland en in onderstaand figuur uitgezet. Vanwege het aantal kolonies en de spreiding over de provincie kunnen deze als representatief voor de soort worden beschouwd. Wat opvalt is dat deze zwaluw in beide districten is toegenomen (samengenomen een groei van 82 procent), maar dat de toename  het sterkst was in de noordelijke helft. In 2012 en 2016 vindt er in vak zuid een grote afname plaats (echter niet in noord). De jaren ertussen en de jaren na 2016 treedt dan wel herstel op, maar het aantal komt nauwelijks boven het niveau van 2010 uit.

Figuur 5: aantal kolonies van de Huizwaluw in Noord-Holland

De vraag waarom er zulke grote verschillen zijn tussen de twee regio's is moeilijk te beantwoorden. Is de maximale draagkracht in zuid al in 2010 bereikt? De afname in de twee voornoemde jaren is daarmee dan nog niet verklaard. Wordt op verschillende plekken overwinterd wat in een andere overleving resulteert? Zijn Huiszwaluwen, gestuurd door een minder gunstige voedselsituatie in zuid of elders in Nederland, niet erg plaatstrouw en zijn er veel naar Noord Holland-noord verkast? 

De afname in 2020 is waarschijnlijk veroorzaakt door het droge voorjaar toen het moeilijk werd om een behoorlijk nest te maken dat ook het hele seizoen aan de muur bleef zitten.

Cetti's Zanger

Tot en met 2017 was de Cetti's Zanger een zeer zeldzame broedvogel in Noord-Holland. Ondanks de grote toename in zuidwest Nederland in het afgelopen decennium, vond een uitbreiding naar onze provincie pas plaats in het jaar 2018 toen enkele tientallen territoria gemeld werden. Een jaar later waren hier circa 90-120 aanwezig en in 2020 naar schatting 320-360. Dit betekent dat er sinds 2018 elk jaar een verdrievoudiging heeft plaatsgevonden. Cetti's Zangers kunnen twee broedsels per jaar produceren maar een dergelijke grote toename is alleen mogelijk wanneer er ook sprake is van overloop van elders.

Het gros zit in de zuidelijke helft van Noord-Holland, wat niet verrassend is aangezien daar meer geschikt habitat aanwezig is en deze regio dichter bij de brongebieden ligt.

De Cetti's Zanger is gevoelig voor streng winterweer. Verwacht mag worden dat door de koude en sneeuw in februari de opmars van deze luidruchtige zanger tot een halt is geroepen en de aantallen in 2021 mogelijk lager uitvallen dan vorig jaar.

Iedereen die op enige wijze bijgedragen heeft aan het tellen/registreren van broedvogels wordt weer hartelijk bedankt!

districtscoördinator D1 en D8

Patrick Y. Bergkamp

lsb.noordhollandnoord@sovon.nl of lsb.noordhollandzuid@sovon.nl