Broedende Visdieven op de Vliehors, Vlieland. Ze begonnen er dit voorjaar rond 6 mei met de eileg. Foto: Albert de Jong

Kolonies van Zwarte Stern en Visdief begin juni tellen

Zwarte Sterns en Visdieven broeden in kolonies. Het tellen van de aantallen paren of nesten in zo’n kolonie lijkt eenvoudig, maar er schuilen addertjes onder het gras. In het komende Sovon-Nieuws laat ecoloog Jan van der Winden zien waarom je het beste in de eerste helft van juni kunt tellen. Voor 15 juni de kolonie tellen, is het devies. Hier al vast de hoofdlijnen.

Sterns hebben een lang broedseizoen, waarin er van alles kan gebeuren. Legsels kunnen wegspoelen of opgegeten worden en de sterns kunnen daarna twee of zelfs drie keer opnieuw beginnen aan de eileg. Dat kunnen ze ook nog eens in een andere kolonie doen. De vraag is dus wanneer je nu het beste een telling kunt doen.

Wanneer tellen?

Visdieven broeden in kolonies in het binnenland al vanaf eind april/begin mei. Aan de kust beginnen ze vaak half mei. Uit onderzoek van Van der Winden aan Visdieven op De Kreupel in het IJsselmeer blijkt dat de aantallen bezette nesten vanaf half juni dalen. De eerste twee weken van juni (soms ook al eind mei) geven de hoogste aantallen bezette nesten.

Zwarte Sterns arriveren iets later op de broedplekken en starten in de regel begin mei met de eileg. Ook voor deze moerasstern geldt dat er nog tot ver in de zomer nieuwe nesten gemaakt kunnen worden. Het aantal aanwezige nesten en paren bereikt doorgaans begin begin juni een maximum, zoals bleek in onderzoeksgebied De Zouweboezem.

Het devies is dus: liefst begin juni tellen. Doe je meerdere tellingen in een seizoen, voer die dan per datum in, maar gebruik een aantal tot half juni als jaargetal.

Hoe tellen?

Beide soorten worden landelijk via het kolonievogelproject gevolgd. Als je een kolonie telt, gebruik dan ieder jaar dezelfde methode: het liefst het aantal nesten tellen. Als een terrein onoverzichtelijk is (bijvoorbeeld door begroeiing), dan is het tellen van broedparen een alternatief.