Baltsende Kleine Plevieren. Foto: Ben Hulsebos

Kleine Plevier broedt in maïsveld

Kleine Plevierenbroeden in Twente normaal gesproken in zandafgravingen, natuurontwikkelingsterreinen en op bouwterreinen. Dit jaar koos een paartje bij Losser een bijzondere locatie uit, op een maïsakker.

Door Ben Hulsebos

Al vele jaren broedt de Kleine Plevier met wisselend succes in zandafgraving Oelemars bij Losser. De vogels kiezen jaarlijks een rustig plekje in het minerale zand op de oevers van de zandafgraving. Doordat in de zandafgraving constant bedrijvigheid plaats vindt, is er jaarlijks wel een kale zanderige plek met schaarse begroeiing voorhanden. Kleine Plevieren vinden we in Twente steeds op dit soort locaties in zandafgravingen, bouwterreinen en in natuurontwikkelingsterreinen, waarbij in een kale zanderige of kiezelrijke omgeving met pioniersvegetatie een broedplek wordt gekozen. Zodra de begroeiing oprukt verdwijnt de Kleine Plevier om het jaar daarop een nieuwe locatie te kiezen.

Vogelwerkgroep Losser had vorig jaar besloten ten behoeve van de vele fotografen die dagelijks vanuit de observatiehut op de Oelemars foto's maken een broedplaats voor de Kleine Plevier op de plas-draseilandjes voor de hut aan te leggen. Met een paar emmers vol kiezelsteentjes werd op een ondergrond van antiworteldoek een mooie broedplaats aangelegd.

In het voorjaar van dit jaar had deze broedplaats onmiddellijk succes en werd er door diverse Kleine Plevieren strijd geleverd om deze plek in beslag te nemen. Uiteindelijk werd deze plek bezet door het paar op de foto, dat voor het publiek in de hut zeer fraaie baltsvoorstellingen gaf.

Hoewel de vegetatie elk jaar door leden van VWG Losser voor en na het broedseizoen kort wordt gehouden is de oprukkende begroeiing rondom de kiezelsteentjes de Kleine Plevieren toch te gortig geworden en zijn ze verkast naar de overzijde van de plas naar de plaats waar normaal jaarlijks wordt gebroed. Helaas was daar ook al snel de begroeiing te hoog geworden, want door een flinke teruggang in de bedrijvigheid in de zandafgraving wordt de begroeiing niet langer teruggedrongen.

Tot grote verbazing week het paar daarna uit naar een kale maïsakker in de buurt van de oorspronkelijke locatie. Vanaf telpost Oelemars die zich ongeveer op 100 m naast deze akker bevindt, konden de ontwikkelingen goed gevolgd worden. In de vestigingsfase waren de maïsplantjes nog maar 2 cm hoog, maar aan het eind van het broedproces tot zeker een halve meter hoog geworden.


Broedlocatie in het achterliggende maïsveld gezien vanaf telpost Oelemars
 

Het nest zit ongeveer in het midden van het maïsveld en werd fel verdedigd tegen andere vogels. Het broedproces is vermoedelijk succesvol geweest, want nadat het rustig was geworden in de maïs is kort daarop op 30 juni voor de observatiehut een vliegvlugge jonge Kleine Plevier gezien.

Voor zover bij mij bekend is een maïsveld nog niet eerder vermeld als broedlocatie voor Kleine Plevieren in Twente. Opmerkelijk is dat het zanddepot van de afgraving waar volop kaal zand ligt niet werd verkozen. Vermoedelijk is deze volkomen kale plek zonder enige begroeiing toch niet aantrekkelijk genoeg.

Contact

Ben Hulsebos, Houtstraat 4, 7581 BH Losser