Ooievaars. Gennep, 19 maart 2014. Foto: Fred Hustings

Kijkje op ooievaarsnesten

De Ooievaar kent in ons land een bewogen geschiedenis met hoogte- en dieptepunten.

Oorspronkelijk was het een heel normale broedvogel in vrijwel geheel Laag-Nederland. Een tocht op de motor van Jan P. Strijbos en zijn broer leverde in 1910 ongeveer 500 paren op. Het verval dat daarna inzette, versnelde na 1950 en het dieptepunt werd bereikt rond 1980, toen de 'wilde'  populatie vrijwel verdwenen was.

Succesvolle herintroductie
Het herintroductieproject, opgezet door Vogelbescherming vanaf 1969, kende een trage start maar uiteindelijk een verbluffend succes. De aantallen groeiden weer naar 100 paren in 1990, 400 in 2000 en bijna 850 in 2011. Aanvankelijk sterk gebonden aan de buitenstations, gedragen veel Ooievaars zich in toenemende mate zelfstandig, inclusief trekgedrag.

Website
Broedende Ooievaars laten zich vaak goed bekijken, gewend als ze zijn aan mensen. Een inkijkje in wat er op het nest gebeurt, is mogelijk via aldaar in het kader van 'Beleef de Lente'  geplaatste webcams waaronder ook deze in Earnewald. Veel informatie over Ooievaars is te vinden op de site van STORK.