Foto: Menno Hornman

Kemphanen vooral in Friese binnenland

In 2015 worden in samenwerking met Altenburg & Wymenga zo volledig mogelijk alle slaapplaatsen van Kemphanen en andere steltlopers geteld. De eerste resultaten laten zien dat de grootste groepen in het binnenland zitten.

Door Olaf Klaassen, coördinator slaapplaatstellingen, Marten Sikkema (A&W) en Sjouke Scholten (A&W)

Spannende ontwikkelingen

Eens in de 3-4 jaar wordt in Fryslân een integrale slaapplaatstelling van Kemphanen georganiseerd. Eerdere tellingen waren er in het voorjaar van 1998, 2000, 2004, 2008 en 2011. Verspreid over het seizoen (maart-april) worden zes tellingen uitgevoerd (tabel 1). Tijdens de laatste telling in 2011 bleken zo’n 6500 Kemphanen in de provincie te verblijven, maar dat was slechts een schim vergeleken met de tienduizenden vogels die rond de eeuwwisseling nog gebruikelijk waren. Het is dus erg spannend of de sterk neergaande trend van de laatste tien jaar doorzet of misschien wat ombuigt.

Simultane telperioden 2015

Simultane telperiode Voorkeursdatum (vrijdagavond)
1 - 5 april 3 april
16-19 april 17 april
30 april - 3 mei 1 mei

Tabel 1. Teldata van steltlopers in Fryslân in voorjaar 2015

Een Friese aangelegenheid

Rond half maart zijn op veel meer plekken in Nederland slaapplaatsen van steltlopers geteld in het kader van de jaarlijkse tellingen van het Meetnet Slaapplaatsen. Als de Grutto- en Kemphaantellingen van de afgelopen weken worden vergeleken, blijkt dat je voor Kemphanen nog steeds in Fryslân moet zijn. Op Gruttoslaapplaatsen in het westen van het land worden wel Kemphanen gezien, maar de aantallen overstijgen eigenlijk nooit de 100 vogels (figuur 1).

Figuur 1. Slaapplaatsen van Grutto (links) en Kemphaan (rechts) in maart 2015. Weergegeven is het maximum per 5x5 km-blok.

Grootste groepen

Tot nu toe zijn er in Fryslân nog nergens groepen van meer dan 1000 Kemphanen gezien. De grootse groep zat in de Alde Feanen (965 ex. op 22 maart), met daarnaast kleinere aantallen langs de IJselmeerkust: de Bocht Van Molkwerum (520) en de Workumerwaard Zuid, It Soal (417). De Witte en Swarte Brekken (251) en de Groote Wielen (114) noteerden ook al groepen van >100 vogels. Als de verspreiding wordt vergeleken met dezelfde periode uit 2011 valt op dat er verhoudingsgewijs weinig vogels langs de IJsselmeerkust zijn gezien (figuur 2). Ook vergeleken met vorig jaar is dat het geval, toen in de Workumerwaard op 22 maart ruim 5000 Kemphanen zaten, en in de Alde Feanen 395. Zou het een aanwijzing zijn dat de Kemphanen dit seizoen sneller doortrekken? Is het de aanzuigende werking van de Alde Feanen, waar door het Waterschap het water langer wordt vastgehouden speciaal voor de weidevogels? Of moeten er gewoon nog veel vogels volgen? We weten het over een maand!

Figuur 2. Slaapplaatsen van Kemphaan in maart 2011 (links) en maart 2015 (rechts) in Friesland. Weergegeven is het maximum per 5x5 km-blok.

Meedoen?

Weet u een slaapplaats van steltlopers maar bent u niet zeker of die wordt geteld? Op de website van Sovon kan het worden gecheckt, maar een mailtje of telefoontje naar de Friese coördinatoren is natuurlijk ook mogelijk: Sjouke Scholten en Marten Sikkema (A&W): sjouke.scholten@altwym.nl