Kleine Zwanen op bietenakker. Links twee jonge vogels. Foto: Albert de Jong

Internationale telling Kleine Zwaan in januari 2015

Van de Kleine Zwaan worden - als één van de weinige ganzen- en zwanen- dalende aantallen gezien. Eens in de vijf jaar wordt een internationale telling georganiseerd om de omvang van de hele Noordwest-Europese populatie vast te stellen. Tijdens de komende midwintertelling vragen we om ook te letten op hun voedsel en de verhouding van adulte en jonge vogels.

Door Kees Koffijberg

Kleine Zwanen namen in de afgelopen 15 jaar sterk af. Van de maximaal 20.000 die in Nederland de eerste helft van de jaren negentig nog werden geteld, zijn er nog hooguit de helft over (zie figuur). In sommige recente seizoenen werden er zelfs nog minder geteld. De zwanen arriveren bovendien later in het najaar, en vertrekken vroeger in de winter reeds richting Duitsland. De trend in seizoensgemiddelden zoals we die in de watervogelrapportages publiceren wijst op een afname van gemiddeld per 5% per jaar sinds de piek in 1995/96. De aantallen zijn momenteel vergelijkbaar met het begin van de jaren tachtig, voordat de populatie begon te groeien.

Populatie gehalveerd sinds 1995

De Kleine Zwaan is daarmee samen met Kleine Rietgans één van de weinige zwanen- en ganzensoorten die een duidelijke langjarige afname laat zien. Daar waar de Kleine Rietgans nog steeds als populatie groeit (maar er minder naar ons land komen), is bij de Kleine Zwaan de omvang van de Noordwest-Europese populatie sinds 1995 bijna gehalveerd. De laatste internationale telling in 2005 leverde nog ongeveer 18.000 vogels op. Het is mogelijk dat bij de komende telling in januari 2015 de 15.000 nog niet eens wordt gehaald.

Aantal Kleine Zwanen in Nederland tijdens januari (database watervogeltellingen Sovon). Tevens (balken) zijn de resultaten van de internationale tellingen aangegeven (naar Beekman et al. 1985, Wildfowl 36: 5–12, Rees & Beekman 2010, British Birds 103: 640-650).

Afname broedsucces

Een belangrijke verklaring voor de vastgestelde afname is een teruggang van het broedsucces, die in de meeste jaren niet voldoende is om de jaarlijkse sterfte te organiseren. Ook dit seizoen is het aantal jongen onvoldoende om een herstel van de populatie teweeg te brengen (J. Beekman & W. Tijsen). Waarom het broedsucces afneemt is niet geheel duidelijk. In ieder geval doen zich momenteel grote veranderingen voor in aantallen, verspreiding en voedelgewoontes. Zo is het in Nederland tegenwoordig weer gebruikelijk dat grote aantallen tot diep in de winter op waterplanten foerageren (vooral Randmeren, IJsselmeergebied). Op het land foerageren veel zwanen op maïsstoppel (voorheen vaak bieten- en aardappelresten) en gras. Verder heeft het zwaartepunt van de winterverspreiding zich wat naar het oosten verplaatst. Duitsland is belangrijker geworden. In februari-maart pleistert een belangrijk deel van de populatie in Noord-Duitsland, met name Sleeswijk-Holstein. Van daaruit start de voorjaarstrek in de broedgebieden op de Russische toendra. Vanuit de Engelse Wildfowl & Wetland Trust wordt momenteel een aantal zwanen gevolgd met behulp van satellietzenders. Verder werkt men aan de implementatie van een speciaal soortbeschermingsplan.

Nieuwe telling in januari 2015

Bij de komende midwintertelling in januari wordt opnieuw een internationale kleine zwanentelling georganiseerd. Zoals in de nieuwsbrief van de watervogeltellingen vermeld, is het van belang naast de aantallen ook het aantal adulten en eerstejaars én het voedsel te registreren. Doe je niet mee met de tellingen, maar zie je in januari wel Kleine Zwanen, voeg dan bijvoorbeeld op waarneming.nl, telmee.nl of natuurontdekker.nl ook details toe over leeftijd en voedsel van de zwanen.