Het aantal van rond 70 Draaihalzen was in vele jaren niet vastgesteld. Foto: Harvy van Diek

IJsvogels, Vuurgoudhanen en Draaihalzen: broedvogelrapport 2015

Het rapport over de Nederlandse broedvogels in 2015 is verschenen. Het broedseizoen volgde op een zachte winter, heel gunstig voor bijvoorbeeld Waterral, Vuurgoudhaan, Goudhaan en Winterkoning. De Blauwe Reiger (11.000 paren) krabbelde omhoog uit een dalletje terwijl het aantal IJsvogels en Cetti’s Zangers (beide rond 1100 territoria) niet eerder werd gehaald.  

Verwacht en onverwacht

De spectaculaire toename van Lepelaars is nog niet gestopt: circa 2950 paren, opnieuw een record. De Tafeleend, een vrij schaarse broedvogel bij ons, zit al een aantal jaren in de lift. Opmerkelijk, aangezien de doortrekkende en overwinterende populaties in grote delen van Europa (waaronder Nederland) sterk afnemen.

Zorgelijke afnames

Vergeleken met de situatie rond 1990 zijn de populaties van Patrijs, Zomertortel, Buidelmees, Kleine Barmsijs en Europese Kanarie met tenminste 85% teruggevallen. Nog beroerder stonden onder meer Kramsvogel (slechts 7 paren gemeld) en Grauwe Gors (1) in 2015 ervoor.

Opvallend

Voor het eerst broedde een zuiver paar Pontische Meeuwen in ons land. Witwangstern (15 paren) en Witvleugelstern (4), tot voor kort onregelmatige broedvogels in ons land, vestigden zich opnieuw in het Zuidlaardermeergebied. Het was een prima jaar voor Rode Wouw (8 paren, ongekend voor ons land), Steltkluut (23), Bijeneter (12) en Draaihals (ca. 70).

Tellers vinden het rapport een dezer dagen in hun brievenbus. Een pdf van het broedvogelrapport is hier te downloaden.