Hoofdbrekens over hangjongeren

Toen ik een jaar of acht was zag ik de hangjongeren op het pleintje voor ons huis liever komen dan gaan. ’s Avonds in bed slaakte ik een zucht van verlichting als de laatste brommer vertrok. Nu kijk ik vrijwillig naar ‘hangjongeren’. Dan heb ik het over jonge Huiszwaluwen die nog bij hun geboortekolonie rondhangen. Tijdens observeren voor het nestonderzoek van het Jaar van de Huiszwaluw zorgen ze voor hoofdbrekens.

29 augustus – bij aankomst is het bij de kolonie die ik dit seizoen volg een drukte van belang. Huiszwaluwen vliegen af en aan. Ze klampen zich even vast aan de muur, glippen nesten in die ik al lang verlaten achtte en gaan dan ineens, na één alarmroepje, met z’n allen de lucht weer in. Als ik een uurtje heb gezeten heb ik al iets beter in de gaten wat er aan de hand is.

Hangjongeren

De aanklampende zwaluwen blijken vooral jonge vogels te zijn, die al weken eerder het nest verlieten Terwijl ik een beeld probeer te krijgen van de nesten waarin nog jongen van de tweede leg worden gevoerd, bezorgen zulke hangjongeren me keer op keer hoofdbrekens. Ze kruipen soms minutenlang in onbezette nesten, waarbij ik me telkens weer even afvraag of ik dat nest wel goed genoeg gevolgd heb. Kijk ik wat langer, dan verraden ze zich vaak doordat ze zich weer uit het nest wurmen en lang niet meer terugkeren.

Hangjongeren in de kolonie. Foto: Albert de Jong

Dat gedrag van jonge vogels herinnerde ik me uit het hoofdstuk Puberende zwaluwen in het boekje Zwaluwen van Gaast. Jonge Huiszwaluwen kunnen wel tot wel zes weken bij de kolonie blijven hangen waar ze geboren zijn. Ze slapen nog in nesten, ook die met tweede legsels erin, en helpen veelvuldig mee met voeren van nestjongen.

Waarom?

Waarom blijven ze hangen? In de literatuur vind ik wat redenen opgesomd: Huiszwaluwen zijn erg plaatstrouw en de jongeren zouden op die manier hun omgeving alvast inspecteren voor het volgende jaar, waarin ze zelf kunnen gaan broeden. Het overnachten in de nesten levert daarnaast ook energiebesparing op. Maar ongetwijfeld zijn er nog legio andere redenen om te blijven. Het leven bij de kolonie is een veel complexer gebeuren dan ik kan zien tijdens een uurtje kijken.

Jonge Huiszwaluw klampt zich vast aan de muur. Foto: Albert de Jong

Jonge Huiszwaluw, te herkennen aan de verse veren, witte randjes aan de tertials en de nog egaalbruine kop. 

Goed kijken naar het verenkleed

Bij het observeren is het belangrijk om goed naar het verenkleed van de vogels te kijken. Aan het einde van het broedseizoen zijn jonge en volwassen vogels steeds moeilijker te onderscheiden. Het valt me op dat jongen van de eerste leg hun schouder- en kopveren vaak al grotendeels geruid hebben naar die mooie, donkerblauwe veren. Hun snavelhoeken zijn van geel al zwart geworden. Alleen de witte randjes aan de tertials (kleine vleugelveren) maken ze in zit nog herkenbaar. Het verenkleed van de volwassen zwaluwen is vanwege de intensieve broedzorg al flink gesleten en op de kop bijvoorbeeld al weleens bruinachtig.Het vele in- en uitvliegen in de nesten, die van binnen vast aardig vies zijn, zorgt ook nog eens voor vieze verenkleden. Ik zie nu zwaluwen met een grijze in plaats van witte stuit en bruingrijze keeltjes!

Links een volwassen vogel en rechtsonder een jonge vogel (witte randjes aan tertials).

 

Albert de Jong