Foto: Ingrid D. van der Spoel

Hoeveel last hebben wadvogels van vliegtuigen?

De Waddenzee is een belangrijk gebied voor miljoenen vogels die er elk jaar doortrekken of overwinteren. Maar ze krijgen er ook te maken met allerlei verstoringen: roofvogels, wandelaars, fietsers, boten en... vliegtuigen. De afgelopen drie jaar is voor het eerst in detail onderzocht wat de effecten zijn van vliegtuigen op wadvogels.

Vliehors op Vlieland is een natuurgebied dat sinds kort na de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel in gebruik is als oefenterrein voor de Koninklijke Luchtmacht. Even verderop ligt Texel International Airport, een vliegveld waar veel sportvliegtuigjes opstijgen en landen. Daardoor vliegen er boven Vlieland veel verschillende soorten vliegtuigen, en dus is het een ideaal gebied om de effecten op wadvogels te onderzoeken.

Tijdens het meerjarige onderzoek CHIRP werd gekeken naar het effect van vier types vliegtuigen: sportvliegtuigjes, straaljagers, helikopters en transportvliegtuigen. Er werd onderzocht hoe vaak rosse grutto’s, wulpen, scholeksters en meeuwen moesten opvliegen. Deze vogelsoorten komen vooral met hoogwater in grote aantallen voor op Vlieland. Scholeksters zijn met GPS-zenders uitgerust, en konden in detail gevolgd worden na verstoringen.

Grote verschillen

Uit het onderzoek bleek dat de hoeveelheid verstoring die vliegtuigen veroorzaken sterk verschilt, afhankelijk van het type vliegtuig en de afstand. Sportvliegtuigjes zorgden voor weinig verstoring wanneer ze 450 meter of hoger vlogen: de wettelijke minimale vlieghoogte in de Waddenzee. Ook de effecten van straaljagers waren meestal beperkt.

Op de Vliehors wordt vaak met straaljagers geoefend, en mogelijk zijn de vogels er zo aan gewend dat ze nauwelijks meer reageren. Het afwerpen van explosieven boven het oefenterrein - wat maximaal drie weken per jaar gebeurt - zorgde wel voor enige verstoring: tot op vier kilometer afstand verplaatsten de vogels zich. Ook helikopters zorgen voor verstoring, doordat ze vaak lang aanwezig zijn en onvoorspelbare bewegingen maken.

Veel groter is het effect van laagvliegende transportvliegtuigen zoals de Hercules C-130 of Airbus A400. Vogels vlogen tientallen minuten rond, en weken soms zelfs uit naar andere eilanden in de Waddenzee. Gelukkig oefent de luchtmacht maar een paar keer per jaar met transportvliegtuigen boven Vlieland, en ook verder vliegen ze alleen bij uitzondering boven de Waddenzee. Bijvoorbeeld tijdens de Texel Air Show.

Figuur 1: In deze video is goed te zien hoe de vogels reageren op verstoring door verschillende typen vliegtuigen.

Verstoring kost energie

Dankzij onderzoek met GPS-zenders kon berekend worden hoeveel energie scholeksters verspillen door opvliegen na verstoring. Gemiddeld kost dat ze per dag slechts 0,25 procent meer energie, zelfs op de Vliehors waar veel vliegtuigen langskomen. Het percentage is zo laag omdat scholeksters maar zelden reageren op straaljagers en kleine sportvliegtuigjes, de meest voorkomende vliegtuigtypen.

De extra energetische uitgaven zijn wel erg hoog op dagen met grote verstoringen door transportvliegtuigen, en in mindere mate ook op dagen met oefeningen met helikopters en straaljagers die explosieven gooien. Dan moeten scholeksters tot ongeveer 10 procent extra energie uitgeven door opvliegen voor verstoringen.

Over het algemeen lijkt het effect van vliegtuigen dus vrij klein te zijn, zeker vergeleken met andere menselijke activiteiten in het Waddengebied. Toch is het wenselijk om de verstoring nog verder te beperken, of te voorkomen tijdens voor de vogels moeilijke periodes zoals koude winters. En daar bestaan ook mogelijkheden voor, volgens de onderzoekers.

Figuur 2: Effect van vijf verschillende vliegtuigactiviteiten op vliegafstanden van scholeksters.

Figuur 3. Impact van vliegtuigverstoring op scholeksters op Vlieland. De intensiteit van de rode kleur geeft aan hoeveel energie scholeksters gemiddeld per dag (in %) verspillen aan het moeten opvliegen voor vliegtuigen.

Hoogwater en vorst

Voor sportvliegtuigen is het aanhouden van 450 als minimale vlieghoogte al effectief genoeg om de kans op verstoring te beperken. De impact van straaljageroefeningen kan gereduceerd worden door ze niet uit te voeren bij extreem hoge waterstanden. Vogels worden dan al door het water in het nauw gedreven, en ze worden sneller door vliegtuigen verstoord.

Laagvliegende transportvliegtuigen boven de Waddenzee hebben een grote impact. Het is dus belangrijk dat deze ook in de toekomst zeldzaam blijven. Daarnaast is het nuttig om dit soort vliegbewegingen te vermijden tijdens strenge wintervorst.

Bij al deze mogelijkheden om verstoring te beperken is specifiek gekeken naar scholeksters; niet alle wadvogelsoorten zijn in evenveel detail onderzocht. Uit een vergelijking met wulpen en rosse grutto’s bleek dat scholeksters relatief ongevoelig zijn voor verstoring van vliegtuigen, en dat rosse grutto’s vaker reageren. Het is dus belangrijk dat ook andere vogelsoorten in de toekomst in meer detail onderzocht worden.
 

Dit onderzoek is uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Radboud Universiteit en Sovon binnen het Centre for Avian Population Studies (CAPS)

Publicaties