Stadsvogels tellen

Hoe gaat het met de stadsvogels in Zuid-Holland?

Het stadsvogelmeetnet MUS (Meetnet Urbane Soorten) begint aan het achtste seizoen. Van maar liefst 76 soorten is een landelijke trend beschikbaar. Ook van Zuid-Holland zijn de veranderingen bekend.

In 2013 zijn er ruim 364.000 vogels doorgegeven van 163 soorten. Van de 76 soorten waarvan een landelijke trend beschikbaar is, laten net iets meer soorten laten een afname zien tegen een toename: resp. 33 om 29; de overige 14 zijn stabiel.

De grootste klappen vielen onder de groep van struikbroeders en insecteneters. Voorbeelden uit één of beide groepen zijn Gierzwaluw, Merel, Zanglijster, Winterkoning, Spotvogel en Tuinfluiter. Ook een deel van de vogels afhankelijk van bomen zit in de min.

Bij de vogels die in of op gebouwen broeden, zoals Spreeuw, Stadsduif, Huismus en Kauw, houden de soorten in de plus en min elkaar in evenwicht. De meeste watervogels zijn toegenomen.

Resultaten

De resultaten van de eerste zeven jaar verschijnen binnenkort in Sovon-Nieuws. De landelijke stadsvogeltrends zijn al te downloaden

Zuid-Holland

Enkele feiten op een rij voor Zuid-Holland:

  • 81.985 vogels zijn ingevoerd verdeeld over 138 soorten
  • Van 52 soorten is een provinciale trend beschikbaar en daarmee is Zuid-Holland één van de best geMUSte provincies.
  • Zestien soorten zijn afgenomen, 23 toegenomen en de overige stabiel. Zie tabel onderaan voor details.
  • In Zuid-Holland zitten er opvallend meer soorten in de plus dan in het landelijke beeld. 
  • Van een aantal soorten is landelijk in MUS geen betrouwbare trend beschikbaar maar wel in Zuid-Holland. Voor een deel gaat het om soorten die vanuit het urbaan gebied zijn waargenomen maar daarbuiten voorkomen.
  • De drie meest getelde soorten zijn Kauw 11.120, Merel 6.525 en Houtduif 5.945 ex.
  • Bijzonderheden waren Kleine Plevier, Ransuil en Raaf.

Meedoen is eenvoudig

MUS is een laagdrempelige telling waarbij 8-12 telpunten elk 5 minuten worden geteld. Genoteerd worden de aantallen per soort. Jaarlijks kost het maar 7,5 uur voor 3x tellen en invoeren. Elk van de 3 telperiodes duurt een maand waarbinnen één telling gedaan wordt.

Contact

Vier keer in het seizoen verschijnt de MUS-Nieuwsbrief met resultaten, ervaringen van tellers en tips en trucs voor het tellen en de invoer. Meer informatie over MUS, de laatste nieuwsbrief, aanmelden en vacante gebieden zijn te bekijken op de projectpagina Meetnet Urbane Soorten (MUS)

Coordinator: Jan Schoppers, jan.schoppers@sovon.nl

Urbane Soorten Zuid-Holland

Trends van stadsvogels in Zuid-Holland vergeleken met de landelijke trends. Bron: Meetnet Urbane Soorten (MUS)