Stadsvogels tellen | Fotograaf Peter Eekelder

Hoe gaat het met de stadsvogels in de provincie Overijssel?

Het stadsvogelmeetnet MUS (Meetnet Urbane Soorten) begint aan het achtste seizoen. Van maar liefst 76 soorten is een landelijke trend beschikbaar. Ook van Overijssel zijn de veranderingen bekend.

In 2013 zijn er ruim 364.000 vogels doorgegeven van 163 soorten. Van de 76 soorten waarvan een landelijke trend beschikbaar is, laten net iets meer soorten laten een afname zien tegen een toename: resp. 33 om 29; de overige 14 zijn stabiel.

De grootste klappen vielen onder de groep van struikbroeders en insecteneters. Voorbeelden uit één of beide groepen zijn Gierzwaluw, Merel, Zanglijster, Winterkoning, Spotvogel en Tuinfluiter. Ook een deel van de vogels afhankelijk van bomen zit in de min.

Bij de vogels die in of op gebouwen broeden, zoals Spreeuw, Stadsduif, Huismus en Kauw, houden de soorten in de plus en min elkaar in evenwicht. De meeste watervogels zijn toegenomen.

Resultaten

De resultaten van de eerste zeven jaar verschijnen binnenkort in Sovon-Nieuws. De landelijke stadsvogeltrends zijn al te downloaden

Overijssel

Enkele feiten op een rij voor Overijssel

  • Ingevoerd zijn 16.275 vogels verdeeld over 109 soorten
  • Van 24 soorten is een provinciale trend beschikbaar 
  • Tien soorten zijn afgenomen, zeven toegenomen en de overige stabiel. Zie tabel onderaan.
  • De meeste soorten laten een vergelijkbaar beeld zien met de landelijke trend, maar een aantal soorten niet. We zien bij veel soorten verschillen in aantalsontwikkeling in laag en hoog Nederland en dat is hier een weergave van.
  • De drie meest getelde soorten zijn Merel 2.145, Huismus 1.880 en Houtduif 1.655 ex. 
  • Bijzonderheden waren Slechtvalk, Patrijs en Rouwkwikstaart

Meedoen is eenvoudig

In Overijssel zijn nieuwe waarnemers heel welkom. MUS is een laagdrempelige telling waarbij 8-12 telpunten elk 5 minuten worden geteld. Genoteerd worden de aantallen per soort. Jaarlijks kost het maar 7,5 uur voor 3x tellen en invoeren. Elk van de 3 telperiodes duurt een maand waarbinnen één telling gedaan wordt.

Contact

Vier keer in het seizoen verschijnt de MUS-Nieuwsbrief met resultaten, ervaringen van tellers en tips en trucs voor het tellen en de invoer. Meer informatie over MUS, de laatste nieuwsbrief, aanmelden en vacante gebieden zijn te bekijken op de projectpagina Meetnet Urbane Soorten (MUS)

Coordinator: Jan Schoppers, jan.schoppers@sovon.nl

Trends stadsvogels provincie Overijssel - Meetnet Urbane Soorten - MUS Sovon
Trends van stadsvogels in Overijssel vergeleken met de landelijke trends. Bron: Meetnet Urbane Soorten (MUS)