Foto: Ran Schols

Het Waterhoentje in MUS

Het ‘waterkipje’ neemt zowel als broed- en wintervogel af. De oorzaken zijn onduidelijk. Als standvogel zijn de koude winters van invloed maar dat lijkt recent niet meer op te gaan.

Door Jan Schoppers, meetnetcoördinator MUS

Vanaf 2013 worden de trends van MUS geïntegreerd in het BMP (figuur 1). Het aantal BMP-plots in het stedelijk gebied was voor 2007 vrij laag en minder betrouwbaar en daarom is MUS gestart. We zien een vergelijkbare trend van het Waterhoentje in het stedelijk gebied en in Nederland (alle biotopen). De koude winters in de tweede helft van de jaren negentig en 2009-2011 laten duidelijk hun sporen na. Opvallend is dat in de recente jaren de soort het in het stedelijk gebied beter doet dan daarbuiten. Vooralsnog weten we niet wat daarachter schuilt. Wellicht is de reproductie of  in het najaar en winter de overleving beter van de stadse waterkipjes.

Figuur. Trend van de Waterhoen in Nederland en in stedelijke gebied (2000 = index 100). Trend BMP-stedelijk minder betrouwbaar door laag aantal proefvlakken.

MUS op de goede weg, nieuwe tellers gewenst

Na acht jaar MUS zijn we met het stadsvogelmeetnet op de goede weg. Van bijna 80 soorten hebben we een landelijke trend. Ook kunnen we steeds vaker provinciale en regionale trends berekenen. Hoewel het MUS voor de wind gaat, zijn er in heel Nederland natuurlijk nogs steeds nieuwe tellers welkom. In het bijzonder gaat het om de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Limburg en Zeeland. Kijk op het claimkaartje welke postcodegebieden vrij zijn in jouw buurt. Voor vragen of informatie kun je terecht bij de meetnetcoördinator van MUS. Ook voor een presentatie kun je bij Jan terecht.