De telploeg. Foto: Hendrik-Jan van Dijk

Het rietmoeras in om Purperreigers te zoeken

Purperreigers tellen is een klus voor mensen die niet vies zijn van geploeter door een zompig rietmoeras. Daar bevinden zich namelijk de meeste kolonies, zoals die in de boezems bij Kinderdijk. Op 4 juni trokken tellers voor het 50ste jaar het gebied in. Ze telden een recordaantal van 219 nesten.

Begin juni is het dé tijd om nestelende Purperreigers in kaart te brengen. “Voor de meeste tellers is deze telling de kers op de taart van het telseizoen”, vertelt coördinator Richard Slagboom van de Natuur- en Vogelwacht Alblasserwaard. “Met kleine roeibootjes gaan we het gebied in om op de rietgorzen voorzichtig op zoek te gaan naar nesten van Purperreigers, waarvan de locatie door een voorverkenning al eerder redelijk in kaart is gebracht. Toch verschillen de locaties van de (deel)kolonies van jaar tot jaar, en zijn deze vaak lastig te bereiken. Sommige stukken moeras zijn zo drassig dat je soms tot je middel wegzakt in de modder, een ware uitputtingsslag (filmpje). Maar zo ongelofelijk mooi, en dat met op de achtergrond de beroemdste molens ter wereld als decor.”

Recordaantal

Nest in vlierstruik (Hendrik-Jan van Dijk)9 tellers vonden uiteindelijk 219 nesten, die verdeeld waren over verschillende deelkolonies. Nog nooit eerder werd zo’n hoog aantal vastgesteld in de kolonie, die al sinds 1966 geteld wordt (2014: 165, 2015: 137. Gedurende de telling noteert de ‘leider’ van de ploeg ook alle bijzonderheden, zoals het aantal eieren, jongen en de grootte van de jongen per nest. Daarnaast wordt ook het type nest opgeschreven. Betreft het een rietnest, zit het nest in een boom of ligt het in de bramen? Ook wordt de locatie vastgelegd via gps.

Elders ook geteld

Ook enkele andere grote kolonies zijn inmiddels geteld. De Zouweboezem bij Meerkerk bleek 210 nesten te bevatten, eveneens een recordaantal. In de Nieuwkoopse plassen ging het om 91 nesten. Of het een goed jaar is voor de Purperreigers is op basis hiervan echter nog niet te zeggen. Dat kan pas wanneer de gegevens van alle circa 30 kolonies zijn doorgegeven.

Reacties

Mooi werk mannen! In 1971 waren er 150 broedparen in de Weerribben, sinds midden jaren 10 was er niet één meer. Foutje van SBB, dat nooit luisterde naar mijn waarschuwingen sinds 1985. Landelijk zat de 'rode reiger' in een dal, maar daar zijn die wonderlijk mooie vogels uitstekend uitgekomen! Als jullie tellingen representatief zijn, kon dit wel eens een recordaantal broedparen betekenen in ons land vol waterriet, moeras en heerlijk naar methaan stinkende bagger. Van harte gefeliciteerd!

Wat wordt er bedoeld met het 50ste jaar? De Purpereigerkolonie is door mij voor het eerst geteld door het gebied in te gaan ik denk in de jaren negentig. Verder: dit jaar een prachtig resultaat!

Ik sta perplex: 219 nesten. Vreugde dus. Bezocht de Overwaard voor het eerst in 1951. Toen al invallende Purperreigers. Met wijlen Karel Schot en Ben van der Velden ging ik in 1959 voor het eerst het gebied een stuk jn op zoek naar nesten. Die expeditie werd een water/modderballet. Zonder succes. In 1966 op 11 juni 8 - 10 paren, maar niet gehele gebied kunnen onderzoeken. Dus wellicht meer! Maar dit resultaat is werkelijk verbluffend. Moet de grootste kolonie van West-Europa zijn.

Reactie toevoegen