Bladkoning, onmiskenbaar indien zo open en bloot zittend. Foto: Harvey van Diek

Het regent Bladkoningen

Eind september en de eerste drie weken van oktober zijn de beste tijd om een Bladkoning in ons land te zien. Een gram of zes, zeven, maar wel met duizenden kilometers achter de rug.

Bladkoningen broeden ver oostelijk, van de Oeral tot diep in Siberië en Noord-China. In het najaar verlaten ze de loofbossen aldaar om te overwinteren in Zuidoost-Azië. Wanneer ze in West-Europa opduiken, zijn ze dus ver uit de koers.

Schaarse maar jaarlijkse doortrekker
In ons land verschijnen Bladkoningen jaarlijks tussen eind september en half oktober. Waarnemingen uit december-augustus zijn uitermate zeldzaam. Misschien probeert een enkeling wel eens bij ons te overwinteren, maar het merendeel trekt snel door (of gaat dood).

Kustgebieden
Bladkoningen worden het meest gezien in de kustgebieden, met nadruk op de duinstrook en de Waddeneilanden. Een kwestie van trekstuwing in combinatie met een hoge dichtheid aan vogelaars. Hoe verder naar het zuidoosten in ons land, hoe kleiner de waarneemkansen. Maar ook daar moeten vogelaars in deze tijd van het jaar bedacht zijn op het slepende, oplopende roepje. 

Jaarlijkse variaties
Bladkoningen werden in het verleden vermoedelijk vaak over het hoofd gezien, bijvoorbeeld door onbekendheid met het kenmerkende roepje. In sommige najaren zijn er duidelijk meer waarnemingen dan in andere, iets dat ten dele kan samenhangen met overheersende luchtstromingen boven Siberië. De eerste influx in Nederland werd in 1967 geregistreerd, daarna volgden verschillende opvallend goede najaren zoals in 1985 en 1986. Ook 2014 lijkt behoorlijke aantallen op te leveren, afgaande op losse meldingen in Waarneming.nl. Ook de ringers constateren aardige doortrek, volgens Trektellen.nl

Meer lezen
Een artikel in Sovon-Nieuws van ongeveer tien jaar geleden is in grote lijnen nog actueel en de moeite van het lezen waard.