Kleine Rietganzen langs trektelpost Savoy, Katwijk, 25 februari 2012. Foto: René van Rossum

Heen en weer

Wat een bizarre winter. Record-hoge temperaturen in december en eind januari, daartussenin enkele winterse speldenprikken (en soms wel forse…Noordoost-Nederland…).

Which way to go?
Het gaf een afwisseling van noord- en zuidwaartse trek te zien bij sommige soorten. Vooral watervogels reageerden op de inval van ijzel en sneeuw met vertrek in zuidelijke richting. Maar even snel daarna kwamen ook weer bewegingen richting noord op gang. Geen echte watervogel, maar wel reagerend op de weersveranderingen zijn de Kraanvogels die blijkbaar in Noord-Duitsland waren blijven hangen. Eerst werden er mooie aantallen (voor januari) gezien die zuidwaarts gingen, de laatste dagen ook weer groepen in de andere richting. Zoals gebruikelijk vooral in het uiterste oosten en zuidoosten, met o.a. groepen over de trektelposten Oelemars in Twente (104 en 149 op 24 resp. 25 januari), Loozerheide-Weert (220 op 23 januari) en Strabrechtse Heide (230 op dezelfde dag) (trektellen.nl).

Ook ganzentrek
Ook van verschillende ganzen waren er verplaatsingen in tegengestelde richtingen, al ging het niet om enorme aantallen. Maar tellingen van 2895 Kolganzen op 26 januari over Paterswoldse Meer in Groningen geven aan dat er wel ganzen zijn die onrustig worden van het zachte weer. Kleine Rietganzen overwinteren recent vooral ten noordoosten van ons land (lees dit bericht). Maar er zijn er nog steeds die in de Vlaamse kustpolders overwinteren en in januari en februari vertrekken. Bij Noordwijk passeerde op 26 januari een zwerm van 350 in noordelijke richting, en bij groepen van 1100 en 350 ver weg boven zee kan het om dezelfde soort zijn gegaan.

Which way to sing?
Vorige week, met ochtenden tot min acht, was het nogal rustig. Maar inmiddels, met dubbele cijfers in de plus, krijgen heel wat standvogels de kriebels. Haviken kekkeren in het bos, Roeken slepen takken aan, Grote Bonte Spechten trommelen erop los en de eerste Middelste Bonte Spechten-territoria kunnen alweer in kaart worden gebracht. Hoewel tot in schrale dennenbossen al wat zang te horen is (Zwarte Mees), zijn het vooral de randen van rijke loofbossen en groene wijken waar het zangvogelvolkje zich roert. Roodborsten, Heggenmussen, mezen, de eerste Zanglijsters (vooral West-Nederland) enzovoort…ook bij sommige broedvogeltellers begint het bloed harder te stromen.  Maar het kan nog altijd winter worden...