Twee juvenielen en een mannetje (centraal) op een voorverzamelplaats. Foto: Albert de Jong

Haarlemse Halsbandparkieten ook dit voorjaar gevolgd

In Haarlem volgde Marco van Wieringen vanaf het voorjaar intensief een grote slaapplaats van Halsbandparkieten. Op deze manier kwam hij erachter dat vanaf half mei de parkieten al toenemen en er waarschijnlijk uitgevlogen jongen zijn. In de loop van juni piekte het aantal parkieten. Marco schreef er een leuk verslag over. 

Met deze tellingen gaf Van Wieringen gehoor aan de oproep om mee te doen aan een Europese studie naar uitvliegdata van de Halsbandparkieten. Tussen 5 mei, het begin van de telreeks en de tweede helft van juni nam het aantal getelde vogels op de Haarlemse slaapplaats toe van 432 tot maximaal 937 exemplaren. Vanaf halverwege mei liepen de aantallen op en verschenen waarschijnlijk de eerste vrouwtjes met hun jongen op de slaapplaats. De toename die ongetwijfeld te danken is aan succesvolle broedgevallen. Jonge Halsbandparkieten zijn in het late voorjaar nog te herkennen aan hun korte middelste staartpennen, hun puntgave verenkleed en het ontbreken van een halsband. Op voorverzamelplaatsen zijn ze weleens te onderscheiden, maar tijdens een telling in de schemering blijken de verschillen te subtiel te zijn om een juvenielenpercentage te bepalen. 

Prikkelend

Heel prikkelend is dat Marco een paar rekensommen heeft gemaakt om het broedsucces te bepalen. De aannames daarbij zijn: 1) dat er geen sterfte is geweest tussen de tellingen in januari en mei, 2) er geen uitwisseling is met andere slaapplaatsen, 3) dat alle broedparen begin mei een nest hebben, en 4) dat de mannetjes van de broedparen de slaapplaats blijven bezoeken. Dat zijn best wat aannames, maar het loont zeker de moeite om eens uit te zoeken in hoeverre dit soort slaapplaatstellingen bruikbaar kunnen zijn bij het verzamelen van broedbiologische parameters.