Grote Zaagbekken, sieraden van de winter | Foto: Harvey van Diek

Grote Zaagbek: gestroomlijnde jager

De Grote Zaagbek ligt vaak als een slagschip in het water. Ze zijn dan ook tot de ‘tanden bewapend’ want ze hebben immers een zaagbek waarmee ze vis onder water goed kunnen beetpakken. Met het lange slanke lichaam kunnen ze als een torpedo door het water schieten. Vooral in de wintermaanden, december-maart, is de kans het grootst om de soort in ons land te treffen. De weinige terugmeldingen van geringde vogels duiden op een herkomst uit Fenno-Scandinavië maar vermoedelijk ook uit Rusland.

Verspreiding

De watervogeltelling geeft een goed beeld weer van de verspreiding en aantalsontwikkeling in de belangrijkste gebieden. Een welkome aanvulling daarop is de recent verschenen Vogelatlas (alle kaarten op Vogelatlas.nl) voor de landelijke duiding. Minimaal driekwart van de winterpopulatie is te vinden op het IJsselmeer, met name langs de Friese kust en Afsluitdijk. Langs deze dijk is de Waddenzee-kant vooral bij strenge vorst in trek. Andere gebieden zijn De Friese Meren, De Wieden, het rivierengebied, De Biesbosch en de noordelijke Delta. Opvallend is het magere voorkomen op het Markermeer – een gegeven dat we bij meer soorten zien - waar de Grote Zaagbek alleen langs de randen wordt gezien. In strenge winters zijn de aantallen hoger dan in zachte, variërend van 7.000-14.000 ex.

Verandering

Sinds de jaren zeventig zijn de aantallen afgenomen en resteert tegenwoordig een derde van het aantal van weleer. In alle belangrijke gebieden zien we een vergelijkbare patroon: de grootste afname vond plaats in de vorige eeuw, recent is er sprake van een lichte afname of stabilisatie. Ronduit intrigerend is de veranderingskaart in de Vogelatlas. In de westelijke helft van het land, inclusief rivieren, zien we een afname per atlasblok en in het oosten op kleine wateren opvallend vaak een toename. De aantallen in het oosten zijn op landelijke schaal echter wel klein.

Voedsel

Op het IJsselmeer is onderzoek gedaan naar het voedsel. Dat bestond voor de helft van het prooigewicht uit spiering (88% van aantal vissen) en een kwart uit blankvoorn (Platteeuw 1985). Door een combinatie van afgenomen voedselrijkdom van het water en hoge visserijdruk namen deze prooien fors af (Noordhuis et al 2014). Elders in de zoete wateren bestaat het voedsel waarschijnlijk uit allerlei soorten zoals blankvoorn, baars, stekelbaars en zelfs snoek. Zie: Vroege Vogels.

Klimaatverandering

Het is aangetoond dat Grote Zaagbekken vanaf begin jaren negentig steeds noordelijker overwinteren door de gemiddeld zachtere winters. De trend in de Oostzee, een belangrijk overwinteringsgebied, is echter onduidelijk door verschillende ontwikkelingen per deelgebied (Skov et al 2014). Het is altijd spannend of koning winter nog op volle oorlogssterkte komt deze winter. We gaan het zien en tellen.

 

Figuur:  Grote Zaagbek. Trend in de Zoete Rijkswateren 1975/76-2016/17.