Foto: Martin Baptist

Grote sterns volgen over zee

Hoe vliegen grote sterns over de Noordzee en de Waddenzee? En waar vangen ze nu precies hun vis? Door vijftien Texelse vogels van zendertjes te voorzien, proberen wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR), Sovon, Bureau Waardenburg en de Universiteit van Amsterdam het vlieg- en foerageergedrag van grote sterns in kaart te brengen.

Het zenderonderzoek wordt door het ministerie van LNV gefinancierd. De achterliggende vraag luidt; welke effecten kunnen zandsuppleties, ten behoeve van kustversterking in de vooroevers van de Noordzee en buitendelta’s van de Waddenzee, hebben op de foerageerlocaties van grote sterns? De onderzoekers willen inzichten genereren op welke waterdieptes, bij welke zandbanken en bij welke geulen de grote sterns hun vis vangen. Omdat zandsuppleties de dieptes en vormen van banken en geulen veranderen, kan vervolgens het gevolg voor grote sterns worden bepaald.

Gegevens uitlezen en in kaart brengen

De vijftien Texelse vogels kregen op 19 en 20 mei door onderzoekers van WUR, Bureau Waardenburg en Sovon een GPS-tracker van de Universiteit van Amsterdam (www.uvabits.nl). In de broedkolonie Wagejot staan antennes opgesteld die de gegevens van de trackers uitlezen en doorsturen naar de onderzoekers. Een tweede set antennes is opgesteld in De Slufter op Texel. Wanneer de kolonie het broedgebied Wagejot verlaat, gebruiken veel sterns De Slufter als rustplaats. Hier worden de gegevens van de vogels uitgelezen wanneer ze dus niet meer in de kolonie komen. Volgens onderzoeker Martin Baptist van Wageningen Marine Research geven de zenders tot in het kleinste detail het vlieggedrag van de vogels weer. “We krijgen iedere 13 seconden hun GPS-positie, vlieghoogte, snelheid en zelfs de temperatuur van de tracker. Omdat de trackers ook een versnellingsmeter aan boord hebben, kunnen we bepalen wanneer ze een duikvlucht naar beneden maken. Als dan ook de tracker plotseling afkoelt, weten we precies waar ze in zee plonzen om vis te vangen”, aldus Baptist.

Bekijk een voorbeeld van de vlucht van een gezenderde Grote Stern

Gebiedsbeheerders Natuurmonumenten (natuurgebied Wagejot) en Staatsbosbeheer (De Slufter) werken graag mee aan het onderzoek naar de grote sterns. Circa de helft van de Nederlandse populatie broedt immers op Texel, en een beter inzicht in vlieg- en foerageergedrag draagt positief bij aan beheeradviezen en natuurbeleidsdoelen.

Kleurringen

De vijftien gezenderde vogels hebben ook een blauwe kleurring gekregen. Hier staat een drieletter-code op, beginnend met TX en daarna nog een letter. Langs heel Europa en zelfs in Afrika worden kleurringen op afstand gelezen door onderzoekers en fanatieke vogelaars met een goede telescoop. De onderzoekers leren van de ringen hoe de vogels migreren en ze hopen dat hun Texelse sterns (TX) veel worden gezien.

Iconische vogels van de Waddenzee

Grote sterns zijn iconische vogels van de Waddenzee. Ze vliegen boven helder zeewater en jagen op vis door te duiken. Er zijn maar enkele broedkolonies in Nederland waarvan de kolonie Wagejot op Texel de belangrijkste is; ze behoort tot de grootste van Europa. De vogels komen vanaf eind maart uit hun overwinteringsgebieden in Afrika terug in Nederland om te broeden. Vanaf eind april vormen ze dicht opeengepakte broedkolonies op schaars begroeide zandplaten of schelpenbanken. Ze leggen één of twee eieren in een kuiltje. Na 22-26 dagen zijn de eieren uitgebroed. De kuikens kunnen de eerste 25-35 dagen niet vliegen. De ouders vliegen in die periode heen en weer naar zee om steeds één visje naar een kuiken te brengen. Hoe groter de kuikens worden, hoe groter de vissen zijn die de oudervogels aanbieden. Als de kuikens vliegvlug zijn, gaan ze mee met de ouders om zelf te leren vissen op zee. Op Texel verzamelen de sterns zich dan veelal in De Slufter. In augustus en september trekken de ouders met jongen weg naar zuidelijke bestemmingen, sommige helemaal tot Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. 

Bron: Wageningen University & Research