Zilvermeeuw met stuk brood in de snavel. Zilvermeeuwen zijn opportunisten, die de stad in zijn getrokken omdat daar veilige broedplaatsen zijn en er genoeg voedsel te vinden is. Foto: Merijn Loeve

Grote meeuwen in de stad

Meeuwen die overlast veroorzaken in de stad. Gisteren berichtten veel media erover. Over welke soorten gaat dit nieuws precies en hoe ontwikkelen de populaties van de meeuwen zich? We zetten de feiten op een rij.

In verschillende grote steden in West-Nederland broeden sinds ongeveer twintig jaar 'grote meeuwen'. Het gaat daarbij om twee soorten: de Zilvermeeuw en de Kleine Mantelmeeuw. Vanaf de jaren 80 trokken ze vanuit de duinen steeds vaker naar de stad om er te gaan broeden. Predatie door vossen was een belangrijke oorzaak daarvan. Tegenwoordig broeden er honderden grote meeuwen in steden als Haarlem, Leiden en Katwijk. Het voordeel van deze plaatsen is dat de daken relatief veilige broedplaatsen zijn en dat voedselbronnen dichtbij liggen. Vooral de Zilvermeeuw profiteert van voedsel dat letterlijk voor het oprapen ligt of gemakkelijk weg te snaaien is.

Zilvermeeuw

Hoewel de Zilvermeeuw een opportunist is die weinig eisen stelt aan de broedplaatsen in de stad, gaat de soort landelijk fors achteruit. In verschillende kolonies, vooral die langs de kust, is een dalende trend te zien. Vogels die op daken in de stad broeden blijken lastig te tellen, maar de gegevens waarover we beschikken wijzen vooralsnog niet op een recente toename. 

Kleine Mantelmeeuw

Ook de Kleine Mantelmeeuw is ten opzichte van dertig jaar geleden in steeds grotere aantallen in de stad te vinden. Diverse steden in het binnenland herbergen tegenwoordig kolonies op daken. Deze soort specialiseert zich in mindere mate op voedsel in de stad, maar vooral in visafval achter vissersboten. Ten opzichte van 1990 is het aantal broedende Kleine Mantelmeeuwen verviervoudigd.

Stad als voedselbron

Niet alleen meeuwen die in de stad broeden komen op het voedsel af. Van Kleine Mantelmeeuwen en Zilvermeeuwen is bekend dat ze lange voedselvluchten maken vanuit kolonies die ver buiten de stad liggen. Een Texelse meeuw met een zender bleek naar Amsterdam te gaan om friet te eten. Ook meeuwen die in Den Haag foerageren, broeden daar lang niet allemaal, zo blijkt uit ringaflezingen. Er zijn zelfs exemplaren die zich weten te specialiseren in voedsel dat door mensen op straat gegooid wordt. Buiten het broedseizoen weten ook overwinterende vogels uit andere delen van Europa onze steden te vinden. Kokmeeuwen en Stormmeeuwen trekken dan ook in forse aantallen het stedelijk gebied binnen, op zoek naar makkelijke voedselbronnen. Waren vroeger de toen nog open vuilstorten favoriet bij meeuwen, nu zoeken de vogels het 'dichter bij huis'.