Appelvink. Foto: Ran Schols

Groepsvorming Appelvink

De winter zit er al weer deels op. Maar voor vogels die van zaden leven wordt de spoeling almaar dunner. Dat is te merken aan groepsvorming op voedselrijke plekken.

Zo houden Appelvinken zich in de tweede helft van de winter meer in groepen op dan aan het begin ervan. Ze zoeken plekken op waar veel struiken staan, zoals parken, groene wijken, sportvelden, golfterreinen en rijk gestructureerde randen loofbos. De groepen bestaan meestal uit enkele tientallen vogels, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden oplopen tot meer dan 100.

Winterverspreiding
De winterverspreiding is wat ruimer dan die in de broedtijd, maar kent nog steeds een zwaar accent op het zuiden, oosten en midden (Flevoland!) van het land. In het westen en noorden is de soort schaarser, met uitzondering van de duinstrook. Hij kan echter in principe overal opduiken, zoals ook blijkt uit de voorlopige resultaten van de nieuwe Vogelatlas in wording. Blijf losse waarnemingen doorgeven, bijv. via waarneming.nl, ze dragen bij aan een completer beeld van de verspreiding.

Influx
In sommige najaren en winters zijn Appelvinken duidelijk talrijker dan in andere. Het is een verschijnsel dat al minstens 75 jaar bekend is. Zo'n influx van vogels uit oostelijker landen levert bij ons in het daaropvolgende voorjaar niet zelden een toegenomen broedpopulatie op. Blijkbaar blijft een deel van de trekkers bij ons hangen, zoals ook van bijv. Kruisbekken bekend is.