's Winters vooral aan het formaat en tikkende roepje (minder smakkend, meer metaalachtig dan Geelgors) te herkennen. Bij mooi weer kunnen ze 's winters al weleens zingen. Foto: Alwin van Lubeck

Groepen Grauwe Gorzen in het Groningse

Op verschillende plekken in Groningen duiken sinds november tientallen Grauwe Gorzen op. Ze komen op akkertjes met zaaddragende planten af: zogenaamde wintervoedselveldjes. Tellers ontdekken er steeds meer exemplaren van deze erg schaarse overwinteraar.

Update 9-1-2019: Jacob Bosma meldt dat het inmiddels al om ca. 95 Grauwe Gorzen gaat in de provincie.

In de regio Noord-Groningen staat de teller al op 30 Grauwe Gorzen. Oostelijk in de provincie liep het aantal al op tot zeker 18 vogels en vlakbij Slochteren zitten er minstens 3. Ze duiken op in de wintervoedselveldjes die verspreid in de akkerbouwgebieden van Groningen liggen. Met speciale wintertellingen vanwege het agrarisch natuurbeheer worden overwinterende vogels op zulke veldjes gemonitord.

Groepje van tien rustende Grauwe Gorzen. Foto: Alwin van Lubeck

Hoge aantallen

Bauke Koole coördineert de tellingen en spreekt van bijzonder hoge aantallen: ‘In november ontdekten Margreet Renkema en Louwke Meinardi de eerste exemplaren. Later die maand kreeg Jacob Bosma andere groepen in Noord- en Oost-Groningen en bij Slochteren in de gaten. En de aantallen lopen nog steeds op. Normaal zien we hooguit vijf vogels per winter in Groningen. Opvallend daarbij is de ogenschijnlijke plaatstrouwheid van de gorzen. De vogels worden gezien op plekken waar in andere jaren ook Grauwe Gorzen zaten, zij het toen in veel lagere aantallen.’

Erg schaars en lokaal

Overwinterende Grauwe Gorzen zijn uiterst schaars geworden. De kaarten in de Vogelatlas geven een duidelijk beeld: zeer lokaal in Zuid-Limburg (in hamsterreservaten, ook met veel zaden) en Zeeuws-Vlaanderen komen soms nog meer dan tien vogels voor, daarbuiten is de soort vrijwel verdwenen. Geen wonder, want in omgeploegde akkers hebben Grauwe Gorzen niks meer te zoeken: er is geen voedsel. In dit voedselarme landschap fungeren wintervoedselveldjes als kleine oases voor zaadeters. 'Ze eten vooral granen', zegt soortexpert Boena van Noorden, die de populatie in Limburg volgt. 'Bij ons verblijven nu overigens niet meer gorzen dan in andere winters (ca. 20).'

Grauwe Gors tussen andere zaadeters (Keep en Groenling) in wintervoedselveld. Foto: Jacob Bosma

Rammelende sleutelbos verdwijnt

Niet alleen in de winter zijn Grauwe Gorzen erg schaars. In Nederland worden niet eens jaarlijks meer territoriale Grauwe Gorzen gemeld. Een kleine opleving vond in 2011 in Oost-Groningen plaats, met 8 broedgevallen, zo meldt Bauke. In grote delen van West-Europa broeden nauwelijks meer Grauwe Gorzen. Hun kenmerkende zang, ook wel omschreven als een rammelende sleutelbos, hoor je pas vanaf Denemarken, Oost-Duitsland en oostelijker weer wat vaker. Zuidwaarts gaand is de Vlaamse populatie, die het langer uithield dan de Nederlandse, nu op zijn retour. Opmerkelijk dat er nu dus ineens tientallen in Groningen zitten, zo vindt ook Boena van Noorden: 'Ze overwinteren het liefst dichtbij of in hun broedgebied. Mogelijk is er ergens ineens iets veranderd in de voedselsituatie.'