Tjiftjaffen zijn in de winter lastig te vinden. Foto: Oscar en Jolanda Balm/waarneming.nl

Goede winter voor Tjiftjaf en Kleine Zilverreiger

In december is er weer druk geteld voor het PTT-project. Inmiddels voerden waarnemers van 426 routes gegevens in en daar zijn we weer erg blij mee. Uit deze tellingen blijkt dat we te maken hadden met een goede december voor Tjiftjaf en Kleine Zilverreiger. Dankzij het extreem zachte weer…

Door Albert de Jong

Gezien het aantal aanmeldingen in 2015 (+47 geclaimde routes) verwachten we nog wat meer gegevens, maar we geven graag alvast een voorlopig beeld uit de resultaten. December was een uiterst zachte wintermaand en sommige tellers hebben waarschijnlijk met hun jas open van punt naar punt gefietst. Met een gemiddelde van 9,6 graden was het zelfs de zachtste december sinds 1706 (KNMI). Een korte bespreking van twee soorten voor wie zo’n zachte wintermaand gunstig uitpakt.

Tjiftjaf

Zachte winters met weinig sneeuw pakken gunstig uit voor overwinterende Tjiftjaffen, zo is bekend (Limosa 78: 125-138). Noordelijk overwinterende Tjiftjaffen hebben het de afgelopen paar winters, die zacht waren en niet veel sneeuwval kenden, vrij makkelijk gehad. Dat blijkt ook uit het aantal waargenomen exemplaren per 100 routes: 5,6. Dat is ruim het dubbele van het gemiddelde van de jaren 2010-2014. Niet de gemakkelijkste soort om ’s winters op te merken (roept weinig, scharrelt veel in lage en dichte kr­­­uidenlaag), maar de Tjiftjaf springt er in zo’n berg PTT-gegevens dus wél uit.

Kleine Zilverreiger

Evenmin winterhard is de Kleine Zilverreiger. Van deze soort overwinteren sterk wisselende aantallen bij ons. Waarschijnlijk trekt een deel weg, maar bij blijvers vallen veel slachtoffers als het serieus gaat vriezen. De afgelopen winters zijn echter een koud kunstje voor een beetje Kleine Zil, zo blijkt ook uit PTT. Gemiddeld werden er 8,5 zilverreigers per 100 routes gezien. Tweeënhalf keer zoveel als het gemiddelde van 2010-2014. Alle Kleine Zilverreigers werden overigens in Zeeland gezien. In het komende nummer van Sovon-Nieuws verschijnt een wat uitgebreider artikel over het voorkomen van de soort in ons land.