Twee jonge Kolganzen, herkenbaar aan het ontbreken van de witte bles en de zwarte buikstrepen en de tekening op de rug en de flanken. Foto: Kees Koffijberg.

Goed broedseizoen voor de Kolgans

In groepen Kolganzen worden ruim 17% eerstejaars vogels geteld, zo blijkt uit speciale tellingen die tot en met begin november werden gedaan in belangrijke ganzengebieden in Nederland en de grensstreek in Duitsland. Het is het beste broedseizoen van de afgelopen zeven jaar.

Veel jongen en grote families

Onder meer dan 92.000 Kolganzen die van begin oktober tot begin november in Nederland en aangrenzende delen van Duitsland stuk voor stuk werden bekeken konden 17,3% eerstejaars ganzen worden vastgesteld. Dit jongenpercentage is een maat voor het broedsucces in de broedgebieden op de Russische toendra. Het gaat nog om voorlopige gegevens. Momenteel worden in veel groepen zelfs tegen de 20% eerstejaars geteld, wat er op wijst dat in nieuw aangekomen groepen nog meer jongen te vinden zijn.

De Kolganzen die succesvol hebben gebroed, zijn vaak vergezeld van meerdere jongen. Gemiddeld gaat het om ongeveer 2 jongen per paar, maar families van 4-6 jongen zijn geen zeldzaamheid, en zelfs gezinnen met 8 of 10 jongen zijn al gezien. In zo'n geval is het waarschijnlijk dat de jongen deels zijn geadopteerd. Doorgaans bedraagt de gemiddelde familiegrootte ongeveer 1,5 jong per paar. De grotere families zullen deels het vastgestelde broedsucces verklaren.

Beste broedseizoen sinds 2013

Zet de huidige trend zich door, wordt 2020 het beste broedseizoen sinds 2013. Dat is ook de reden dat de huidige resultaten "goed" te noemen zijn, want kijken we verder terug in de tijd dan valt ook een jaar als 2020 nog best tegen (figuur 1). Tot pakweg 2005 waren jongenpercentages van 20% of meer heel gewoon. Echter, in de afgelopen drie decennia nam het jongenpercentage geleidelijk af. Het vertoonde ook veel minder pieken en dalen; een patroon dat we ook zien bij andere arctische ganzensoorten als Toendrarietgans, Brandgans en Rotgans. Uitgaande van een jaarlijkse sterfte van ongeveer 18% (natuurlijke stefte en afschot samen) zijn de broedresultaten in dit jaar bij benadering net voldoende om de populatie op peil te houden.

Figuur 1. Broedsucces van Kolgans, gemeten aan het percentage eerstejaars vogels (bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland).

Leeftijdstellingen van ganzen

Jaarlijks worden groepen ganzen in het najaar door een kleine groep gespecialiseerde waarnemers gecontroleerd op het aantal adulte en jonge vogels, als onderdeel van het Meetnet Watervogels. Ze worden stuk voor stuk geteld met een tikteller en de resultaten van deze tellingen zijn een goede indicatie van het broedsucces in de vaak ontoegankelijke actische broedgebieden. Dankzij vroege pioniers als Jules Philippona gaat de gegevensreeks bij de Kolgans zelfs terug tot 1961. Op die manier laten zich de huidige resultaten goed spiegelen aan de trend op lange termijn. Op een vergelijkbare manier worden in de zomer jonge vogels geteld bij een deel van de zomerganstellingen, voor de soorten die in ons land broeden.

Kees Koffijberg