Webcamfoto van Gierzwaluwen op nest. Foto: Hannie Nilsen

Gierzwaluwen in 2019: minder dan anders?

Uit verschillende regio's kregen we afgelopen tijd te horen dat er opvallend weinig Gierzwaluwen zouden zijn. Dat viel onszelf in het Nijmeegse ook al op. Maar zegt dat iets over het aantal broedvogels?

De Gierzwaluw is immers als broedvogel een van de lastigste soorten om te monitoren. Eigenlijk moet je nauwgezet nesten in kaart brengen door te letten op in- of uitvliegende vogels bij geschikte daken. Een tijdrovende klus die maar op weinig plekken jaarlijks wordt uitgevoerd. Tellingen van rondvliegende vogels, zoals bij het Meetnet Urbane Soorten (MUS) betreffen een mix van broedvogels en niet-broedende vogels. Dat laatste cohort, 'oudere jongeren' die nog geen broedruimte hebben gevonden, kan een zeer aanzienlijk deel uitmaken van de rondvliegers.

Wat zeggen de onderzoekers?

We deden een kleine rondvraag onder vogelaars die in de eigen omgeving een of meer kolonies Gierzwaluwen onder de hoede hebben of een groot gebied nauwkeurig op bewoonde nesten inspecteren, soms al vele jaren lang.

Late aankomst

Uit hun reacties wordt duidelijk dat de broedvogels dit jaar laat arriveerden en ook minstens 1-2 weken later dan anders tot broeden overgingen. Ook de aankomst van niet-broedvogels was laat, met bijvoorbeeld in Breskens (na de gangbare eerste doortrekpiek begin mei) een opvallende noordwaartse verplaatsing van 6561 Gierzwaluwen op 7 juni (trektellen.nl). Het is verleidelijk hierbij een verband te leggen met de relatief lage temperaturen in mei, toen vaak noordenwinden overheersten tot diep in Zuid-Europa.

Aantallen vrij normaal

De aantallen broedparen lijken weinig af te wijken van die in voorgaande jaren. Bedenk hierbij dat het uiteraard om een kleine steekproef gaat, maar wel een met harde cijfers! De aantallen niet-broedvogels worden variabel ingeschat, wat deels weersafhankelijk is: als het slechter weer is zie je ze niet (ze zoeken voedselrijke gebieden op), als het opklaart kunnen ze zomaar terug zijn boven stad of dorp. Juist die luidruchtige groepen niet-broedvogels bepalen vaak ons idee van hoe goed of slecht een seizoen voor Gierzwaluwen is. Het is echter moeilijk een verband te ontdekken tussen de aantallen niet-broedvogels en de aantallen broedparen/het broedsucces in voorgaande jaren.

Broedsucces wisselend

In de meeste gevallen lijkt het broedproces normaal te verlopen, al zullen de jongen dit jaar gemiddeld dus wat later uitvliegen dan normaal. Opvallend is daarom dat in de kerk van Oisterwijk op 25 juni (hitte!) liefst 13 jongen van 2-3 weken stierven, allemaal in nestkasten op het (toch betrekkelijk koele) noordoosten. in de andere kasten (op het zuidwesten) was niets aan de hand. Een deel van de vogels maakte nieuwe legsels, met eileg tot en met 10 juli.

Met veel dank aan Gert de Jong (Amsterdam), Jochem Kühnen (Beek-Ubbergen), Hannie Nilsen (Oisterwijk en Berkel-Enschot)  en Hein Verkade (Noordwijk). Zelf ook ervaringen met broedende Gierzwaluwen in 2019? Stuur een mailtje naar webredactie@sovon.nl