Jonge Waterhoentjes. Foto: Harvey van Diek

Geen natuurijspret, maar wel IJsvogels

Na een reeks van koude winters, was het nu eens een extreem zachte winter. Samen met 1990 is de afgelopen winter de tweede zachtste na 2006/07 sinds 1706! (Bon: KNMI). Een drietal typische soorten in de watervogeltelling welke klappen krijgen bij een koude winter zijn Blauwe Reiger, Waterhoen en IJsvogel.

Door Jan Schoppers

De afname in de afgelopen jaren van de Blauwe Reiger in procenten is vergelijkbaar met die na de strenge en koude winters in de jaren tachtig en negentig. Maar als we de voorspellingen van de broed- en wintervogel aantallen uit 2013 mogen geloven dan kan de afname wel eens groter uitpakken.

De aantallen komen wellicht uit op die van midden jaren tachtig voor de strenge winters in de van de tweede helft. Het aantal Blauwe Reigers tijdens de midwintertelling van 2013 (februari nog weel een vorstperiode) en 2014 was bijna gelijk met rond de 5450 ex. Maar wel een kwart minder dan geteld werd in 2012 (niet gecorrigeerd op teldekking ed).

Waterhoen

Bij het Waterhoen zien we een vergelijkbaar patroon met een afname na koude en strenge winters. Maar zoals bij de Blauwe Reiger treedt er daarna geen herstel op en blijft de trend afnemend. Ook in het BMP komt dat beeld naar boven.

Naast koning winter lijken ook andere factoren van invloed op de aantalsontwikkeling van het Waterhoen. Wellicht is er een verandering opgetreden in habitat waar de soort gezien wordt in de winter. In Engeland is in ruim 35 jaar zowel het aantal eieren als het aantal uitgekomen jongen afgenomen.

De opwarming en de droogte treedt vooral op in het voorjaar en kan dus voor deze water minnende soort nadelig uitpakken. Bij droogte kan het nest bijvoorbeeld bereikbaar worden voor grondpredatoren. De uiterwaarden waren in de vorige eeuw nog nat, ook in het voorjaar, maar dat is tegenwoordig niet meer het geval.

Het lijkt interessant om de soort eens nader onder de loep te nemen in het watervogel- en broedvogelrapport.

Krachtig herstel

In tegenstelling tot het Waterhoen gaat het met de IJsvogel wel voorspoedig. In het broedvogelrapport van 2012 wordt uitgebreid stilgestaan bij de soort. Bij de watervogeltelling wordt de soort pas de laatste 15 jaar geteld en doorgegeven, maar de aantalsontwikkeling komt sterk overeen met die van de broedvogels.

Het aantal getelde IJsvogels tijdens de midwintertelling in 2014 en 2013 was respectievelijk 154 om 120. Als we bedenken dat er in februari 2013 ook nog een vorstperiode was, kunnen we nu al spreken van een krachtig herstel.

De eerste signalen van de broedvogeltelling wijzen ook in die richting. Zo had ik tijdens de steltloperslaapplaatstelling in maart bij Doesburg een achterelkaar aanvliegend paartje. Ook van de waarnemers krijgen we die signalen binnen uit het veld. Voor de liefhebbers van schaatsen op natuurijs was het een rampzaliger winter, maar de IJsvogel hoor je daar niet over piepen.

Figuur 1. Aantalsontwikkeling (seizoensgemiddelde) van Blauwe Reiger (boven) en Waterhoen (onder) in Nederland op basis van de maandelijkse watervogeltellingen .