Kolgans u3g Foto: Kees Koffijberg

Ganzen en zwanen: terugblik seizoen 2020/21

In het komende nummer van Sovon-Nieuws geven we een terugblik van het voorbije telseizoen en laten daarin zien dat de aantallen van een aantal soorten op een duidelijk hoger niveau lagen dan in de seizoenen ervoor (figuur 1). Onder andere door een late aankomst in het najaar was vanaf 2017/18 het totale bezoek van ganzen en zwanen in Nederland afgenomen.

Voorlopige telresultaten wijzen er op dat in 2020/21 met die trend werd gebroken. De telling van oktober 2020 behoorde bij Kolgans en Toendrarietgans zelfs tot één van de beste tellingen ooit voor deze soorten in deze maand, als resultaat van een massale aankomst in de dagen voorafgaand aan de telling. In de winterperiode zelf waren de verschillen met het gemiddelde beeld uit de voorgaande jaren overigens veel kleiner (zie voorbeeld Kolgans in figuur 2). De koudeperiode aan het eind van de winter zorgde nog wel voor boven-gemiddelde aantallen van onder andere Toendrarietgans (februari) en Kolgans (maart). De wat grotere aantallen Kolganzen waren verder het gevolg van het naar huidige maatstaven uitzonderlijk goede broedseizoen. Met ongeveer 21% eerstejaars werd het hoogste jongenpercentage sinds 2005/06 vastgesteld. Ook Toendrarietgans (ongeveer 17%) en Kleine Rietgans (20%) kenden een goed broedseizoen, maar bij Brandgans (10%) en Kleine Zwaan (8%) week het jongenpercentage weinig af van het lage aandeel jongen in eerdere jaren.

Wat brengt 2021/22?

Vanwege Covid-19 is er weinig activiteit geweest van onderzoekers in de arctische broedgebieden. Een last-minute georganiseerde Duitse-Russische expeditie naar het eiland Kolguev kwam daar eind juli en begin augustus nog veel ganzenfamilies met relatief kleine jongen tegen, en de aantallen ganzen leken kleiner dan bij de laatste expeditie in 2019 (grote aantallen eerder vertrokken naar Taimyr om te ruien?). Bij de expeditie werden zowel Kolganzen als Brandganzen (en enkele Toendrarietganzen) van halsbanden en kleurringen voorzien. Verder kwamen berichten uit Zweeds Lapland dat de Dwergganzen een goed broedseizoen doormaakten, misschien wel het beste sinds 2011. In de zomer werden er ten minste vijf broedparen met in totaal 12 jongen gesignaleerd. Het is natuurlijk afwachten of alle jongen vliegvlug zijn geworden. Veel van de succesvolle broedparen horen bij de groep die normaliter in het Oudeland van Strijen en bij Petten is te zien, dus vanaf eind september kunnen we nagaan hoeveel families zijn teruggekeerd. Naast de eigen aanwas zijn in twee gebieden nieuwe vogels uitgezet, waaronder een aantal met GPS zenders. Verder hebben collega's van WENR (voorheen Alterra) het aantal geringde Grauwe Ganzen opgekrikt. In de zomer werden groepen gevangen in Noord-Holland, Groningen en op Terschelling. Ze zijn uitgerust met de bekende groene halsbanden, maar ditmaal met een nieuw type code dat van boven naar onder gelezen moet worden en vier tekens heeft (voorheen 3 tekens, waarvan 2 'gedraaid'). Daarnaast werden in Haren (Gn) Grote Canadese Ganzen geringd (eveneens met groene halsbanden) en werden in het Noordelijk-Deltagebied een paar honderd Brandganzen van kleurringen of (zwarte) halsbanden voorzien. Waarnemingen van al deze vogels kunnen zoals gewoonlijk worden ingevoerd via BirdRing en bij www.geese.org.

Figuur 1. Aantallen ganzen en zwanen in overeenkomstig getelde gebieden in oktober-maart 2020/21 ten opzichte van het gemiddelde in de voorgaande vijf seizoenen (afwijking in %). Het gaat om een grote steekproef van telgebieden die in alle maanden en jaren altijd waren geteld en dus onderling goed vergelijkbaar zijn. Ze geven dus een eerste voorlopige indicatie van het ganzen- en zwanenbezoek.

Figuur 2. Seizoensverloop Kolgans in 2020/21 ten opzichte van de voorgaande vijf seizoenen, weergegeven als het procentuele verschil in aantallen tussen beide periodes, wederom op basis van de overeenkomstig getelde gebieden van figuur 1.

Kees Koffijberg