Zingende Fluiter. Beek-Ubbergen, 1 mei 2009. Foto: Harvey van Diek

Fluiters, muizen en rupsen

In de bossen waar in mei en juni Fluiters zongen, is het inmiddels zo goed als stil. Een enkele vogel verraadt met een slepend ‘pjuu’ roepje dat er nog jongen te verzorgen zijn. Veel Fluiters zijn waarschijnlijk al vertrokken.

Hoe die wegtrek in zijn werk gaat, is grotendeels duister. Zelfs op vinkenbanen waar met geluid wordt gewerkt, beschouwen de ringers een Fluiter in de netten als een buitenkans. Waarschijnlijk trekken onze Fluiters, net als Britse vogels, direct in zuidoostelijke richting naar Italië om van daaruit in een grote sprong de Sahara te nemen. En wat daar vervolgens gebeurt, moet nog ontraadseld worden.

Afnemende bosvogel?
Veel vogelaars klagen over de afname van Fluiters in hun omgeving. Dat klopt tot op zekere hoogte. In veel bosgebieden zijn Fluiters tegenwoordig met een lampje te zoeken, ook op plekken waar ze ‘een tijdje geleden’ nog volop zaten. De Nederlandse trend vertoont dan ook een forse afname sinds begin jaren negentig (kijk op Aantalsontwikkeling onder de soortpagina). Destijds was de Fluiter echter sterk toegenomen ten opzichte van begin jaren zeventig. Misschien verschillen de huidige aantallen niet eens zo veel van die van pakweg 40 jaar geleden.

Broedseizoen onder slecht gesternte?
Broedseizoen 2014 leek voor Fluiters desastreus te worden. Het barstte van de Bosmuizen (en Veldmuizen) en rupsen waren schaars. Volgens buitenlandse onderzoekers zouden Fluiters gebieden mijden waar zich bij aankomst in het voorjaar veel muizen ophouden. Die prederen immers de gemakkelijk vindbare grondnesten. Dit zou een van de redenen kunnen zijn waarom Fluiters zich van jaar op jaar in grote gebieden zo onvoorspelbaar gedragen: het ene jaar opvallend algemeen, het andere jaar ronduit schaars.
Het tweede lijkt voor zich te spreken. Weinig rupsen = weinig voedsel, dus veel mislukkende nesten.

Of toch niet
Maar de werkelijkheid is soms weerbarstig. Daar heb je dan wel een vindingrijk en intensief onderzoek(er) voor nodig. Rob Bijlsma constateerde in Zuidwest-Drenthe redelijk normale aantallen in 2014. Dat een hoog aandeel mannetjes ongepaard bleef, is niet uitzonderlijk. Het verwachte slechte broedsucces viel alleszins mee; het was vergelijkbaar met dat in 2013 en veel hoger dan in 2012, twee jaren waarin de Fluiters eveneens op de voet gevolgd werden.

Aanpassingsbereid
De rupsenschaarste in 2014 bleek Fluiters tot aanpassing van hun gedrag te dwingen, een actie die ze blijkbaar met succes volbrachten. Loofbomen, de geprefereerde plek om voedsel te zoeken, werden duidelijk minder bezocht dan anders; naaldbomen - waar zich andere prooien dan rupsen ophouden - des te meer. Het lijkt erop dat Fluiters tot op zekere hoogte kunnen switchen tussen prooigroepen indien dat nodig is.

Meer lezen
Het volledige artikel is hier te lezen. Op de soortenpagina Fluiter zijn ook verschillende andere artikelen over de ecologie van de Fluiter op te halen.