Plukresten van de onfortuinlijke Koekoek. Foto: Willem van Manen

Exit Koekoek

In Boswachterij Hooghalen en het aangrenzende beekdal (zo’n 2000 ha bos, hei en moeras), trof ik tot op 8 mei ten minste twee verschillende koekoekmannetjes, die alle aanzienlijke afstanden afleggen tussen hun roeplocaties. Wanneer er niet meer bijkomen, dan betekent dit een forse afname ten opzichte van 1998, toen het er nog zes waren. In 1989 werden nog 27 roepende mannetjes geteld in dit gebied. Het kan wel zijn dat we in die tijd minder zorgvuldig waren met uitsluitende waarnemingen, maar Koekoeken waren toen nog onvoorstelbaar algemeen en nu vrijwel verdwenen.

Door Willem van Manen

Ook afgenomen is de Havik. In de jaren negentig vond ik in het bovengenoemde gebied meermalen een maximum van twaalf nesten, terwijl het in de laatste jaren om slechts drie nesten gaat. Het aantal plukresten dat je aantreft is zo mogelijk nog sterker afgenomen, van enkele tientallen tot hooguit enkele per dag.

Geplukte Koekoek

Groot was dan ook mijn verbazing dat de plukrest onder een eik aan de rand van een laagte met wollegras een Koekoek bleek te zijn, vermoedelijk een mannetje, en gezien de locatie en aard van het plukken, geslagen door een Havik.

In welke mate kunnen Haviken verantwoordelijk zijn voor afname van de Koekoek? Drentse Haviken aten volgens Bijlsma (1993)* in de jaren tachtig 0.6% koekoek (n=3682 prooien) en roomden daarmee jaarlijks een geschatte 3.4% van de populatie af. We kunnen er dus van uit gaan dat Koekoeken met zwaardere ongenoegens te kampen hebben dan Haviken, al geldt dat natuurlijk niet voor het individu op de foto.

*Bijlsma R.G. 1993. Ecologische Atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co. Haarlem