Houtduif, na de Kolgans de talrijkste soort, en tevens een van de meest verspreide. Foto Ran Schols, 1 januari 2015

Ervaringen met de LiveAtlas

De LiveAtlas ging van start op de Landelijke Dag van 2018. Allerlei vogelaars gingen aan het stoeien met dit aantrekkelijk concept. Door consequent lijstjes bij te houden van alle soorten die je ziet gedurende een bepaalde tijdsperiode, leg je seizoenspatronen in het voorkomen van vogels vast en draag je bij aan actualisering van de verspreidingskaarten in de Vogelatlas.

Je kunt op verschillende manieren meedoen, verloren (halve) uurtjes hoeven niet meer te bestaan. Een van de voor ons leukste manieren bleek te zijn: een uur lang in een kilometerhok alle vogels noteren tijdens een rustige rondwandeling. Eigenlijk zoals bij het veldwerk voor de Vogelatlas, maar dan uitgebreid tot het turven van alle soorten. Desnoods daarbij een schatting makend van de aantallen van de talrijkste soorten. Aantallen, desnoods geschat, zeggen zo veel meer dan alleen aan/afwezigheid noteren...

Een regionale mini-atlas

Bij wijze van experiment namen we in de tweede helft van december 2018 de kleine gemeente Mook onder handen. Van tevoren werd de werkwijze goed doorgesproken en in het veld op elkaar afgestemd, daarna kreeg ieder via een random verdeling de helft van de kilometerhokjes op zijn bord. Dat ging lekker en smaakte naar meer…
In januari 2019 ging de aangrenzende gemeente Gennep onder het mes, in december-januari 2019/2020 de gemeente Heumen en een deel van het Land van Cuijk. In totaal kwamen 159 kilometerhokken aan de beurt. Bij lastige hokken (doorsneden door de Maas) was het soms noodzakelijk om de telling te verdelen over verschillende momenten, maar we zorgden ervoor dat het totaal per hok op precies één uur uitkwam.

Soorten, aantallen en verspreiding

We sprokkelden 120 soorten bijeen, inclusief een tiental exoten, en het soortenrijkste kilometerhok leverde 54 soorten op. Geen enkele soort werd in alle 159 hokken vastgesteld, maar Koolmees (158) en Zwarte Kraai (157) kwamen dichtbij.
In totaal noteerden we 73.414 vogels, met de Kolgans (10.212) als talrijkste soort en de Koolmees (3743) als meest algemene zangvogel. Leuke waarnemingen genoeg, onder andere van Roodkeelduiker, Topper, Middelste Bonte Specht en Cetti’s Zanger (hier nog zeldzaam). Maar er waren ook missers. Zo lieten Blauwe Kiekendief en Klapekster zich pas nét na het teluur zien en werden ze dus niet meegeteld; hierin moet je hard zijn voor jezelf.

In deze tabel vind je het totaal aantal geregistreerde vogels per soort, het maximum en de gemiddelde dichtheid per kilometerhok en de presentie (percentage bezette hokken). De ware liefhebber van cijfers kan in dit overzicht de gegevens desgewenst nog uitsplitsen per deelgebied; leesbril (of inzoomen) handig voor de senioren onder ons.

Misschien nodigen de verspreidingskaarten wat eerder uit tot nadere bestudering dan het cijfergeweld in de tabellen. De kaarten geven in één oogopslag een idee van het voorkomen van vogelsoorten in deze regio. De ondergrond (bos, wateren, bebouwd gebied enzovoort) biedt daarbij nuttige achtergrondinformatie voor wie de omgeving niet kent.

Interpretatie

Uiteraard is het een illusie om te denken dat alles in kaart is gebracht. Het betrof immers geen volledig vlakdekkende kartering, die een veelvoud aan tijd zou hebben gekost (en dan nog kun je die stille Heggenmus in de achtertuin missen). Bovendien ging het om een eenmalige telling, en we weten allemaal dat de weersomstandigheden (zeker ook in de winter!) van grote invloed zijn op de activiteit en registreerbaarheid van vogels. Dan zwijgen we nog even over het feit dat sommige soorten ’s winters notoir lastig te vinden zijn. Eén geluk: binnen de twee winterperioden trad geen ingrijpende verandering in het weer op. Een serieuze vorstperiode met zware sneeuwval zou het beeld op zijn kop hebben gegooid.

Het gepresenteerde overzicht is wat het is: een steekproef die min of meer aangeeft wat je binnen een uur op een vierkante kilometer in deze regio kunt verwachten. Maar het geeft wel een (eerste) beeld van wat er hier aan vogels overwintert, en het maakt - binnen soorten met vergelijkbare detectiekansen - verschillen in talrijkheid zichtbaar. Bij een herhaling (in het voorjaar? in een andere winter?) of vergelijking met andere (op dezelfde manier onderzochte) gebieden zullen grote verschillen zeker aan het licht komen.

Inspiratie?

Misschien een aardige opzet voor werkgroepen die hun eigen werkgebied nader willen onderzoeken? Net als bij het veldwerk voor de Vogelatlas blijft het aardig en nuttig om eens andere dan de bekende vogelplekjes te bezoeken. Het uitmesten van kilometerhokken levert vrijwel iedere keer verrassingen op: die verwaarloosde tuinen of de vinkenrijke strook zonnebloemen die je anders nooit ontdekt zou hebben, een Havik wegschietend van zijn vers geslagen prooi, een fraaie gemengde mezengroep...er is genoeg te zien, ook in de winter.

Fred Hustings & Jeroen Veeken