Houtduif, een van de weinige soorten die in alle 23 hokken voorkwam. Foto Ran Schols, 1 januari 2015

Ervaringen met de LiveAtlas

De LiveAtlas ging officieel van start op de Landelijke Dag van dit jaar. Allerlei vogelaars zijn ermee aan het stoeien, want het is een aantrekkelijk idee: door consequent lijstjes bij te houden van wat je ziet gedurende een bepaalde tijdsperiode draag je bij aan het landelijke verspreidingsbeeld. En help je daarmee om de kaarten in de Vogelatlas te actualiseren.

Je kunt op verschillende manieren meedoen, maar na wat experimenteren kwam ik er al snel achter dat voor mij de leukste manier toch is: een uur lang in een kilometerhok alle vogels noteren tijdens een rustige rondwandeling. Eigenlijk zoals bij het veldwerk voor de Vogelatlas, maar dan uitgebreid tot turfwerk voor alle soorten. Desnoods een schatting maken van de aantallen van de talrijkste soorten, want aantallen zeggen zoveel meer dan alleen aan/afwezigheid...

Een regionaal mini-atlasje

Om een beeld te krijgen van de overwinteraars in de directe omgeving, namen Jeroen Veeken en ik ons voor om de hele gemeente Mook in kaart te brengen met de live atlas methode. Dat is geen enorme klus bij deze vrij kleine gemeente, die bestaat uit 18 volledige kilometerhokken en nog eens 5 die voor de helft of iets meer tot de gemeente behoren (de nog kleinere lieten we buiten beschouwing). Bijna de helft van de gemeente bestaat uit bos (veel naaldbos, maar ook stukken fraai loofbos), de rest uit agrarisch gebied, enkele dorpen en een forse plas.

Veldwerk

Het klusje werd voortvarend geklaard tussen 18 en 30 december. Van tevoren werd de werkwijze goed doorgesproken en in het veld afgestemd, en daarna kreeg ieder via een random verdeling de helft van de blokjes op zijn bordje. Ze werden precies een uur lang bezocht (18 hokken) of een half uur (de 5 kleinere hokken). Het leverde soms wat improviseren op met 'onmogelijke' routes, maar bleek goed te doen. Het weer was meestal grijzig en fris, maar wel rustig: prima telweer. Soorten als Grote Bonte Specht, Boomklever en Glanskop bleken aardig vocaal. Vooral de ochtenden (tot ca. 14.00 u) werden door ons benut.

Resultaten

We sprokkelden 84 soorten bijeen, waaronder 7-8 exoten. De Kolgans was goed voor ruim een kwart van de in totaal 10.154 getelde vogels. Slechts vier soorten bleken in alle 23 hokken voor te komen: Houtduif, Koolmees, Pimpelmees en Vink. Leuke waarnemingen waren er onder andere van Middelste Bonte Specht, IJsvogel en Grote Gele Kwikstaart. Opvallend schaars was de Sperwer, die pas op een van de laatste tellingen kon worden toegevoegd. En je zult het altijd zien: Klapekster en Raaf lieten zich nét na de teltijd pas zien.  Voor de liefhebber: hier vind je een lijstje van de resultaten.

Interpretatie

Uiteraard moet je met deze methode niet denken dat je alles in kaart hebt gebracht. Het is geen vlakdekkende kartering, die zou minstens het vijfvoudige aan tijd hebben gekost (en dan nog kun je die stille Heggenmus in de achtertuin missen). Het is wat het is: een steekproef die (gemiddeld per hokje) min of meer aangeeft wat je binnen een uur op een vierkante kilometer in de gemeente Mook kunt verwachten eind december. Maar het geeft wel een (eerste) beeld van wat er hier aan vogels overwintert, en het maakt - binnen soorten met vergelijkbare detectiekansen - verschillen in talrijkheid zichtbaar. Bij een herhaling (in het voorjaar? in een andere winter?) of vergelijking met andere (op dezelfde manier onderzochte) gebieden zullen grote verschillen zeker aan het licht komen.

Inspiratie?

Misschien een aardige opzet voor werkgroepen die hun eigen werkgebied nader willen onderzoeken? Net als bij het veldwerk voor de Vogelatlas blijft het aardig en nuttig om eens andere dan de bekende vogelplekjes te bezoeken. Het uitmesten van kilometerhokken levert vrijwel iedere keer verrassingen op: die verwaarloosde tuinen of de vinkenrijke strook zonnebloemen die je anders nooit ontdekt zou hebben, een Havik wegschietend van zijn vers geslagen prooi, een fraaie gemengde mezengroep...er is genoeg te zien, ook in de winter.

Fred Hustings