Uitleg van Henk van der Jeugd (Vogeltrekstation) bij het ringen in de vroege ochtend.

Eerste NOU-congres een succes

Voor het eerst in het meer dan honderdjarige bestaan van de NOU werd er een meerdaags congres georganiseerd. 160 (amateur)vogelonderzoekers volgden van 30 januari t/m 1 februari allerlei korte presentaties en workshops in De Biotoop in Haren (Gr.). Zo'n congres is vooral een inspiratiebron om zelf leuke onderzoekjes te starten. Je kunt al met de Huismussen en Sperwers vlakbij beginnen.

Dat de ornithologie in Nederland springlevend is, bleek wel uit de hoeveelheid deelnemers van dit eerste congres van de Nederlandse Ornithologische Unie. Vrijdagavond 30 januari opende Joost Tinbergen het congres met een kort overzicht van de geschiedenis van de NOU. Al snel kreeg Christiaan Both het woord, die de laatste stand van zaken van het onderzoek naar klimaatverandering en Bonte Vliegenvangers toelichtte. De wat koude collegezaal in De Biotoop deed de luisteraars meteen naar het warme West-Afrika verlangen, waar onze vliegenvangers nu verblijven en waar ze eigenlijk nog veel beter onderzocht zouden moeten worden. Maar ook daar wordt aan gewerkt door Nederlandse onderzoekers.

Voor amateurs

Het congres was een mooie mix van verhalen van gedreven amateurs en doorgewinterde onderzoekers. Hein Verkade liet bijvoorbeeld zien hoe zijn intensieve tellingen van gierzwaluwnesten in verhouding staan tot het aantal vliegende Gierzwaluwen. Egbert Boekema noteerde jarenlang de zangactiviteit van zangvogels in Groningen en bracht verschuivingen in de pieken in beeld. 'Amateurs, zo moeten we de mensen hier niet noemen. Vrijwilligers gaan vaak erg professioneel aan de slag', zei Sjoerd Dirksen. Hij vertelde over hoe de Werkgroep Casarca Nederland de herkomst van de Nederlandse ruiers al aardig in de smiezen heeft. Veel verhalen lieten mooi zien hoe samenwerking van vrijwilligers en onderzoekers tot prachtige resultaten kan komen. Juist dat is de kracht van de NOU en natuurlijk ook die van Sovon.

Zelf aan de slag

Na de presentaties waren er allerlei workshops. Bruno Ens legde uit hoe het aflezen van kleurringen in z'n werk gaat. De meest spectaculaire sessie was ongetwijfeld die van Kees Camphuysen: hij had tientallen lijken van Zeekoeten meegenomen. Gezonde vogels, die verstrikt in een visnet waren geraakt. 1200 gram zeevogel, met bijzonder kleine vleugels. Iedere zeetrekteller weet hoe snel ze die vleugels bewegen om als torpedo's over het water te scheren. Ze werden nauwkeurig onderzocht door de deelnemers. En dan de workshop van Willem van Manen en Jan van Diermen: over hoe je zelf de populatie Haviken en Sperwers in je omgeving nauwkeurig kunt volgen en de dynamiek ervan ontrafelen kunt. De interessante verhalen en ontmoetingen tijdens het NOU-congres lokken uit tot meer van dit soort onderzoek, dat ontwikkelingen van soorten verder verklaart.

Albert de Jong