Kraanvogels in baltsstemming. Wieringermeer, 23 februari 2017 (Johan van der Vegt, waarneming.nl)

Eerste golf Rode Wouwen en Kraanvogels

De meeste vogelaars zullen hun eerste Rode Wouw van het jaar verwachten in maart. En Kraanvogels worden het vaakt gezien bij oostenwinden, die de trekbaan tot boven ons land brengen. Of niet soms?

Dat dit geen wet van Meden en Perzen is, bleek afgelopen dagen weer eens. Gisteren, 23 februari, trok de wind aan van krachtig tot stormachtig, zodanig dat veerboten uit de vaart werden genomen, verkeer hinder ondervond en een vliegtuig op Schiphol naast de baan terechtkwam. Vandaag draaide de wind naar noordwest. Voorwaar geen omstandigheden om Rode Wouwen en Kraanvogels te verwachten.

Vroege doortrek 

Toch werden er opmerkelijk veel Rode Wouwen gezien, en dan met name in de oostelijke provincies (zie deze kaart ontleend aan waarneming.nl). Op sommige locaties zelfs verschillende op een dag, zoals het vijftal bij Vilt in Zuid-Limburg en De Hamert in Noord-Limburg, en de drietallen in Riethoven (Noord-Brabant) en Deventer (Overijssel) aantonen. Even opmerkelijk is dat er al aardig wat Kraanvogels zijn gesignaleerd; opmerkelijk niet zozeer vanwege de datum maar vanwege de ruime verspreiding, tot in de Kop van Noord-Holland aan toe (zie ook deze kaart, eveneens ontleend aan waarneming.nl). Met groepen tot enkele tientallen Kraanvogels is men in West-Nederland niet ieder jaar zo ruim bedeeld. Pleisteraars kregen soms al de voorjaarskolder in de kop, getuige de foto uit de Wieringermeer.

De wind mee

Blijkbaar stond de zeer krachtige zuidwestenwind van gisteren gunstig voor beide soorten om een flinke ruk noordwaarts te gaan. Bij de Rode Wouwen zal het vermoedelijk eerder gaan om vogels die in Duitsland broeden (en die vanaf februari hier aankomen) dan om Zweedse vogels (die gewoonlijk later arriveren). Het aantal Kraanvogels dat noordelijk overwintert, tot bij Lac du Der in Noord-Frankrijk, is in recente jaren sterk gestegen (let bijvoorbeeld op de grafiek Hivernage met overwinteringen in Frankrijk). Het is aannemelijk dat het bij de eerste doortrekgolven vooral om kranen zal gaan die op de meest noordelijke overwinteringsplaatsen verbleven.