Roodkopklauwier in Broeksterwoude. Foto: Marchel Stienstra

Een vreemd broedseizoen in Fryslân

Langzamerhand beginnen de gegevens binnen te druppelen van een vreemd jaar, een heel vreemd jaar. De zeer lange winter heeft veel veroorzaakt in flora- en faunaland. Het heeft in elk geval geleid tot een verlate start van het broedseizoen van soorten die normaliter in maart-april beginnen.

Door Gerard Tamminga, DC Fryslân

Ineenschuiven start vroege en late broeders

Soms leidde de lange winter tot het niet over gaan tot broeden. Ook was het voor de tellers een lastig jaar, mede omdat er normaliter in maart-begin april een 1e bezoekronde gepland staat, maar het toen nog practisch winter was in ons land, evenals in België en Frankrijk. Zelfs in Spanje was het veel te koud voor de tijd van het jaar. En wat deden onze standvogels?

Sommigen trokken zich nergens wat van aan en begonnen te broeden, maar veel soorten stelden het broeden uit. Dit gold niet voor de latere broeders. Het gevolg was dat er een verschuiving ontstond, de vroege broeders schoven veel dichter op naar de later aanvangende broeders. Het schoof als het ware in elkaar.

Wie weet heeft dit geleid tot voedselconcurrentie waardoor het aantal broedgevallen en legselgroottes van de nesten lager waren. Maar dit zal in de loop van de jaren moeten blijken wanneer de totaalcijfers van verschillende jaren met elkaar vergeleken kunnen worden.

Roodkopklauwier

Vanaf 9 juli 2013 aanwezig bij Broeksterwoude. Een bijzondere soort voor Nederland en zeker voor Fryslân. En hij zit er nog steeds (19-08-2013). De eerste waarneming werd gedan op 9 juli. Omdat van de Roodkopklauwier twee waarnemingen nodig zijn binnen de datumgrenzen (1 juni - 15 juli), die bovendien tien dagen uit elkaar liggen, is er helaas geen sprake van een geldig territorium.

Foto Roodkopklauwier: Marchel Stienstra


Draaihals

Tijdens BMP-tellingen op een landgoed in Oranjewoud zijn tijdens een periode van zes weken Draaihalzen waargenomen. De eerste waarneming was onzeker en is daarom ook niet genoteerd. Twee zeer onrustig bewegende vogels, in de toppen van dennen, maar bijna met zekerheid beoordeeld als Draaihals. Helaas kon niet voor de volle 100% worden vastgesteld dat het om Draaihalzen ging, ze zaten net te ver voor de verrekijker. Tijdens de volgende ronde een baltsend paar waargenomen, trillend met de vleugels en de snavels voortdurend bij elkaar langs aaiend, totdat ze de teller waarnamen en ze er vandoor schoten naar dezelfde dennen. Tijdens de volgende ronde is op dezelfde plek één individu waargenomen, foeragerend op de grond.

Klein Waterhoen

Via een teller bereikte me het bericht dat er al enige tijd een Klein Waterhoen zat te roepen bij Sintjohannesga. Het beestje ging flink tekeer en hield zich ook niet aan de regels zoals ze beschreven stonden. Hij riep de hele dag door, ’s avonds en ’s nachts, kennelijk had hij geen slaap nodig. Gedurende het seizoen werd het wel rustiger, zou er een vrouwtje bij aanwezig zijn en zijn ze overgegaan tot broeden? Wie weet. Ook de Waterral weet een bijna identiek geluid te maken, een versnellend kwekkend geluid. Wees daar bewust van.

Steltkluut

De Steltkluut heeft dit jaar met succes gebroed bij Oudega (SW). De vele bezoekers aan het gebied hebben het paartje niet weg gehouden van hun nest en konden hun kuikens grootbrengen. Zouden ze volgend jaar weer terugkomen?

Tot slot

In de volgende nieuwsbrief worden de reeds ingevoerde gegevens van de z-soorten beschreven.

Contact

Gerard Tamminga, lsb.fryslan@sovon.nl