Bosruiter, een van de steltlopers die bij uitdrogende plassen kan opduiken. Foto: Ran Schols

Droogte en steltlopers in binnenland

Dat de nu al legendarische zomer van 2018 droog is, hoeven we niemand te vertellen. Het neerslagtekort is reeds opgelopen tot dat van het 'gietijzeren record' van de zomer van 1976.

Uitdrogende of al drooggevallen plassen; rivieroevers met brede stranden...het is een beeld dat we overal zien. Misschien niet de meest vreugdevolle aanblik, maar voor vogelaars in het binnenland biedt het kansen. Dat geldt niet voor al enige tijd uitgedroogde plassen, die meestal vogelloos zijn. Plassen die aan het uitdrogen zijn, kunnen echter als een magneet vogels aantrekken.

Op allerlei, soms onverwachte plekken duiken reigers, Lepelaars en met het nodige geluk Zwarte Ooievaars op die zich tegoed doen aan visjes, amfibieën, slakjes, (larven van) insecten en andere etenswaar. Ook steltlopers weten hiervan te profiteren.

Steltlopers in een veengebied

Dat steltlopers in droge (na)zomers talrijker opduiken in het binnenland dan in uitgesproken natte zomers, is al lang bekend. Wat de waterstand kan uitmaken, blijkt bijvoorbeeld uit tellingen in de Groote Peel, samengevat (met heel veel andere vogelinformatie) in 1999 door Carlo van Seggelen*.

De vennen in dit bijna 1400 ha grote natuurreservaat kunnen in de nazomer barstensvol water staan, maar ook bijna kurkdroog vallen. Het laatste was onder meer het geval in 1976, 1990-94 en 1996. In deze jaren waren soorten als Bonte Strandloper (tot 43 per dag), Watersnip (400), Witgat (27), Zwarte Ruiter (40) en Bosruiter (45) veel algemener dan in de natte jaren, wanneer het om slechts enkele exemplaren ging.

Nog hogere aantallen

Van enkele steltlopers zijn nog hogere aantallen bekend uit de jaren zestig. Watersnip (tot 1000 per dag), Zwarte Ruiter (100), Witgat (100) en Bosruiter (150) verschenen destijds in aantallen die voor het diepe binnenland bijzonder zijn.

Dat zich dit nooit meer herhaalde, kan deels te maken hebben met een algehele afname in de herkomstgebieden (Watersnip, Zwarte Ruiter, misschien ook Bosruiter). Daarnaast hebben maatregelen om water vast te houden in dit voorheen nogal droge gebied misschien extra aantrekkingskracht uitgeoefend op steltlopers.

 

* Carlo van Seggelen 1999. Vogels van de Groote Peel. Een eeuw avifauna in een veranderend hoogveenlandschap. Stichting Natuurpublicaties Limburg.

Fred Hustings