Eekhoorns tel je als BMP-teller natuurlijk ook | Foto: Harvey van Diek

Doe mee(r) met BMP: tel ook dagactieve zoogdieren

Onder de noemer ’meetnet Dagactieve Zoogdieren’ zijn al sinds 1994 zoogdiertellingen in het BMP opgenomen.

Door: Vilmar Dijkstra (Zoogdiervereniging) & Tom van der Meij (CBS)

Aantal telgebieden neemt flink toe!

De laatste jaren is het aantal telgebieden waarvan zoogdiergegevens worden doorgegeven flink toegenomen, zie figuur 1. Inmiddels gaat het aantal telgebieden met zoogdiergegevens richting de 850. Dat is voor het meetnet een geweldige ontwikkeling! Zo wordt dankzij jullie inzet de kans dat er van meer soorten en in meer provincies betrouwbare trends worden berekend als maar groter.

Figuur 1. Aantal telgebieden waarvan over de periode 1994-2017 gegevens zijn binnengekomen.

 

Dankzij al deze gegevens kunnen van zeven soorten betrouwbare landelijke indexen en trends worden berekend: haas, konijn, eekhoorn, muskusrat, egel, vos en ree. Voor egel en muskusrat kunnen we dat overigens nog maar vrij recent, omdat eindelijk voldoende telgebieden beschikbaar zijn. Daarnaast kunnen van een paar soorten ook provinciale trends worden bepaald. Hier bespreken we de resultaten van eekhoorn en egel. Op andere soorten zullen we in een volgend bericht ingaan.

Eekhoorn

De populatie van de eekhoorn is in Nederland over de periode 1996-2017 matig afgenomen (figuur 2 en 3, n=554). Figuur 2 geeft de trends in een aantal gebieden waar eekhoorns voorkomen.

Er is nog steeds een opvallend verschil in de trends in loof- en naaldbos. In loofbos is de populatie stabiel, maar in naaldbos is net als de landelijke trend sprake van een matige afname. In Nederland en een aantal provincies en begroeiingstypen is er de laatste 10 jaar wel sprake van een verbetering van de trend. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de goede voedselvoorziening in het loofbos dankzij de overvloedige mast in het najaar van 2016. Wat opvalt is dat niet alle provincies en regio’s daarvan hebben kunnen profiteren. Ook afgelopen herfst was er een goed mastjaar. Vooral van eik. Bij beuk was op Veluwezoom een relatief groot deel van de nootjes leeg, rot of verdroogd, maar er waren genoeg nootjes die goed gevuld waren getuige ook de vele vinken en kepen. Ook de eekhoorn kan hiervan profiteren. We verwachten dat jullie in 2019 meer eekhoorns zullen waarnemen.

Figuur 2. Trend van eekhoorn in de periode 1996-2017 in Nederland, de provincies, fysisch-geografische regio’s en begroeiingstypen. In ontbrekende provincies zijn te weinig meetpunten voor trendberekening.

 

Voor onderzoek naar ziekten bij eekhoorns zijn we nog steeds op zoek naar verse dode eekhoorns. Daarom hier de oproep om verse dode eekhoorns die niet langs de weg liggen aan te melden bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Dit kan via www.dwhc.nl. Daarbij is het van groot belang dat dieren binnen 24 uur na overlijden veilig gesteld worden om onderzoek naar ziekten uit te kunnen voeren. Na melding neemt het DWHC contact op met de melder om te kunnen beslissen of het dier in aanmerking komt voor onderzoek en er eventueel een koerier ingeschakeld wordt om het dier op te halen. Te onderzoeken dieren mogen niet ingevroren worden, wel mag er gekoeld worden.

Figuur 3. Indexen van de aantalsontwikkeling van de eekhoorn in Nederland, loof- en naaldbos in de periode 1996-2017 (bron: ZV/CBS).

 

Egel

De trend van de egelpopulatie is over de periode 1994-2017 stabiel (figuur 4, n=265).  De trend voor de laatste tien jaar laat echter een matige afname zien. In de stadstuin van de eerste auteur bevonden zich eind 2017 voor het eerst sinds 2,5 jaar weer egels (twee jonge exemplaren). In 2018 zijn inmiddels al minimaal drie verschillende exemplaren op bezoek geweest. Ook waren er in 2018 meer dood gereden egels te zien. Mogelijk een teken dat er (plaatselijk) toch sprake is van herstel. Al zal de extreme droogte in de zomer een probleem kunnen zijn geweest voor een succesvolle voortplanting.

Figuur 4. Index van de aantalsontwikkeling van de egel in Nederland in de periode 1994-2017 (bron: ZV/CBS).

 

Grotere ambitie

Trends van de zoogdieren zijn ook van belang om ontwikkelingen bij vogels te duiden (bv de relatie konijn en tapuit). Er zijn echter ook soorten die op dit moment nog niet voldoende gedekt worden om landelijke of provinciale indexen en trends te bepalen. Zo is het meetnet nog net niet robuust genoeg om meer te kunnen zeggen over de drie kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing), terwijl er aanwijzingen zijn dat het niet goed gaat met deze soorten. Als het jaarlijkse aantal deelnemers aan het meetnet Dagactieve Zoogdieren groter wordt zal het aantal soorten met betrouwbare landelijke of provinciale indexen en trends kunnen toenemen. Doe daarom mee en geef jaarlijks via de website van Sovon de aantallen zoogdieren door die je tijdens je broedvogelmonitoring ziet!

Wil je meer weten over welke zoogdiersoorten gevolgd worden en welke gegevens je moet doorgeven, kijk op de methode dagactieve zoogdieren.

In de volgende nummers zullen we meer van de resultaten laten zien. Wil je daar niet op wachten, dan kun je ook via de website van de Zoogdiervereniging naar een overzicht van de resultaten over de periode 1994-2017 zoals die zijn weergeven in de Telganger.