Kortsnavelboomkruiper. Foto: Ran Schols

De opkomst van de Kortsnavelboomkruiper in Twente

Hoe is het dit jaar gegaan met de Kortsnavelboomkruipers in Twente en zette de groei van de afgelopen jaren dit jaar ook door? Ben Hulsebos, districtscoördinator van Twente, zet de getallen weer eens op een rij.

De eerste Kortsnavelboomkruiper, een ongepaard mannetje, werd in 2005 op de Lonnekerberg in Enschede gehoord. Het jaar daarop was er op dezelfde locatie een geslaagd broedgeval. De soort kende in 2007 een verhoudingsgewijs geweldige toename in Twente, want het aantal territoria en broedgevallen nam toe tot 7 en de soort breidde zich verder uit van de Lonnekerberg naar het Haagse Bos in Enschede. Na een periode van jaarlijks 1 tot 3 territoria was er in 2012 weer een opleving en werden er wederom 7 territoria vastgesteld. De Kortsnavelboomkruipers worden tegelijkertijd met het Twentse onderzoek naar Middelste Bonte Spechten geïnventariseerd, want ze komen bijna in dezelfde leefomgeving voor. Helaas zijn ze een bijzonder lastig vast te stellen soort die soms wel en soms niet op geluid reageert. Ook de zang wordt maar sporadisch gehoord. Interessant is echter dat het verspreidingsgebied zich uitbreidt. Vanuit telgebied Losser kwamen de volgende meldingen: Egheria (4 terr.), Boerskotten (2 terr.) en Snippert (2 terr.). Verder nog 1 terr. op Singraven, Denekamp, 3 terr. in het Haagse Bos, Enschede en 2 terr. op de Lonnekerberg. Een totaal van 14 territoria dus. Daarnaast waren er nog waarnemingen binnen de datumgrenzen die niet tot een geldig territorium konden worden herleid in het Aamsveen en in het Sterrenbos, Enschede en het Hulsbeek, Oldenzaal. Het lijkt er dus op dat de soort zich verder binnen Twente verder uitbreidt.

Het zal volgend jaar interessant zijn om te zien of de nieuwe criteria van de vernieuwde Handleiding Broedvogelonderzoek een trendbreuk zal veroorzaken. De verwachting is dat het aantal territoria  wel verder zal toenemen, maar dat er niet sprake zal zijn van een trendbreuk. Bij de Middelste Bonte Specht zijn in 2011 ook een datumgrensverschuiving en het criterium van 1 geldige waarneming ingevoerd en de grafiek van deze specht laat geen opmerkelijke verschillen zien.

Criteria voor een territorium

Ook hier was toen het belangrijke knelpunt van de noodzakelijke tweede waarneming van de baan. Voor de Kortsnavels is nu ook voortaan één waarneming van territoriaal of nestindicerend gedrag voldoende. Wel zijn er nog twee waarnemingen binnen de datumgrenzen 20 februari – 20 juni bij een volwassen exemplaar of een paartje in geschikt broedbiotoop nodig. 

Verder dank ik alle Twentse Sovon-tellers voor hun inzet in het afgelopen jaar en wens ik iedereen een vogelrijk 2017 toe.