Blauwe Kiekendief. Foto: Harvey van Diek

Broedvogels Waddenzee in mineur

Experts uit Denemarken, Duitsland en Nederland kwamen in april bijeen in het Duitse Wilhelmshaven om de situatie omtrent de broedvogels in de (internationale) Waddenzee te analyseren. Wat blijkt: van de 29 goed onderzochte soorten nemen er sinds 1991 maar liefst 16 in aantal af. Drie soorten staan op de rand van uitsterven.

Door Kees Koffijberg, coördinator broedvogelmonitoring Waddenzee

Veel karakteristieke waddenbroedvogels nemen af

Een actueel overzicht van internationale trends in de Waddenzee, in de periode 1991-2009, laat zien dat 16 van de 29 goed onderzochte soorten afnemen (figuur 1). Kemphaan, Watersnip en Bonte Strandloper staan op punt van uitsterven en komen in onze Waddenzee al niet meer tot broeden.

Onder de afnemende soorten vinden we karakterisitieke waddenbroedvogels als Strandplevier, Blauwe Kiekendief, Kluut, Scholekster en Eider. Bij 10 van de 16 afnemende soorten is de afname na 2000 nog eens versneld, met name bij Noordse Stern, Eider, Scholekster, Kokmeeuw, Tureluur en Blauwe Kiekendief.

Soorten die het voor de wind gaat zijn vooral enkele in kolonies broedende soorten als Zwartkopmeeuw (relatieve nieuwkomer), Aalscholver en Lepelaar, al neemt hun groeisnelheid na 2000 wel af.

Verschillen tussen noordelijk en zuidelijk deel Waddenzee

Trends in het Nederlandse en aangrenzende Duitse deel van de Waddenzee zijn gemiddeld negatiever dan in het noordelijk deel van de Waddenzee. Zowel in Nederland als in Nedersaksen domineren sinds 1991 negatieve trends (resp. 11 en 10 van de 17 algemeen verspreid in de Waddenzee voorkomende soorten). In Denemarken daarentegen namen 8 van de 17 soorten in dezelfde periode toe. Sleeswijk-Holstein neemt een middenpositie in.

Momenteel werken we aan de uitwerking van de resultaten van de complete TMAP kartering van 2012, die ook voor soorten als Scholekster, Kievit en Tureluur schattingen voor totale populaties voor onze Waddenzee gaat opleveren. Gezien de bovengeschetste ontwikkelingen zullen deze naar verwachting aanzienlijk zijn geslonken ten opzichte van eerdere complete tellingen in 1991, 1996, 2001 en 2006.

Figuur 1. Samenvatting van aantalsveranderingen bij broedvogels in de internationale Waddenzee sinds 1991. Weergegeven is de gemiddelde jaarlijkse aantalsverandering (bepaald met behulp van TRIM). In groen: significant toenemende soorten, oranje stabiele of fluctuerende soorten en in rood significant afnemende soorten. Kemphaan, Bonte Strandloper en Watersnip waren te zeldzaam om jaarlijkse aantalsveranderingen vast te stellen en zijn arbitrair op -15% gezet. Bron: Joint Monitoring Group for Breeding Birds/TMAP 2013.

Contact

Kees Koffijberg, kees.koffijberg@sovon.nl