De Kievit is een van de weinige soorten die licht toenamen in het gebied.

Broedvogelrapport Oostvaardersplassen

In 2012 inventariseerde Sovon in opdracht van Staatsbosbeheer het zogenaamde 'buitenkaadse', droge deel van de Oostvaardersplassen. Deze maand verscheen het rapport van deze inventarisatie. Daaruit blijkt dat het aantal soorten broedvogels sinds 1997 met een derde is afgenomen. De numerieke afname bedraagt een factor 10 of meer.

In 2012 werd de randzone van de Oostvaardersplassen geïnventariseerd op alle aanwezige broedvogels. Eerder gebeurde dat in 1997, 2002 en 2007. De randzone is het open gebied met de graslanden dat vanaf de uitkijkpunten te zien is en beslaat ongeveer 1/3 van de Oostvaardersplassen. Dit deel van het gebied is met name bedoeld als voedselgebied voor reigerachtigen, grasetende watervogels en weidevogels.

Dalende trends

De inventarisatie van 2012 laat zien dat de dalende trend van een aantal broedvogels in de randzone verder is voortgezet. Zowel het aantal soorten als het aantal broedparen van soorten die afhankelijk zijn van riet, ruigte en struweel (zoals de Kleine Karekiet) zijn verder afgenomen. Een aantal van deze broedvogels namen sterker af dan de landelijke trends en een aantal soorten vertoonden een afname die gelijk is aan de landelijke trends. De afname van enkele van deze soorten hangt nauw samen met de sterke afname van de vegetaties riet, ruigte en struweel in de randzone. Er zijn ook enkele soorten, zoals de Kievit, die als broedvogelsoort juist toenamen terwijl er landelijk sprake is van een afname. De graslanden in de randzone van de Oostvaardersplassen lijken voor deze soorten juist geschikter te worden.

Oorzaken

De verspreiding in 2012 laat zien dat voornaamste concentraties van broedvogelterritoria zich momenteel bevinden op plekkenwaar bezoekers kunnen komen en die daardoor minder worden begraasd. Een ander deel van de soorten nam niet af door de aanwezigheid van grote grazers, maar door natuurlijke successie. Het gaat hier met name om grasland-, ruigte- en struweelsoorten en een deel van de rietvogels. Deze ruimte zou zijn opgevuld door soorten van opgaand bos, zoals de Zwarte Kraai. Al met al is de broedvogeldichtheid vergelijkbaar met die van het agrarische landschap van zuidelijk Flevoland.