Broedvogelrapport 2017 verschenen

Het rapport vat broedvogelgegevens samen uit 2017. Van 194 broedvogelsoorten is inmiddels een betrouwbare trend beschikbaar. Meestal vanaf 1990, soms wat eerder of later. Het rapport wordt deze week aan de tellers opgestuurd.

Het broedseizoen volgde op de vierde zachte winter op rij, al was januari 2017 behoorlijk koud. Het zachte winterweer, in combinatie met klimaatopwarming, is in het voordeel van soorten die vorstgevoelig zijn of een Zuid-Europees verspreidingszwaartepunt hebben. Soorten die het in 2017 goed deden zijn Kleine Zilverreiger, IJsvogel (ondanks een licht verlies ten opzichte van 2016), Cetti’s Zanger, Graszanger en Vuurgoudhaan.

Opvallend veel

Het aantal Steltkluten was ongekend (51 paren), waarschijnlijk in samenhang met droogte in de Zuid-Europese broedgebieden. Op verschillende plekken ontstonden kleine ‘kolonies’. Ook de Kerkuil bereikte met 3364 nesten een recordhoogte. Zwartkopmeeuwen verdubbelden (rond 5000 paren) ten opzicht van eerdere topjaren. Kolonies tot 1556 paren (Ventjagersplaten) waren tot voor kort ondenkbaar.

Spetters

Spectaculair was een succesvol broedgeval van een Steppekiekendief (4 uitgevlogen jongen) in de provincie Groningen. Voor het tweede jaar op rij kwam ook de Visarend tot broeden (2 paren, 6 uitgevlogen jongen).

Op weg naar het einde?

Bij verschillende soorten zijn de aantallen inmiddels minimaal. De Blauwe Kiekendief (slechts 8 paren in 2017) is een markant voorbeeld, maar ook de stand van Velduil, Kramsvogel en Europese Kanarie is tot een bedenkelijk minimum gezakt. Van de Grauwe Gors kon wederom geen broedgeval worden vastgesteld. Zomertortel, Kleine Barmsijs, Patrijs, Buidelmees en Kemphaan zijn sinds 1990 met tenminste 90% afgenomen.

Ziektes in het spel?

De lichte afnames van Merel en Groenling zijn voor deze soorten ongewoon. Ze zouden verband kunnen houden met de uitbraak van de besmettelijke ziektes Usutu resp. Trichomonas (het Geel).

Waarom niet eerder

Lezers vragen zich wel eens af waarom de rapporten niet eerder verschijnen. Enkele onmisbare grote databestanden zijn pas na enige tijd beschikbaar. Controle en bewerking van alle gegevens kost tijd, net als het schrijven van teksten. Maar dankzij de toenemende digitale invoer (o.a. Avimap) is er wel progressie en kunnen rapporten in de toekomst hopelijk eerder verschijnen.

Rapport

Bekijk hier de publicatie