Ooievaars op een kunstnest te Meinerswijk, Arnhem. Foto: Joost van Bruggen

Broedprestaties van Nederlandse Ooievaars onder de loep

De nieuwe Limosa is uit. In dit nummer van het populair-wetenschappelijke vogeltijdschrift is onder andere een artikel over de broedprestaties van Nederlandse Ooievaars te lezen. Chris van Turnhout en Jeroen Nienhuis (Sovon) bekeken samen met Annemiek Enters en Wim van Nee (STORK) de gegevens van ruim 8900 nesten uit de periode 1921-2017.

Er broedden anno 2016 zo’n 1000 ooievaarsparen in Nederland. Vanaf begin jaren 80 klom de populatie uit een dal, vooral dankzij fokprogramma’s. Van veel van deze broedende Ooievaars worden nestgegevens verzameld. Zulke gegevens zijn belangrijk wanneer je de oorzaken van de populatiegroei wil bekijken.

Twee jongen per succesvol nest

Vanaf 1995 zijn er genoeg nestgegevens beschikbaar om naar trends in broedprestaties te kijken. Vanaf toen werden er jaarlijks van gemiddeld bijna 400 nesten gegevens verzameld. Daaruit blijkt dat:

  • Ongeveer driekwart van de nesten uitgevlogen jongen oplevert.
  • Er gemiddeld ruim 2 jongen op zo’n succesvol nest zitten.
  • Per gestart nest 1,6 jongen groot worden.

Ten opzichte van andere Europese landen zijn deze prestaties laag. Ook nam het aantal uitgevlogen jongen per nest iets af sinds 1995. Toch blijken Ooievaars nog altijd genoeg nageslacht groot te brengen om de populatie te doen groeien.

Verklarende factoren

Wat is van invloed op de slagingskans van een nest Ooievaars? Vooral het bijvoeren, wat op sommige plekken in de buurt van oude fokkerijen nog gebeurt, en de aankomstdatum van oudervogels blijken van belang. Ze verklaren een duidelijk deel van de variatie in broedsucces, respectievelijk 3% en 6/7%.

Lees Limosa

Wil je het volledige artikel en nog veel meer andere boeiende onderzoeksverhalen in het Nederlands lezen? Dan is een abonnement op Limosa iets voor jou.