Bosuil. Foto: Ran Schols

Bosuilentijd

Weinig vogelgeluiden zo sfeervol als de volle zang van een Bosuil. Weinig vogelgeluiden worden trouwens ook zo vaak gebruikt in films…om griezelige momenten extra cachet te geven. Laat weten als je er een lijst van bijhoudt!

Februari is een goede tijd om Bosuilen te horen. De zangactiviteit leeft in het najaar op, bereikt een piek tussen februari en half april, en dooft dan weer tijdelijk uit. Rustige en droge avonden zijn in theorie het meest geschikt om te gaan luisteren, maar de zangactiviteit wisselt sterk per avond. Bij het oude Sovon-kantoor op de Nijmeegse stuwwal, belegerd door Bosuil-territoria, was het op sommige ogenschijnlijk gunstige avonden een kakafonie, op andere echter merkwaardig rustig.

Gestage uitbreiding

De geschiedenis van de Bosuil in Nederland is er een van gestage uitbreiding. Toen de verspreiding voor het eerst landdekkend in kaart werd gebracht, midden jaren zeventig voor de eerste broedvogelatlas van het nog jonge Sovon, zaten er grote gaten in het beeld. De voorlopige kaarten voor de Bosuil van de nieuwe Vogelatlas laten zien dat die tegenwoordig grotendeels gevuld zijn. Drenthe en Noord-Brabant stroomden gaandeweg vol, Zeeuws-Vlaanderen raakte bezet en op allerlei locaties in het noorden en westen van het land broeden Bosuilen op soms tientallen kilometers van het gesloten verspreidingsgebied.

Standvastig (1)

Dat laatste is opmerkelijk, want Bosuilen zijn geen echte zwervers. Jonge vogels vestigen zich op zo kort mogelijke afstand van de geboorteplaats en eenmaal ergens gevestigd, zijn Bosuilen bijna niet weg te branden uit hun territorium. Toch zijn er blijkbaar individuen die, tegen de keer in, hun heil over tientallen kilometers zoeken. Ze kunnen soms decennia lang op de eenmaal gekozen locatie blijven.

Standvastig (2)

Heel vasthoudend zijn ook sommige bosuilonderzoekers. Zo brengt Arend de Jong de Bosuilen tussen Beverwijk en Groet vanaf midden jaren tachtig in kaart. Maar de man met de langste adem – vermoedelijk zelfs Europees kampioen - is toch Fred Koning. Begonnen in 1960 (!) is hij nog steeds actief met intensief populatieonderzoek aan Bosuilen in de Amsterdamse Waterleidingduinen (sfeerimpressie), naast vele andere ornithologische activiteiten. Hij schreef er onder meer een heel aardig boek  over (Uilen in de duinen, 1990; je kunt het nog steeds antiquarisch krijgen), talloze artikelen en gaat voor ons de Bosuil beschrijven in de nieuwe Vogelatlas. Wie anders…   

Reactie toevoegen