Staart van rustende Bosuil in het onderzoeksgebied. Foto: Leo Heemskerk

Bosuilen in de Noord-Hollandse duinen

Arend de Jong begon in 1982 met inventariseren van Bosuilen in de Noord-Hollandse duinen. Vanaf 1986 pakte hij het echt groots aan en inmiddels heeft hij een mooie reeks opgebouwd. De uil heeft het lastig in het duingebied, wat De Jong vooral wijt aan predatie door Havik en Boommarter.

Samen met wat andere vogelaars bootst De Jong in het voorjaar op veel plekken een zingende Bosuil na. Systematisch gaat hij van plek naar plek in het duingebied tussen Wijk aan Zee en de Hondsbossche zeewering. Op deze manier krijgt hij een overzicht van de territoria van Bosuilen van een erg groot gebied (zie figuur). 'Ik zie sinds begin jaren 90 een neerwaartse trend en wijt die vooral aan de opkomst van de Havik en Boommarter in het gebied.'

Havik en Boommarter

Volgens De Jong zijn de Bosuilen in zijn gebied minder gaan roepen naarmate de Havik meer begon te verschijnen. 'Ze zijn meer 'havik-proof' geworden. Als je als Bosuil al vroeg in de avond actief wordt of tot 's morgens doorgaat, is de pakkans voor een Havik groter. Ik vind resten van Bosuilen die zijn aangevreten door Vossen, maar ik denk de Havik heeft die wel degelijk heeft gepakt. Ook speelt de Boommarter sinds 2006 een rol als predator van eieren en kleine jongen. Die soort wordt bij ons nauwlettend gevolgd door onder andere Leo Heemskerk.'

Uilen inventariseren

Jaarlijks aan het einde van de winter in enkele rondes de territoria van uilen in kaart brengen. Het kost wat late avonden/vroege nachten, maar is ook erg leuk om te doen. Door een BMP-gebied aan te maken voor alleen uilen of in je BMP-A, of -B-gebied deze rondes te maken, help je ons mee om landelijke en regionale trends van uilen te kunnen maken. In sommige regio's worden dit soort tellingen gecombineerd met nestonderzoek, waardoor er nog veel meer kennis ontstaat over de populatie-ontwikkeling van uilen.