Wilde Eend met pullen in het Heemskerkerduin (foto: Hans Schekkerman)

Bijzonder jaar voor Wilde Eend

Het broedseizoen van de Wilde Eend is tot een eind gekomen. Meer dan duizend vrijwilligers hebben waarnemingen van eendenkuikens doorgegeven tijdens het kuikentelproject in het Jaar van de Wilde Eend. Tijd voor een eerste impressie. Hoe is het broedseizoen verlopen?

Weer even terug naar waar het allemaal mee begon. De Wilde Eend kreeg zijn eigen jaar omdat in de afgelopen 25 jaar een derde van de populatie verdween uit Nederland. De kuikenstudie van dit jaar moet belangrijke informatie opleveren over de oorzaak hiervan. Uit eerder onderzoek in 2015 bleek al dat de kuikenoverleving bepalend zou kunnen zijn voor de achteruitgang van de Wilde Eend. Om te weten of dat werkelijk zo is, zijn dit jaar in heel Nederland de eendenkuikens geteld.

Warm en droog

Het was een bijzonder broedseizoen voor de Wilde Eend. Het begon warm en droog, kwam in het begin van de zomer in wisselvalliger vaarwater terecht en eindigde in augustus met extreme hitte en wederom droogte. Het vele mooi weer was in ieder geval gunstig voor de waarnemers. Er zijn meer dan 11.000 waarnemingen van Wilde Eend, Krakeend en Soepeend doorgegeven dit jaar (tabel 1). De waarnemingen van de Krakeend zijn interessant, omdat het met deze eend, die veel op de Wilde Eend lijkt, wel goed gaat.

Tabel 1: aantal waarnemingen van tomen kuikens van de Wilde Eend, Soepeend en Krakeend via kuikenteller.org. De aantallen zijn opgesplitst naar de leeftijd (in weken) van de gemelde kuikens.

Leeftijd Wilde Eend Soepeend Krakeend  
1 3547 484 116  
2 2049 292 94  
3 1458 210 98  
4 884 116 53  
5 595 102 47  
6 526 63 34  
7 337 62 26  
8 190 44 3  
totaal 9586 1373 471 11.430

 

Verloop broedseizoen

Aan het aantal waarnemingen dat dagelijks is doorgegeven, is het verloop van het broedseizoen voor de eenden goed af te lezen (figuur 1). Al vanaf begin maart komen de meldingen binnen, maar vanaf half april nemen deze sterk in aantal toe. De Wilde Eend zit dan volop in de eieren en kuikens. Ook de tweede legsels zijn vanaf halverwege mei terug te vinden in het aantal meldingen, al tekenen die zich minder scherp af in de grafiek. Vanaf juni verschijnt ook de Krakeend op het toneel. Duidelijk is dat deze een later en korter broedseizoen doormaakt dan de Wilde Eend. De Soepeend volgt hetzelfde patroon als de Wilde Eend, zij het in lagere aantallen.

Figuur 1: aantal waarnemingen van eendenkuikens per dag van 1 maart 2020 tot 13 september 2020.

Figuur 1: aantal waarnemingen van eendenkuikens per dag van 1 maart 2020 tot 13 september 2020.

Meeste tellingen in de Randstad

Meldingen van eendenkuikens zijn uit heel Nederland gekomen, maar niet onverwachts vooral uit de gebieden waar zowel de waarnemers als de Wilde Eend het talrijkst zijn (figuur 2).

Figuur 2: landelijke spreiding van kuikenwaarnemingen die zijn doorgegeven via kuikenteller.org (1 maart tot 13 september)

Figuur 2: landelijke spreiding van kuikenwaarnemingen die zijn doorgegeven via kuikenteller.org (1 maart tot 13 september). Groene stip: Wilde eend, rood Soepeend en blauw Krakeend. 

Kuikenoverleving

Een belangrijke doel van het kuikenproject was om zicht te krijgen op de overleving van de kuikens. Uit de meldingen op kuikenteller.org is hiervan al een eerste indruk te krijgen. En hierbij valt iets op. Zoals uit figuur 3 blijkt, zijn de tomen het grootst als de kuikens het jongst zijn. Dat is logisch. Als de kuikens net uit het ei komen, zijn ze er allemaal nog. Dan volgt een gevaarlijke periode. Naarmate de kuikens ouder worden, sneuvelen er steeds meer, bijvoorbeeld door predatie. Naarmate de kuikens ouder worden, neemt de omvang van de toom dus af.

Maar bij een leeftijd van ongeveer zes weken neemt de gemiddelde toomgrootte weer toe. Hier kan een biologische verklaring voor zijn. Grotere tomen zijn wellicht beter bestand tegen de vijandige omgeving en houden het daardoor langer vol. Maar het kan ook zijn dat grotere tomen van wat oudere eenden iets meer in het oog springen en daarom meer doorgegeven worden door waarnemers. 

Figuur 3: gemiddeld aantal kuikens per toom, afgezet tegen de leeftijd van de kuikens voor de Wilde Eend, Soepeend en Krakeend.

Figuur 3: gemiddeld aantal kuikens per toom, afgezet tegen de leeftijd van de kuikens voor de Wilde Eend, Soepeend en Krakeend.

Langer tellen

Net als dat één zwaluw geen zomer maakt, levert één jaar kuikens tellen nog niet voldoende informatie op om iets te kunnen zeggen over de ontwikkeling van de eendenpopulatie. Het was immers een jaar met opnieuw flinke droge perioden in het voorjaar en de zomer. Gelukkig worden er al sinds 2016, zij het in minder intensieve mate, gegevens over de kuikenoverleving verzameld. Ook na dit jaar kun je gegevens blijven doorgeven. Naast kuikenfamilies tellen kan je meedoen aan het Broedvogel Monitoring Programma (BMP) en het Nestkaartenproject van Sovon, waarin respectievelijk gegevens over het aantal broedparen en het nestsucces worden bijgehouden. Uit de BMP-tellingen blijkt dat de broedpopulatie iets lijkt te zijn toegenomen ten opzichte van 2019, maar zeker niet genoeg om de negatieve trend vanaf 1990 te keren.

Rekenen aan eenden

Om iets te kunnen zeggen over de ontwikkeling van de Wilde Eend, worden alle gegevens die zijn verzameld samengebracht in een populatiemodel. Je kunt dit zien als een wiskundige formule die de veranderingen in de populatie zo goed mogelijk beschrijft. Dit geeft een onderbouwde inschatting over welke fase in het eendenleven het sterkst bijdraagt aan een stabiele populatie van de Wilde Eend. Denk aan legselgrootte, overleving van de kuikens, of het aantal tweede legsels.

Bescherming

Op basis van de informatie die het populatiemodel oplevert, kan de bescherming verbeterd worden. Zodra je immers weet waar de Wilde Eend het meest last van heeft, kun je daar gericht maatregelen tegen nemen. Dit najaar zijn onderzoekers van Sovon nog druk bezig met het opstellen van het populatiemodel. Op de landelijke dag van Sovon op 28 november worden de eerste resultaten gepresenteerd.