Van de Koolmees werden in 2018 meer dan zesduizend broedsels gevolgd. Foto: Harvey van Diek

Bijna een miljoen eieren gezien

Heb je al jonge mezen gezien? De vrijwilligers van NESTKAST (landelijk NEtwerk voor STudies aan nestKASTbroeders) in ieder geval. Zij vieren hun tienjarig jubileum met een uitgebreid verslag van het broedseizoen van 2018. Het vormt de weerslag van een indrukwekkende hoeveelheid werk. In het zachte, zeer zonnige voorjaar versnelden Kool- en Pimpelmezen hun broedproces om te anticiperen op de rupsenpiek. Onder andere de Spreeuw en Gekraagde Roodstaart broedden erg succesvol.

Door Leo Ballering, NESTKAST

In 2018 ging het seizoen van nestkastbroeders na een koude maart in april pas echt van start. De eileg kwam later op gang dan in 2017, maar lag wel op het gemiddelde van de laatste jaren. De datum waarop Koolmezen en Pimpelmezen hun eerste ei legden, lag precies op de voorspelde datum op basis van de gemiddelde voorjaarstemperatuur (8.6 °C). Kool- en Pimpelmezen begonnen gemiddeld bijna een dag voor de leg van hun laatste ei met broeden. Dit deden ze om de broedtijd te versnellen en het uitkomen van hun jongen te synchroniseren met de voedselpiek.

Het het stabiele, warme weer zorgde ervoor dat het nestsucces voor de meeste soorten hoog was.

Nestsucces en vervolglegsels

Bij koud weer en regen koelen de jongen in het nest snel af en is voedsel zoeken voor de oudervogels lastig. In april was daar geen sprake van. Integendeel:  Het het stabiele, warme, weer zorgde ervoor dat het nestsucces (het percentage van de nesten dat minimaal één vliegvlug jong oplevert) voor de meeste soorten hoog was: o.a. voor Koomees, Spreeuw, Ringmus, Bosuil en Gekraagde Roodstaart. Bij Pimpelmees, Zwarte mees, Boomklever en Holenduif leverde een gemiddeld aantal nesten minstens één vliegvlug jong op. Alleen voor de Bonte Vliegenvanger was het gemiddelde nestsucces  laag over de periode van de laatste 20 jaar.  De goede nestsuccessen voor de eerste legsels van de Kool- en Pimpelmees hadden als gevolg dat maar weinig mezen nog een tweede keer ging broeden (vervolglegsel): Koolmees (11,8% tegenover 23,6% vorig jaar) en de Pimpelmees (3,1% tegenover 10,6% vorig jaar).

De leeftijd van een nestje jonge Koolmezen wordt gecontroleerd. Foto's (ook hieronder): Peter Eekelder

Dip in aantal eieren

Koolmees en Zwarte Mees lijken zich te herstellen van de dip in legselgrootte in 2012 - 2016. In die jaren legden deze twee mezensoorten ineens één of zelfs twee eieren minder dan voorheen. De legsels werden (spectaculair!) daarmee tot maar liefst 16% kleiner. We weten nog niet wat de oorzaak van deze verkleining is geweest. De Pimpelmees herstelde (nog) niet, en zat met gemiddeld zo’n 10 eieren nog wat aan de lage kant.  

In 2012-2016 legden Kool- en Pimpelmezen ineens één of zelfs twee eieren minder dan voorheen.

Het beeld van de legselgroottes was verder heel divers; naast Koolmees en Zwarte Mees legden ook de Boomklever en Gekraagde Roodstaartgemiddeld iets vaker een eitje meer dan in andere jaren. De Bonte vliegenvanger en Ringmus deden dat niet en bleven gemiddeld. Onder het gemiddelde doken de Pimpelmees, Spreeuw, Bosuil en Holenduif.

Deze gegevens vormen een belangrijke basis voor onderzoek naar verklaringen voor toe- en afnames van vogels.

 

Bijna een miljoen eieren bekeken

In de afgelopen 10 jaar verzamelde, analyseerde en publiceerde NESTKAST over meer dan 140.000 legsels van 24 vogelsoorten (890.000 eieren). Een indrukwekkende hoeveelheid. Deze gegevens vormen een belangrijke basis voor onderzoek naar verklaringen voor toe- en afnames van vogels. In 2018 werden gegevens van 14.992 nestkasten ingestuurd door 156 deelnemende nestkastwerkgroepen en/of Sovon controleurs, verdeeld over 264 terreinen. Het aantal gecontroleerde nestkasten is, helaas, iets gedaald ten opzichte van het record van vorig jaar!

Zelf nesten onderzoeken

Wil je zelf ook nestonderzoeker worden? Dan vind je hier meer informatie hoe je mee kunt gaan doen.