Baltsend paartje Spreeuwen. Foto Harvey van Diek.

Artikelen over Spreeuw

Dat de Spreeuw dit jaar extra in de belangstelling staat, is inmiddels wel bekend. Het is verheugend dat er niet alleen veel gesproken, maar ook gepubliceerd wordt over deze in aantal afnemende soort.

De onvermoeibare Rob Bijlsma slaat in het komende nummer van Drentse Vogels (tijdschrift van de Werkgroep Avifauna Drenthe) toe met een drietal artikelen.

Trends en broedbiologie
In een uitgebreid artikel staat hij stil bij lokale trends en broedprestaties. Hij vergelijkt daartoe eigen gegevens van Zuidwest-Drenthe en de Veluwe (vanaf 1974) met deels ongepubliceerde gegevens die teruggaan tot de jaren twintig. De veelbesproken maar weinig gekwantificeerde afname komt duidelijk naar voren. Verslechtering van de voedselsituatie in graslanden, in combinatie met toegenomen vliegafstanden tussen broedplaats en voedselgebied, deden vooral in bos broedende Spreeuwen de das om. Het broedbegin bleef lange tijd ongewijzigd, maar vervroegde vanaf de jaren negentig. Hoe warmer in april, hoe vroeger de Spreeuwen met de eileg begonnen, zoals ook aangetoond door het hele vroege broedbegin in 2014. Legselgrootte en conditie van nestjongen lijken weinig veranderd te zijn.

Slaapgedrag van solitaire vogels
Massale spreeuwenslaapplaatsen krijgen veel aandacht. Maar Spreeuwen slapen natuurlijk niet altijd in grote groepen. In een Drents onderzoekgebied waren de Spreeuwen na het uitvliegen van de jongen (eind mei) maandenlang verdwenen. Half september waren Spreeuwen, mogelijk dezelfde vogels, weer voor maximaal een tweetal maanden terug. Ze sliepen dan solitair of paarsgewijs in oude spechtenholen. Het uitsterven van de lokale broedpopulatie viel samen met het verdwijnen van de herfstslaapplaatsjes. Lees het artikel hier.

Voorjaarsfenologie
Het derde artikel gaat in op fenologische verschillen tussen op korte afstand van elkaar liggende dorpen en bossen. In dorpen waren Spreeuwen de hele winter aanwezig en begonnen ze met lekker weer al in januari of februari te zingen. In bos broedende Spreeuwen arriveerden eind februari of in de eerste drie weken van maart. De mannetjes wat eerder dan de vrouwtjes. Naarmate de broedpopulatie hier afnam, verschenen de vogels steeds later. Na het verdwijnen van de lokale populatie luistert alleen een enkele kortstondig verblijvende Spreeuw het onderzoeksgebied nog op.