Ringmus, in veel streken tegenwoordig ronduit schaars. Grevenbicht, 23 november 2003. Foto: Ran Schols

23.000 uur wintervogels tellen

De recente nieuwsbrief van het PTT-project, het oudste monitoringproject van Sovon, vat de resultaten samen van 23.000 uur tellen in de winter.

Het Punt-Transect-Tellingenproject (PTT) kende een bescheiden start in 1978 maar bouwt nu al tientallen jaren op een flinke schare van vrijwillige vogeltellers. In de tweede helft van december, en op Nieuwjaarsdag, gaan ze hun vaste route langs en tellen ze op 20 punten binnen vijf minuten alle waarneembare vogels. In totaal zijn in de afgelopen jaren zo'n 23.000 uren aan tellen besteed!

Nieuwe telling

De telling van december 2016 is inmiddels afgerond. Naar verwachting zullen weer rond 450 routes onderzocht worden. Ze kennen een mooie verdeling over het land, al zijn nieuwe tellers altijd welkom. Kijk dan het eerst even op de kaart met vacante routes bij jou in de buurt. Overname van een vroeger getelde, maar nu niet meer onderzochte route is bijzonder waardevol.

Trends

Hoe langer je telt, hoe duidelijker trends zich aftekenen, ook bij relatief schaarse soorten. Het aantal soorten dat in de loop van het project is toegenomen (20) is vrijwel gelijk aan het aantal soorten dat is afgenomen (22). Maar er ook nog allerlei tussencategorieën. Sommige soorten namen eerst in aantal toe maar bleven vervolgens stabiel, zoals Buizerd, Grote Bonte Specht en Vink. Andere kenden na een periode van voorspoed zelfs een behoorlijke afname, waaronder Staartmees, Roek en Sijs. Bij weer andere soorten schommelen de aantallen maar vertonen ze over de loop der jaren geen duidelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld Witte Kwikstaart, Kramsvogel en Spreeuw. In totaal zijn uitspraken mogelijk voor zo'n 115 soorten.

Huismus en Ringmus in de min

Huismus en Ringmus zijn gaandeweg veel schaarser geworden. Terwijl de afname van de Huismus vooral in de jaren tachtig plaatsvond en de stand daarna op een lager niveau stabiliseerde (40-50% van beginsituatie), loopt de teruggang van de Ringmus nog steeds door (nu 15% van beginsituatie). Veranderingen in de landbouw en de inrichting van steden en dorpen, leidend tot voedselgebrek, zullen grotendeels verantwoordelijk zijn voor de geconstateerde ontwikkeling. Andere factoren die wel genoemd worden, zoals toegenomen predatie door Sperwers of klimaatverandering, spelen geen doorslaggevende rol.

De uitgebreide PTT-nieuwsbrief, opgesteld door Willem van Manen, is hier te lezen.