Frequently Asked Questions

Iedere standhouder krijgt standaard twee gratis toegangskaarten. Wilt u meer vrijkaarten, dan kunt u dit aangeven bij uw aanmelding. Dit zijn dan toegangskaarten tegen een gereduceerd tarief van 50% met een maximum van 5 kaarten. Sponsoren krijgen standaard tien vrijkaarten.

Sponsoren krijgen standaard tien vrijkaarten.

 

Bezoekers (4)

Je kunt uiteraard ook gewoon een kaartje bij de kassa kopen op de dag zelf.

Leden, vrijwilligers, NOU-leden, jongeren (vanaf 14 jaar) en studenten krijgen korting op de toegangsprijs van de Landelijke Dag.

Hoe krijg ik korting?

  1. Ga naar de bestelpagina en geef via het plusje aan hoeveel kaarten je wilt (Toegangsbewijs Landelijke Dag)
  2. Rechts in beeld verschijnt een overzicht en een invulveld waar je kortingscode (vouchercode) in kunt vullen
  3. Vul een van de voglende codes in die op jou van toepassing is (let op, hoofdletters!):
  • Lid/vrijwilliger: SOVONVRIJWILLIGER
  • Student: STUDENTLD16
  • Jongeren: JONGLD16 (tot 25 jaar)
  • NOU-leden: NOU-LID 
  • Deelnemers Jaarrond Tuintelling: TUINTELLER

De code kun je invoeren nadat je een ticket hebt geselecteerd.

  • Voor de hoofdentree van de Reehorst zijn twee parkeerplaatsen voor invaliden. Wees wel op tijd, want het is niet toegestaan om buiten deze parkeerplekken te parkeren. 
  • Er is een apart toilet voor minder valide bezoekers
  • In de Reehorst is een lift 

Sinds 2015 vragen we een toegangsprijs van 10 euro voor de Landelijke Dag. De Landelijke Dag is onder andere bedoeld om onze vrijwilligers te bedanken. Waarom dan toch betalen voor een ticket? 

De Landelijke Dag is de afgelopen jaren enorm gegroeid en trekt inmiddels meer dan 2000 bezoekers, die de dag steevast met gemiddeld een 8+ waarderen. De organisatie brengt uiteraard de nodige kosten met zich mee zoals zaalhuur, standruimte, vervoer en andere organisatiekosten. Regelmatig vroegen bezoekers ons dan ook hoe een non-profit organisatie zoals Sovon zich dit kan veroorloven. Een goede vraag, want de tijden zijn veranderd, ook voor Sovon.

De laatste edities hebben we onder andere meer ingezet op sponsoren. We zijn erg blij met de organisaties die de dag financieel steunen. Ook onze mede-organisatoren (NOU en Vogelbescherming) en standhouders dragen een extra steentje bij. Echter, daarmee zijn we er nog niet en stonden we in 2015 voor het besluit om te breken met de traditie van een gratis dag voor iedereen.

Korting en gratis lot

De Ledenraad heeft het besluit om een toegangsprijs te vragen ondersteund. Ook blijkt uit een evaluatie onder alle bezoekers dat een grote meerderheid het programma de bijdrage meer dan waard vindt. De ledenraad hechtte er wel aan dat waarnemers en leden, die dat willen, tegen gereduceerd tarief (5 euro in plaats van 10) naar de Landelijke Dag kunnen komen. Wil je daar als Sovon-lid of vrijwilliger gebruik van maken, dan kun je de kortingscode SOVONVRIJWILLIGER invoeren bij je bestelling:

kortingscode landelijke dag sovon

Gratis lot

Tegenover de entreeprijs staat ook dat we ons best doen om voordeel op andere vlakken te bieden. Zo organiseren we een grote loterij. Vele standhouders stellen hiervoor prijzen beschikbaar, waaronder de Meopta MeoPro 8X42 HD ter waarde van €499,00. Als je je vooraf aanmeldt, ontvang je een gratis lot

 

Aanmelden Landelijke Dag

 

 

 

BewarenBewaren

De gemiddelde leeftijd van onze broedvogeltellers is 52 jaar. Een deel is dus ouder. Zulke vogelaars hebben vaak veel vrije tijd, zijn doorgaans nog vitaal en dragen graag bij aan landelijke vogeltellingen. Ze doen dat soms al tientallen jaren en brengen daarmee veel ervaring in.

Dat kan. Het speelt met name bij broedvogeltellingen, en dan vooral bij bepaalde vogelsoorten. Ouder wordende oren krijgen vaak moeite met heel hoge tonen (denk aan zingende Goudhanen, Sprinkhaanzangers), soms ook met heel lage tonen (Roerdomp).

Daar zijn geen aanwijzingen voor. Onze landelijke trends sinds 1990 laten voor ‘beruchte  soorten’ als Goudhaan en Sprinkhaanzanger  toenames zien. Dat wijst niet op het structureel en in toenemende mate  missen van deze soorten door ouder wordende vogelaars (al kan de trend in werkelijkheid natuurlijk nóg positiever geweest zijn).  En laten we wel wezen: het probleem van de heel hoge of juist heel lage tonen speelt alleen voor enkele vogelsoorten.

Natuurlijk. Enerzijds stimuleren we verjonging van ons tellerscorps. We geven cursussen en ontwikkelen apps en software waardoor de administratie bij het tellen (waaraan vooral jongere tellers een hekel hebben) een fluitje van een cent is. Anderzijds houden we, met het Centraal Bureau voor de Statistiek, de betrouwbaarheid van onze tellingen scherp in de gaten. Zo gaan we, met het CBS, onderzoeken in hoeverre er mogelijk toch een leeftijd gerelateerde component aan sommige trends zit.  Als dat zo is, kunnen we wellicht correctiefactoren inbouwen.

Houd er rekening mee dat je sommige geluiden, vooral op afstand, minder goed gaat horen. Blijf daarom vaker even stilstaan om goed te luisteren. Vouw je handen tot een schelp om je oren, dat helpt echt! Als je met een groep werkt: niet te veel praten, want dat verstoort de concentratie die zo belangrijk is.

Laat je gehoor testen en schaf, indien nodig, een gehoorapparaat aan. Meld dit wel in het opmerkingenveld, wanneer je  de telresultaten aan Sovon doorgeeft! Dat is belangrijke informatie.

Dan zijn er nog tal van mogelijkheden voor zinvolle broedvogeltellingen. Zo spelen gehoorproblemen in open landschappen met weidevogels veel minder een rol dan in bos of moeras. Tellingen van kolonievogels vormen geen enkel probleem, meedoen met het Nestkaartenproject kan altijd, enzovoort. En natuurlijk zijn er ook nog tellingen, bijvoorbeeld van watervogels buiten de broedtijd, die op zicht plaatsvinden en waarbij de gehoorcapaciteit onbelangrijk is.

De Kievit nam in Europa tussen de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw toe. Daarna volgde een afname die nog steeds aan de gang is. In hoeverre is jacht een oorzaak daarvan? Onderzoekers G. Souchay & M. Schaub onderzochten dat en vatten de resultatne samen in dit artikel.

Er worden jaarlijks ca. 400.000 kieviten geschoten in Europa. Of jacht de belangrijkste oorzaak is voor de geconstateerde trendbreuk is dus een logische vraag. Daarvoor is een multi-variabel overlevingsmodel ontwikkeld dat gekoppeld is aan gegevensbestanden met vondsten van geringde vogels. Het ging om meer dan 360.000 meldingen voor de periode 1960-2010. Daarmee kon de overleving worden berekend in het licht van de doodsoorzaak.

Overlevingskansen in de winter bleven gelijk

De overlevingskansen voor 1e jaars vogels en adulte vogels bleken over die periode van 50 jaar niet te variëren. De jaarlijkse overleving lag gemiddeld op 60% voor 1e jaars vogels en 80% voor adulte vogels. Ook kon geen verschil worden aangetoond naar de herkomstgebieden. De constante overleving in de tijd is een indicatie dat demografische processen (nestfase, kuikenfase) een belangrijkere oorzaak voor de afname van de Kievit vormen dan jacht.

Kievitkuikens moeten vanaf hun eerste levensdag hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. Grote prooidieren spelen daarin een belangrijke rol. Gruttokuikens eten ongeveer 5 prooien per minuut. Waarschijnlijk wijken kievitkuikens daar niet veel van af. Recentelijk zijn er aanwijzingen dat het insectenaanbod in de laatste tientallen jaren sterk zijn afgenomen. Zo blijkt uit Duits onderzoek dat in de afgelopen 25 jaar bijna 80% van de insecten in een reservaat is verdwenen. Vergelijkbare processen spelen zich in agrarisch gebied af. Het gebruik van pesticiden speelt daarin een belangrijke rol en dan niet alleen insecticiden, maar ook herbiciden. Hierdoor kunnen belangrijke waardplanten voor insecten verdwijnen. De hieruit ontstane monocultures bieden nauwelijks nog plaats aan insecten.

Sovon neemt geen stelling in wat betreft het rapen van kievitseieren. Als onafhankelijke en objectieve onderzoeksorganisatie beperken we ons tot het monitoren en verder onderzoeken van de kievitenpopulatie. De kennis die we verzamelen stellen we voor iedereen beschikbaar in rapporten, artikelen en andere publicaties  en zijn raadpleegbaar via onze website. De belangen van vogels worden in Nederland behartigd door Vogelbescherming Nederland en andere beschermingsorganisaties. Dit doen zij onder andere op basis van de informatie van Sovon (science-based conservation).

Predatie door roofdieren is inderdaad een belangrijke oorzaak van verlies van nesten en kuikens, zo blijkt uit een groot predatie-onderzoek aan het begin van deze eeuw (Teunissen et al 2005) en uit de  samenvatting van gegevens in de Weidevogelbalans 2013. Forse kanttekening bij de gegevens uit de Weidevogelbalans is dat het vooral om nesten gaat die actief beschermd worden. Uit het predatie-onderzoek blijkt dat predatie de sterke afname van weidevogels niet volledig verklaart. Vroeg maaien, verdroging van de grond door ontwatering en veelvuldig bewerken van akkers in de broedtijd zijn belangrijke verliesoorzaken die ook de kans op predatie verhogen.

Overigens is de Kievit niet de enige soort uit agrarisch gebied die achteruitgaat; dit geldt voor bijna alle weide- en akkervogels (behalve de graseters, zoals ganzen, verschillende Vogelbalansen), maar ook andere soortgroepen (Living Planet Report). De reeds lang voortgaande intensivering van de landbouw heeft vergaande gevolgen voor de biodiversiteit in Nederland en in Europa.

 

De Kievit nam als broedvogel in de periode 2005-2014 met gemiddeld 2,1% per jaar af in Friesland. Van de populatieomvang in 1996 resteerde in 2014 nog 60% (Weidevogelmeetnet Friesland). De provincie Friesland herbergt ongeveer 1/5e van de Nederlandse populatie. Voor informatie over de ongunstige de staat van instandhouding verwijzen we naar het rapport voor de provincie Friesland.

 

  • Via deze infopagina kunt u de trend en verspreiding van de Kievit per provincie bekijken.
  • In de Weidevogelbalans 2013 vindt u meer informatie over de ontwikkelingen per provincie.

Algemeen (8)

Sovon is een onafhankelijk onderzoeksorganisatie met als missie de ontwikkelingen in de Nederlandse vogelstand te volgen en te verklaren. Uit deze missie volgt de consequentie dat elke organisatie/persoon die belang hecht aan objectief en systematisch verzamelde gegevens over de Nederlandse vogelstand, een financiële bijdrage kan geven aan Sovon i.c. voor de atlas. Acceptatie van een financiële bijdrage impliceert overigens niet dat Sovon het eens is met doelstellingen of het beleid van de betreffende financier/soortsponsor voor de atlas.

Ja, er zijn meerdere sponsoren per soort mogelijk. Waar en hoe je precies vermeld wordt, hangt af van je bijdrage.

Ja, in principe zijn alle soorten die uiteindelijk in de vogelatlas komen te sponsoren

Zeker! Je kunt bij je donatie aangeven welke naam op de pagina moet worden weergegeven.

  • De tegenprestaties voor het soortsponsorschap staan hier beschreven.
  • Hoofdsponsors, ordegrootte 5% of meer van de totale begroting, worden prominent met hun logo op de homepage van www.vogelatlas.nl getoond.
  • Verder kunnen  afspraken-op-maat worden gemaakt. Voor een terreinbeheerder kan dit bijvoorbeeld bestaan uit het terugleveren van de telresultaten uit een bepaald gebied.

 

Jouw bijdrage komt direct ten goede aan de realisatie van de Vogelatlas. Hoewel het grootste deel van het veldwerk wordt gedaan door vrijwilligers, is gedurende het project (2012-2017) veel geld nodig voor de coördinatie van tellingen, analyse van gegevens, kaartmateriaal en ict-ondersteuning én het uiteindelijke boek. 

Je kunt via de webwinkel een bedrag naar keuze overmaken (of een bedrag overboeken naar het rekeningnummer van Sovon: NL57 RABO 0105 117 056 ovv ‘Donatie Vogelatlas’)

Bedrijven (3)

Ja, dat is mogelijk, mits er niet al andere sponsoren zijn voor de soort. Het kost minimaal 5000 euro om een unieke hoofdsponsor van een soort te worden. 

Je kunt hoofdsponsor worden van een specifieke soort voor minimaal 2500 euro. Je logo komt prominent als hoofdsoortsponsor op de soortpagina te staan van de Atlaswebsite en in het uiteindelijke boek. Je krijgt vijf exemplaren van het uiteindelijke boek of een andere tegenprestatie op maat, in nader overleg te bepalen.

Vanaf 250 euro krijg je ruimte voor een logo op de soortpagina van de website vogelatlas.nl. De grootte van het logo is afhankelijk van je bijdrage. 

Ja, dat kan zeker! Sovon kent twee vormen van lidmaatschap: lid en pluslid. In het eerste geval ontvang je o.a. ons tijdschrift Sovon-Nieuws; plusleden ontvangen daarnaast een extra tijdschrift, Limosa. Meer informatie en aanmelden >>

Als je je lidmaatschap op wilt zeggen, verzoeken we je om een e-mail te sturen naar info@sovon.nl

Je kunt je aanmelden door het aanvraagformulier in te vullen. Wil je eerst meer informatie over de telprojecten kijk dan op het projectenoverzicht.

Je kunt digitaal een nieuw wachtwoord opvragen via dit formulier

Als je lid bent van Sovon kun je je code terugvinden op je ledenpas, de omslagwikkel van Sovon-Nieuws of op de adresstikker van een nieuwsbrief. 

Ben je geen lid van Sovon, neem dan contact op via het contactformulier.

Sovon stimuleert en ondersteunt Vogelwerkgroepen in Nederland. Zij vormen een zeer belangrijke schakel in het landelijk netwerk van waarnemers. Lidmaatschap van de lokale of regionale Vogelwerkgroep bevelen wij dan ook van harte aan. Je vindt de vogelwerkgroepen bij jouw in de buurt via de kaart van de Vogelwerkgroepen

Sovon biedt verschillende cursussen aan, die gericht zijn op de telprojecten. Bekijk de cursuspagina.

 

Nee, in principe niet. De tellingen gebeuren op vrijwillige basis, zonder gezagsverhouding of opdracht. Eventuele schade – bijvoorbeeld als je kijker is gevallen - is voor eigen rekening of eigen (WA)verzekering. Check ook bij je gemeente; vaak hebben zij een collectieve verzekering voor vrijwilligers afgesloten.

Stagiairs, ledenraadsleden, bestuur en coördinatoren vallen wel onder de WA- en ongevallenverzekering van Sovon. Dit is in een ondertekende (vrijwilligers)overeenkomst vastgelegd of gaat automatisch bij benoeming.

Webwinkel (12)

Bij betaling d.m.v. iDEAL wordt de bestelling binnen 1 werkdag verstuurd.
Bij handmatige overboeking wordt de bestelling pas verstuurd nadat de betaling op onze rekening is ontvangen. Na ontvangst heb je de bestelling binnen een week in huis.

 

Tegelijk met je andere bestelling(en) bestel je ook het Sovon-lidmaatschap. Je kunt kiezen tussen een normaal lidmaatschap à € 12,- of het pluslidmaatschap à € 27,50. Je lidmaatschapskorting wordt meteen en automatisch verwerkt bij de kassa (vanaf 2015: € 17,50 resp. € 34,50).

Je kunt de kleding retourneren naar:
Sovon Vogelonderzoek Nederland
t.a.v. webwinkel
Antwoordnummer 98189
6500 VA Nijmegen

Geef daarbij aan welke maat je vervolgens wilt ontvangen, dan sturen wij dat per ommegaande toe. Je kunt eenmaal kostenloos kleding omruilen. Het is niet mogelijk om geld terug te storten.

Wanneer een bestelling niet binnen 8 dagen betaald wordt, versturen wij een schriftelijke herinnering.
Je krijgt de mogelijkheid om de factuur binnen 14 dagen te voldoen. Als hier niet aan voldaan wordt, annuleren wij de bestelling.

Je dient een nieuwe bestelling te plaatsen. De mislukte bestelling wordt automatisch geannuleerd.

Met uitzondering van lidmaatschappen worden er verzendkosten berekend. De hoogte van de verzendkosten worden berekend op basis van het totale aankoopbedrag.

Je kunt de maten voor kleding noteren in het opmerkingvak onderaan het tabblad adres. Vermeld hierbij duidelijk of het een heren- of damesmodel betreft.

De shirts van het 'Jaar van ...' hebben alleen betrekking op een bepaald jaar. Om deze reden laten wij deze shirts in een bepaalde hoeveelheid maken. Het kan dus voorkomen dat na een activiteit (bijv. een vrijwilligersdag) het shirt uitverkocht raakt. Het ligt dan aan de vraag of wij het shirt nog opnieuw laten bijmaken. 

Je kunt op twee manieren betalen:
1: iDeal
2: handmatig overmaken
Tijdens de bestelling krijg je de mogelijkheid om te kiezen op welke manier je de bestelling wilt betalen

Wanneer het bestelde artikel bij ontvangst niet naar wens of kapot is, verzoeken wij u om direct telefonisch contact met ons op te nemen. We bespreken dan met u de mogelijkheid om het artikel te ruilen of retourneren.

In dat geval graag een kaartje naar Sovon sturen met de juiste begrenzingen. Vermeld altijd het BMP-nummer en de naam van uw telgebied.

Dat kan niet zomaar. Uitbreiding van het telgebied heeft gevolgen voor de trends van de soorten in dat gebied. Soorten lijken ineens toe te nemen, maar dat is omdat het gebied groter is gemaakt. Dat levert dus onjuistheden op. Het nieuwe deel moet daarom als nieuw telgebied worden aangemeld.

Je kunt een gebied aanmelden met het aanmeldingsformulier en een kaartje van het gebied dat je wilt gaan inventariseren. Geef zo nauwkeurig mogelijk aan hoe de grenzen lopen, alles buiten die grenzen wordt niet meegenomen. Je dient zelf voor een dergelijke kaart te zorgen (tip: Google-Earth). Meestal kun je binnen twee weken online uw resultaten doorgeven op een digitale kaart.

Kies op het invoerportaal voor Broedvogels en daarna voor Telgebieden Delen. Geef dan met de waarnemerscode aan welke andere personen actief zijn met de broedvogetelling. Deze medetellers kunnen schrijfrecht of leesrecht krijgen (waardoor ze zelf resultaten kunnen invullen, of die alleen kunnen bekijken).

De meeste tellers kennen hun waarnemerscode wel. Indien niet: stuur een mailtje naar info@sovon.nl met de voor- en achternamen en woonplaatsen van de tellers.

Daar gaan wij niet over. Wel is het zo dat op grond van eerder onderzoek naar de effecten op bijen en waterinsecten de toelating van een aantal imidacloprid-bevattende stoffen in de landbouw beperkt is in de hele EU, in Nederland door het ctgb.

Dat hebben we goed bekeken. Echter we vonden dat geen van de factoren waarvan bekend is of aangenomen kan worden dat ze deze soorten negatief beïnvloeden de verklaarde ruimtelijke patronen zo goed konden verklaren als de gehaltes aan imidacloprid. Dat wilt helemaal niet zeggen dat deze effecten niet van belang zijn. Het kan zijn dat bepaalde factoren al jaren eerder hun effect hebben gehad of dat de factor als een deken over het land alle plekken de vogelstand negatief beïnvloedt. In beide gevallen kan dit tot gevolg hebben dat deze factor niet de ruimtelijke verschillen in lokale trends verklaart. 

Deze studie legt de relatie tussen de hoeveelheden imadacloprid in het water en de lokale vogeltrends voor bepaalde soorten. Het kan zijn dat soorten niet allemaal even gevoelig zijn, het is ook zo dat er veel ruis in de data kan zitten waardoor bepaalde wel bestaande effecten niet goed te traceren zijn. De kracht van de analyse zit hem naast de grootschaligheid (heel Nederland) ook in het grote aantal soorten dat is bekeken. Ons onderzoek laat zien dat vogelpopulaties, ongeacht de nationale trend, lokaal het beduidend slechter doen als concentraties van imidacloprid in hoge mate aanwezig zijn in het oppervlakte water. Daarmee hoeft een soort op nationaal niveau nog niet af te nemen, want andere factoren kunnen er juist voor hebben gezorgd dat het beter gaat met de soort.

Op bijgaand kaartje is te zien in welke gebieden de imidacloprid-concentraties boven de 20 nanogram per liter uitkomen. Alle soorten tegelijk bekijkend vonden we dat boven 20 nanogram per liter de populatietrends van vogels negatief werden. Maar omdat de onderzochte soorten waarschijnlijk verschillend reageren en ook de lokale situatie waarschijnlijk van invloed kan zijn, is dit niet een 100% zwart-wit plaatje: het geeft de gebieden aan met een hoog risico op afnemende populaties van insectenetende vogels in het agrarisch gebied.

Gemeten imidacloprid-concentratie in oppervlaktewater

 

Over de periode 2003-2009 namen gemiddeld de onderzochte populaties met residuen>20ng/l met bijna 20% af (=3.5% jaarlijks). Bij veel hogere concentraties is het effect waarschijnlijk nog veel sterker.   

Het gaat in totaal om 15 soorten insecteneters: bosrietzanger, rietzanger, kleine karekiet, veldleeuwerik, graspieper, geelgors, spotvogel, boerenzwaluw, gele kwikstaart, ringmus, fitis, roodborsttapuit, spreeuw, grasmus, grote lijster. Het gaat om algemene soorten die in ons landbouw gebieden voorkomen, en die erg afhankelijk zijn van insecten, met name in de broedperiode.

Als dergelijk hoge concentraties ook in andere landen voorkomen in het milieu is het heel waarschijnlijk dat ook daar negatieve correlaties bestaan. In Nederland zijn we in de unieke situatie dat er fijnmazige meetnetten zijn voor zowel pesticiden in het oppervlaktewater als voor vogelpopulaties, die het vaststellen van soortgelijke relaties mogelijk maken.

Op bijgaand kaartje is te zien in welke gebieden de imidacloprid-concentraties boven de 20 nanogram per liter uitkomen. Alle soorten tegelijk bekijkend vonden we dat boven 20 nanogram per liter de populatietrends van vogels negatief werden. Maar omdat de onderzochte soorten waarschijnlijk verschillend reageren en ook de lokale situatie waarschijnlijk van invloed kan zijn, is dit niet een 100% zwart-wit plaatje: het geeft de gebieden aan met een hoog risico op afnemende populaties van insectenetende vogels in het agrarisch gebied.

 

Imidacloprid wordt gebruikt bij voorbehandeling van zaden en bespuiten van gewassen tegen insecten. In kassen, boomgaarden en bollenvelden is het gebruik relatief hoog, maar het wordt inmiddels in veel gewassen gebruikt.

Imidacloprid is een van de meest gebruikte insecticiden ter wereld en behoort tot de neonicotinoïden. Het middel wordt veelvuldig in verband gebracht met de sterfte onder bijen. Zie verder: http://nl.wikipedia.org/wiki/Imidacloprid

Controleer eerst op je ‘Persoonlijke Pagina’ of Sovon wel in het bezit is van het juiste e-mailadres. Log in op de Sovon-website met je waarnemerscode en klik op het tabje 'bewerken’. Ga naar ‘Pers. Gegevens’ en check onder ‘Persoonlijke gegevens’ het e-mailadres dat bij Sovon bekend is. Klopt dit niet, wijzig dit dan onder ‘Persoonlijke gegevens wijzigen’. Klopt je e-mailadres wel, check dan via de aanmeldpagina voor de nieuwsbrief  of je voorkeuren voor de nieuwsbrief goed zijn ingesteld.

Ja, dat kan. De digitale nieuwsbrief verschijnt elke maand. Mail je bijdrage voor de 15e van de maand aan nieuwsbrief@sovon.nl. Lees eerst de richtlijnen & tips. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen te weigeren of aan te passen.

Log in op de Sovon-website met je waarnemerscode/pidcode en ga naar sovon.nl/aanmeldennieuwsbrief. Vink de onderdelen aan waarvoor je de nieuwsbrief wilt ontvangen en klik op 'Aanmelden'.

Heb je geen waarnemerscode? Vul dan de velden 'Naam' en 'E-mailadres' in.

Onderaan iedere nieuwsbrief staat een linkje naar de pagina waar je je kunt afmelden (sovon.nl/afmeldennieuwsbrief). Log eerst in op de website als je een waarnemerscode/pidcode hebt en ga daarna naar sovon.nl/afmeldennieuwsbrief. Helemaal onderaan de pagina staat de knop 'Afmelden'. Je ontvangt na het afmelden nog een email met een bevestigingslinkje. Klik hierop. Heb je geen inlogcode, vul dan eerst je naam en e-mailadres op sovon.nl/afmeldennieuwsbrief.

 

Je kunt je aanmelden voor de digitale nieuwsbrief via de aanmeldpagina. Ook als je geen waarnemer van Sovon bent kun je je aanmelden. Vul je naam (of waarnemerscode/pidcode), e-mailadres in en vink je voorkeuren aan en klik op ‘aanmelden’. Je ontvangt dan een e-mail met daarin een bevestigingslinkje. Klik hierop om je aanmelding te bevestigen.

Antwoord: In de allereerste plaats natuurlijk door mee te doen aan de telprojecten…er zijn er vele, voor elk wat wils. Daarnaast wordt het zeer gewaardeerd indien u lid wordt van de vereniging Sovon. Zie daarvoor http://www.sovon.nl/nl/content/waarnemers-leden. Mensen die Sovon substantieel willen ondersteunen via een gift, sponsoring of een legaat, wordt verzocht contact op te nemen met info@sovon.nl

Antwoord: Sovon is een kenniscentrum dat gespecialiseerd is in aantallen, verspreiding en trends van alle Nederlandse vogels. Met landelijke telprojecten, gedragen door vrijwilligers, wordt deze kennis verzameld. Via toegepast onderzoek trachten we het hoe en waarom van gesignaleerde ontwikkelingen te verklaren. Zie ook http://www.sovon.nl/nl/content/beleid

Antwoord: De naam SOVON (aanvankelijk geheel met hoofdletters dus) betekende oorspronkelijk: Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland. Nadat de stichting veranderde in een vereniging stond de afkorting voor: Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland. Sindsdien is de term zodanig ingeburgerd geraakt dat we tegenwoordig spreken van Sovon (let op de schrijfwijze) of Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Projecten (5)

Dat verschilt per project en varieert van één uur tot een dag of tien. In het complete projectenoverzicht wordt per project aangegeven hoeveel tijd en kennis er nodig is.

Nee, dat hoeft niet. Er is voor elk wat wils: van opstapprojecten, zoals de tuinvogeltelling tot de intensievere broedvogeltellingen (BMP). Bekijk het complete projectenoverzicht.

Jazeker, dat kan voor een 80-tal min of meer zeldzame soorten via het Bijzondere Soorten Project. Losse waarnemingen van alle soorten kunt u doorgeven via www.telmee.nl of www.waarneming.nl.

Log in op de website via de knop 'inloggen' (rechts in de menubalk) en klik op de groene knop in de rechterkolom 'gegevens invoeren'

Of ga direct naar portal.sovon.nl

Ja, dat kan belangrijk zijn bij het opsporen en monitoren van vogelziektes. Geef uw melding door via het online meldpunt voor dode vogels.

Het oprapen van dode vogels waarvan de doodsoorzaak niet duidelijk is, kan gevaarlijk zijn. Bijvoorbeeld als het vogels betreft die besmet zijn met hoogpathogene aviaire influenza oftewel vogelgriep (onder andere type H5N1). Aan dode vogels kun je niet zien of ze met vogelgriep besmet zijn. Raap bij twijfel deze vogels niet op, maar maak melding via onze meldpagina.

Als de melding daar aanleiding toe geeft, wordt de informatie automatisch doorgegeven aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Bij dit soort gevallen wordt er altijd contact opgenomen met de waarnemer voor nadere informatie. U kunt dan gevraagd worden de vogel(s) op te sturen voor analyse naar het CVI in Lelystad of het DWHC in Utrecht of de vogel(s) worden opgehaald door mensen die ervaring hebben met het verzamelen van dode vogels.

 

  • Vogelgriep (ook wel vogelpest of aviaire influenza genoemd) is een zeer besmettelijke ziekte die voorkomt bij pluimvee (kippen en kalkoenen) en wilde watervogels
  • Vogelgriep wordt veroorzaakt door een virus
  • Wereldwijd zijn er verschillende soorten van het vogelgriepvirus
  • In zeer zeldzame gevallen kunnen sommige soorten van het vogelgriepvirus van dier op mens worden overgebracht. Dit gebeurt alleen bij direct en intensief contact tussen besmet pluimvee en mensen.
  • Bij enkele pluimveebedrijven in Nederland is in 2014 een bepaald soort vogelgriep gevonden, aviaire influenza A (H5N8)
  • Er zijn geen mensen bekend die met dit vogelgriepvirus besmet zijn
  • Heeft u de afgelopen 14 dagen contact gehad met vogels waarbij vogelgriep is vastgesteld en krijgt u griepachtige verschijnselen? Neem dan contact op met uw huisarts of de GGD

Bron: Thuisarts.nl

Het oprapen van dode vogels waarvan de doodsoorzaak niet duidelijk is, kan gevaarlijk zijn. Bijvoorbeeld als het vogels betreft die besmet zijn met hoogpathogene aviaire influenza oftewel vogelgriep (onder andere type H5N1). Aan dode vogels kun je niet zien of ze met vogelgriep besmet zijn. Wanneer je dode of zieke vogels tegenkomt, met name zwanen en andere watervogels, raak deze vogels dan niet aan. Maak melding van de vondst via de online meldpagina

Als de melding daar aanleiding toe geeft, wordt de informatie automatisch doorgegeven aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Bij dit soort gevallen wordt er altijd contact opgenomen met de waarnemer voor nadere informatie. U kunt dan gevraagd worden de vogel(s) op te sturen voor analyse naar het CVI in Lelystad of het DWHC in Utrecht of de vogel(s) worden opgehaald door mensen die ervaring hebben met het verzamelen van dode vogels.

De kans op besmetting bij het tellen van watervogels en het anderszins monitoren van vogels zonder dat daadwerkelijk contact bestaat tussen de waarnemer en dode of levende vogels is nihil. Wees voorzichtig bij het tellen van grote groepen (water)vogel en probeer contact met vogelpoep, nesten en eieren te vermijden

Usutu (9)

Merels, Huismussen en uilen (Laplanduil) zijn vatbaar voor het virus. Mogelijk zijn ook Spreeuwen en IJsvogels vatbaar.  

 

Je kunt helaas niets  doen om de merels te beschermen of besmetting van de merels te voorkomen.

 

In Duitsland zijn door het virus in 2012 meer dan 300.000 vogels overleden. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. Sindsdien waart het virus nog steeds rond in Europa en de laatste jaren ook in Nordrhein-Westfalen, de Duitse deelstaat die aan Nederland grenst. Het was dus wachten tot het virus in Nederland zou opduiken.

Wat dit voor gevolgen heeft voor de Nederlandse populatie Merels weten we nog niet. We volgen de aantallen nauwlettend via verschillende meetsystemen. Naast het doorgeven van dode vogels, is het ook belangrijk om bij te houden hoeveel levende Merels er rondvliegen. Via projecten als de Jaarrond Tuintelling kun je meehelpen om de stand in kaart te brengen

Niet alle Merels zijn doodgegaan aan het virus. Sommige zijn bijvoorbeeld tegen het raam gevlogen, of zijn gewoon overleden omdat ze oud waren. Het onderzoeken van vogels kost veel geld. Daarom gebeurt dit steekproefsgewijs of als er een specifieke aanleiding voor is. Echter, het is wel heel belangrijk om bij te houden hoeveel Merels er doodgaan en waar. Dus graag doorgeven. 

Merels zijn in de nazomer en het vroege najaar in de rui. Dat betekent dat hun verenkleed er wat slordig uitziet. Dat wil niet zeggen dat ze ziek zijn.

Merels die mogelijk het virus bij zich dragen gedragen zich apatisch, zijn erg makkelijk te benaderen en vliegen niet of erg onbeholpen weg. Ze zijn ook vermagerd, hoewel dat niet altijd zichtbaar is. Het ziekteverloop duurt 2-3 dagen. Je kunt de Merel helaas niet helpen

Het is zeer uitzonderlijk dat mensen besmet raken. Het virus wordt door steekmuggen, voornamelijk uit het geslacht Culex, overgedragen. In Europa zijn tot nu toe vijf patiënten met het Usutu-virus bekend, ondanks grootschalige uitbraken bij vogels. Bij drie van deze patiënten was het immuunsysteem verzwakt.

Het Usutu-virus vindt zijn oorsprong in Afrika en wordt overgebracht door muggen die vogels steken. Vermoedelijk is het virus via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het in 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa. 

Mensen die een dode merel in hun tuin vinden, kunnen die begraven of in de gft-bak gooien. Pak de vogel daarbij wel op met wegwerphandschoenen of een plastic zakje, ook al is de kans op besmetting voor mensen klein. Daarnaast roepen we iedereen op om dode vogels te melden, zodat we een goed beeld krijgen van de omvang van de Usutu-uitbraak.

Het is belangrijk om een beeld te krijgen van hoeveel Merels doodgaan en waar. Om hier zicht op te krijgen vragen we iedereen om dode Merels te melden via www.sovon.nl/dodevogels of het meldingsformulier van DWHC. Alleen als er een specifieke aanleiding voor is, zullen we de dode Merel onderzoeken.

 

Je kunt het (digitaal) melden bij en de ring opsturen naar het Vogeltrekstation.

Ga naar www.sovon.nl/nestkaart. Op deze pagina staan links naar de downloadpagina.

Ja, dat kan. In de Digitale Nestkaart kun je selecties maken en informatie uit alle ingevoerde velden opvragen. Kijk hiervoor bij Exporteren in het menu Bestand. Behalve de zelf ingevoerde gegevens kunnen ook alle hulptabellen worden opgevraagd. In de online Nestkaart kunnen basisgegevens van nestkaarten worden ingezien (in het menu Overzicht) en gegevens per tabel worden opgevraagd (in het menu Gegevens opvragen). In het laatste geval moeten de gegevens uit de tabellen zelf nog aan elkaar worden gekoppeld. In de Digitale Nestkaart gaat dit automatisch.

Om snel met de bestanden te kunnen omgaan werkt het programma met indexen. Die maken het onmogelijk maken om bepaalde combinaties van gegevens dubbel in te voeren. Als volledig onbekend is waardoor de fout is ontstaan, neem dan contact op met nestkaart@sovon.nl. Een snelle maar botte manier om de fout snel te verhelpen is door het programma af te sluiten met het kruisje rechtsbovenaan het programmavenster. Kies dan voor het niet opslaan van de gewijzigde gegevens.

Ja dat kan. Log daarvoor in op www.sovon.nl en ga naar de pagina "Gegevens delen" in het menu "Nestkaart". Geef daar de waarnemercode op van de persoon die uw nestkaarten mag bekijken.

Dat kan. Het is niet alleen mogelijk om analyses uit te voeren met de Digitale Nestkaart. Ook online kunnen analyses worden uitgevoerd. Bij online analyses worden alle nestkaarten gebruikt die in onze database staan (voor zover je rechten hebt om ze te mogen bekijken). Log daarvoor in op portal.sovon.nl en ga naar de pagina "Analyses" in het menu "Nestkaart".

Een nestkaart kan worden gewijzigd in de Digitale Nestkaart door hem eerst op te zoeken (bv via de knop met het icoontje van de verrekijker). Vervolgens kun je wijzigingen aanbrengen. Het programma houdt bij wat een kaart is veranderd. Bij de volgende keer dat de gegevens worden verstuurd worden de aanpassingen ook doorgevoerd in de database van Sovon. Het is niet mogelijk om een kaart ingevoerd met de Digitale Nestkaart online te wijzigen.

In de Digitale Nestkaart kun je een eerder zelf ingevoerde kaart gewoon opzoeken om hem te bekijken (bv via het icoontje met de verrekijker). Het is ook mogelijk om online ingestuurde nestkaarten te bekijken. Inclusief de kaarten die je ooit op papier hebt ingestuurd en kaarten van anderen (het laatste alleen als je daarvoor de rechten hebt). Log daarvoor in op www.sovon.nl en ga naar de pagina "Overzicht" in het menu "Nestkaart".

Ja, dat is mogelijk. Op het tabblad Algemeen kunnen enkele medewaarnemers worden opgegeven. Als het kader Medewaarnemers niet zichtbaar is, dan kan die zichtbaar worden gemaakt via het menu Beeld. Als de gegevens zijn ingestuurd, dan kunnen de medewaarnememers online de kaarten bekijken waarvan ze medewaarnemer zijn. Het is ook mogelijk om online een waarnemer te machtigen om je ingestuurde nestkaarten te bekijken. Log daarvoor in op www.sovon.nl en ga naar de pagina "Gegevens delen" in het menu "Nestkaart". Geef daar de Sovon-waarnemercode op van de persoon die uw nestkaarten mag bekijken.

Ga om nestkaarten in te sturen naar het menu "Kaarten insturen" in het menu "Bestand" van de Digitale Nestkaart. Kies daar voor "Nieuwe en gewijzigde kaarten insturen". Het programma houdt zelf bij welke kaarten ingestuurd moeten worden. Volg de aanwijzingen op het scherm. Tijdens het versturen komt er een overzicht op het scherm van de verstuurde nestkaarten.

Alleen kaarten zonder fouten kunnen worden verzonden. Als er waarschuwingen of verbetertips zijn voor een kaart kunnen ze wel worden verzonden. Het programma controleert regelmatig of de ingevoerde kaarten foutloos zijn (bij het opslaan van een kaart en/of bij het versturen). Laat je door het programma helpen om de fouten te herstellen.

Een nestkaart kan uit de Digitale Nestkaart worden verwijderd door hem eerst op te zoeken (bv via de knop met het icoontje van de verrekijker). Klik op de knop met het zwarte kruis (of kies voor "Verwijderen nestkaart" in het menu Bestand). Als de kaart al naar Sovon is verstuurd wordt de kaart na de volgende zending ook uit de database van Sovon verwijderd.

Ga om de ingevoerde nestkaarten in te sturen naar "Kaarten insturen" in het menu Bestand. Kies daar voor "Nieuwe en gewijzigde kaarten insturen". Volg de aanwijzingen op het scherm. Als je er niet uit komt, neem dan contact op via  nestkaart@sovon.nl

Nee. De Digitale Nestkaart is alleen beschikbaar voor Windows.

Tellen is een van de ingebouwde analyses in de Digitale Nestkaart. Ga hiervoor naar Tellen in het menu Analyses. Kies daar wat je wilt tellen (bv totaal aantal nestkaarten of aantal geringde jongen) en of je alleen een totaal wilt of bv een getal per jaar. Klik vervolgens op de Tellen-knop om het resultaat te zien.

Nee, dat moet niet. Het kan voor jezelf wel handig zijn om het wel te doen. Het geeft je achteraf informatie over de bezetting van het nest. Je kunt ook heel eenvoudig alle nestkasten uit een jaar in één keer toevoegen voor een nieuw jaar (maak bv voor alle nestkasten uit 2011 alvast een kaart aan voor 2012). Dat kan veel werk besparen. Kies hiervoor voor "Meerdere nieuwe nestkaarten" in het menu Bestand. In zo'n geval is het zeker ook handig om ook nestkaarten aan te maken van lege nestkasten.

De wijze waarop je de Digitale Nestkaart moet citeren is onder andere te vinden op het Info-venster. Kies hiervoor voor menu Help in het programma.

Ja, dat is mogelijk. Om gps-bestanden in te kunnen lezen moet je er eerst een GPX-bestand van maken. De KML en KMZ bestanden van Google Earth kunnen rechtstreeks worden ingelezen. Kies voor het inlezen van een GPX of KML bestand voor "KML/GPX bestand" in het menu Invoer.

Om prooien in te kunnen voeren moet je eerst een nestbezoek aanmaken voor de datum waarop het nest is bezocht. Als er meerdere bezoeken zijn ingevoerd, selecteer dan het juiste bezoek. Rechts onderaan het tabblad met de nestbezoeken staat een knop "Prooien invoeren" (naast de regel voor de opmerkingen). Als er al prooien zijn ingevoerd staat er op die knop "Prooien wijzigen". Per prooi kunnen meerdere soorten gegevens worden ingevoerd.

Ingevoerde prooien kunnen net als alle andere ingevoerde gegevens worden opgevraagd en opgeslagen in bestanden zodat ze voor eigen analyses kunnen worden gebruikt.

Als het niet lukt om nestkaarten in te sturen, neem dan contact op met nestkaart@sovon.nl

 

Bij twee bezoeken per nest is de kaart al geschikt voor het berekenen van nestsucces; dat geldt ook voor nesten die niet tot het eind gevolgd zijn. Het meest waardevol zijn echter nestkaarten met minimaal twee bezoeken in de ei- en/of jongenfase, plus een (derde) bezoek om het al dan niet succesvol uitvliegen vast te stellen (nacontrole). Veelvuldig controleren van de nestinhoud is dus niet noodzakelijk (en in verband met verstoring zelfs onwenselijk).

Het is mogelijk om een foto te koppelen aan een nestkaart. Kies hiervoor "Foto's koppelen aan een nestkaart" in het menu Bestand. De foto's worden niet echt aan en nestkaart toegevoegd. Je geeft aan waar op je computer de foto staat. Je maakt in feite een snelkoppeling naar de foto. Je kunt aan iedere foto wat extra gegevens toevoegen (o.a. datum, titel en opmerkingen). Bij het versturen van de nestkaarten worden de foto's niet naar Sovon verstuurd. Het toevoegen van foto's is puur voor eigen gebruikt.

Er zijn meerdere mogelijkheden om de locatie van een nest op te geven in de Digitale Nestkaart. De gemakkelijkste is het aanwijzen op een kaart. Alternatieven zijn het invoeren van Rijksdriehoek (=Amersfoort) coördinaten, graden+minuten+seconden of atlasblok+kilometerhok. Als één van degenoemde methoden is gebruikt rekent het programma automatisch de andere gegevens uit.
Op het venster met de kaart kun je een locatie opzoeken door een plaats, gebied of een adres in te voeren.

Het is wettelijk verboden om nesten te zoeken. Nestkaartwaarnemers krijgen daarvoor jaarlijks een ontheffing. Om die te krijgen moet je je aanmelden als waarnemer. Meer informatie hierover is de vinden op de pagina van het Nestkaartenproject.

Het is mogelijk om nestkaarten van anderen te zien als ze in onze online database staan. Niet alleen de basisgegevens kunnen worden bekeken, het is ook mogelijk om die gegevens te analyseren. Voorwaarde hiervoor is dat je rechten hebt om de gegevens te zien. Iedere nestkaart-waarnemer kan anderen rechten geven om in zijn/haar kaarten te kijken. Dit is in te stellen in het menu Gegevens delen.

Broedstadia en de leeftijd van nestjongen worden bij alle analyses gebruikt. Bij broedsucces berekeningen worden ze gebruikt om te kijken in welk stadium het nest is en wanneer het nest is mislukt of uitgekomen. Bij legbegin berekeningen word aan de hand van de broedcodes teruggerekend wanneer het legsel is gestart. Om de legselgrootte te bepalen worden de codes gebruikt om alleen de legsels te selecteren die vroeg in het broedproces zijn gevonden. Bij laat gevonden legsel is de kans groot dat er al verliezen zijn opgetreden. Om dezelfde reden wil je voor het aantal uitgekomen jongen nesten selecteren die zo dicht mogelijk voor het uitvliegen nog bezocht zijn. Het noteren van broedstadia of de leeftijd van jongen is dus zeer nuttig.

Vul bij elk bezoek altijd een broedstadium of de leeftijd van de jongen in. Als er twee toepasselijke broedstadia zijn, vul die dan beide in. Ze geven zeer nuttige inormatie over de vordering van het broedsel en de leeftijd van de jongen. Broedstadia worden bij alle berekeningen gebruikt.

Nacontroles leveren he meeste informatie op vlak na het uitkomen van de eieren (nestvlieders) of vlak na het uitvliegen van de jongen (nestblijvers). Bij succesvolle legsels kan het informatie geven over het aantal uitgekomen eieren en/of het aantal uitgevlogen jongen. Bij nestblijvers treden bijvoorbeeld regelmatig nog aanzienlijke verliezen op na de datum waarop de jongen zijn geringd. Bij mislukte legsels geeft een controlebezoek vaak nog informatie over de oorzaak van het mislukken van het broedsel.

Nacontroles maken een nestkaart extra waardevol. Bij succesvolle legsels kan het informatie geven over het aantal uitgekomen eieren en/of het aantal uitgevlogen jongen. Bij nestblijvers treden bijvoorbeeld regelmatig nog aanzienlijke verliezen op na de datum waarop de jongen zijn geringd. Bij mislukte legsels geeft een controlebezoek vaak nog informatie over de oorzaak van het mislukken van het broedsel.

De resultaten van de analyse kunnen niet rechtstreeks worden afgedrukt. Wel is het mogelijk de resultaten van de analyses in de Digitale Nestkaart op te slaan in o.a. Excel. Vanuit dat programma kan (een selectie van) de resultaten netjes worden afgedrukt (denk bv aan pagina indeling, lettergrootte, ...).

Log hiervoor in op www.sovon.nl en ga naar Analyses in het menu Nestkaart. Selecteer daar welke analyse je wilt uitvoeren en of je de gegevens op het scherm wilt zien of wilt downloaden als Excel bestand. De nestkaarten die worden gebruikt bij de analyses zijn alle persoonlijke kaarten (ingevoerd op papier of digitaal) eventueel uitgebreid met kaarten van anderen waarvoor rechten zijn verkregen.

Het kan zijn dat de tabbladen Ring-/afleesgegevens, Biometrie en Eieren uit staan. Ga om die tabbladen aan te zetten naar 'Algemene instellingen' in het menu 'Beeld'. Hier kun je aangeven of je ringt, biometrie verzameld of bv eieren meet.

De index van het soortnamen bestand is kapot. Doe het volgende om het probleem te verhelpen

  1. Open de Digitale nestkaart
  2. Ga naar het menu Help en kies daar voor "Downloaden helpfiles"
  3. Download en installeer het helpbestand

Het probleem moet nu verholpen zijn.

Er zijn enkele mogelijke oplossingen.

  • Heb je uitsluitend de update geinstalleerd: installeer de volledige versie.
  • Heb je de volledige versie geinstalleerd: kijk op de pagina installatie-problemen bij "Probleem met het stuurprogramma ".

Klopt, maar op deze manier kan er nooit verwarring ontstaan. Een ‘vink’ kan een lid van de vinkenfamilie zijn, maar ook de vink Fringilla coelebs. Een ‘grote jager’ kan fors iemand zijn die aan jacht doet, maar ook het grootste lid van de parasiterende familie van de Stercorariidae. De schrijfwijze Vink en Grote Jager vinden we duidelijker.

De systematische volgorde waarin soorten worden behandeld in rapporten, boeken en tijdschriften is doorgaans op taxonomische gronden gestoeld, met de evolutionair gezien 'oudste soorten' eerst en de 'meest recente' het laatst. Lange tijd werd in Nederland de volgorde aangehouden die door prof.dr. K.H. Voous was vastgesteld (1977, 1980). Inmiddels is op grond van wetenschappelijk onderzoek (DNA) komen vast te staan dat de volgorde eigenlijk anders moet zijn. Moderne vogelgidsen beginnen daarom niet meer met de Duikers en Futen, maar met Zwanen, Ganzen en Eenden, om een voorbeeld te noemen. Dat Sovon dit lange tijd niet overnam, heeft een praktische oorzaak en vloeit voort uit de manier waarop databases zijn opgebouwd. Het is dus geen waardeoordeel over de 'nieuwe' systematische volgorde. Gaandeweg zal de 'nieuwe' volgorde worden ingevoerd, te beginnen met de watervogel- en broedvogelrapporten die in 2013 verschijnen.


Veranderingen in de soortvolgorde worden, net als veranderingen in naamgeving, vastgesteld door de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA). De CSNA valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) en de Dutch Birding Association (DBA) maar is een onafhankelijke commissie. Publicaties vinden plaats in de tijdschriften Ardea en Dutch Birding.

Momenteel berust de officiële naamgeving, en verandering van naamgeving, bij de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA). De CSNA valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) en de Dutch Birding Association (DBA) maar is een onafhankelijke commissie die adviseert over zaken als taxonomie, naamgeving en soortvolgorde. Wanneer naamsveranderingen worden doorgevoerd, wordt dat in een publicatie verantwoord (tijdschriften Ardea en Dutch Birding). Sovon neemt aldus aangekondigde veranderingen in naamgeving altijd over.

Ganzen (3)

Ieder beleid is gebaat bij betrouwbare, objectieve cijfers. Zonder je telinspanningen zouden er minder gegevens beschikbaar zijn. De gegevens die Sovon verzamelt, staan ter beschikking voor velerlei doeleinden, vaak met een beschermingsoogmerk, maar soms ook binnen discussies over mogelijke schade en beperking van populaties. Het beleid wordt bepaald door de overheid en andere instanties. Als je het niet eens bent met dit beleid, kun je je bezwaren uiten bij hen en/of bij actiegroepen.

We zullen die vraag overleggen met onze ledenraad. Ook zullen we ervoor waken dat het eventuele gebruik van onze gegevens op de juiste wijze gebeurt en zullen we gebruikers wijzen op eventuele onjuiste interpretaties.

Sovon is niet betrokken geweest bij de plannen voor de reductie van de bij ons broedende ganzenpopulaties. De door Sovon verzamelde gegevens hebben daar tot dusverre geen rol in gespeeld. Sovon verzamelt met name gegevens over overwinterende ganzen, die volgens het akkoord buiten schot blijven. Bovendien wordt in het akkoord gesproken over het reduceren van aantallen tot een bepaald schadeniveau.

Ethiek (11)

Geluid afspelen, om vogels te activeren tot zang of roep, wordt bij broedvogelinventarisatie soms toegepast om de aanwezigheid vast te stellen van enkele soorten die lastig te inventariseren zijn. 

Vogels kunnen echter over hun toeren raken bij het horen van een luid zingende soortgenoot in hun territorium. De geprovoceerde vogel kan (te) heftig reageren of juist geïntimideerd raken. Bovendien is niet altijd nodig, en zeker niet bij alle soorten. 

Lees meer over geluiden afspelen tijdens broedvogelinventarisaties

Nee, Sovon heeft geen algemene gedragscode vastgelegd voor tellers. Wel zijn er een aantal  algemeen geldende gedragsnormen te benoemen:

  • Verstoor geen natuur of hou de verstoring zo beperkt mogelijk
  • Vraag indien nodig toestemming aan de terreineigenaar voor betreding (soms is een zelfs een vergunning nodig)
  • Gedraag je als gast in het terrein (geen beschadigingen, geen rommel)
  • Wees een ambassadeur en leg desgevraagd uit wat je aan het doen bent en wat het belang is van systematisch vogels tellen

In verband met de veiligheid:

  • Wees je bewust van eventuele gevaren van het terrein (hoogveen, open water etc.)
  • Ga bij ‘gevaarlijke’ terreinen altijd met z’n tweeën
  • Neem altijd een opgeladen mobiele telefoon mee voor calamiteiten

Voor nestenonderzoek is er wel een specifieke gedragscode. Dat is een dermate delicate aangelegenheid dat in de handleiding Nestkaarten uitgebreide informatie is opgenomen over maatregelen die de waarnemer moet nemen om verstoring van nestelende vogels te voorkomen. Voor dit type onderzoek is ook een officiële ontheffing van het ministerie nodig voor wetenschappelijk onderzoek, en een bewijs van registratie bij Sovon.
Ook bij publicaties houden we het belang van de vogels in het oog. Zo worden nooit de exacte broedplaatsen van kwetsbare en/of zeldzame broedvogels vermeld in verslagen. Waarnemers kunnen ook zelf vragen om geheimhouding van (exacte) locaties van kwetsbare soorten.


Wat betreft vogelfoto’s verwijzen we naar de diverse websites van natuurfotografen, die veelal een eigen gedragscode hebben opgesteld; iets dat wij van harte onderschrijven. Goede voorbeelden zijn o.a. het Praktijkboek Vogelfotografie en de website van Vroege Vogels. Nestfotografie wordt door Sovon overigens niet per definitie afgekeurd.

Vogels, en dan met name ganzen, worden zo nu en dan geringd met plastic halsbanden. Zo’n band ziet er vreemd uit voor iemand die dat voor het eerst ziet. Menigeen vraagt zich af waar zo’n halsband goed voor is, en of de vogels er geen last van hebben.

Tientallen jaren ervaring
De methode wordt in Europa al vanaf het eind van de jaren zeventig gebruikt. Daarvoor werd er in Amerika al ervaring mee opgedaan. Het gaat om een beproefde methode die belangrijke resultaten oplevert en geen onaanvaardbare risico’s voor de vogels veroorzaakt.

Trek en broedsucces
Vogels met halsbanden vallen op, ook binnen grote groepen. Met een goede verrekijker of telescoop is de inscriptie (vaak cijfer/lettercombinatie) af te lezen. Doordat de met halsbanden uitgeruste vogels tijdens hun leven vaak worden teruggezien, leerden we veel over trekpatronen en timing van de trek van individuele vogels. Bovendien levert het veel informatie op over het broedsucces van individuen. Zo is onder andere duidelijk geworden dat de meeste ganzen hooguit maar één keer in hun leven succesvol jongen groot brengen en niet elk jaar, zoals vaak wordt gezegd.

Overleving
Met halsbanden krijgen we ook een goed beeld van de overleving (sterfte) van individuen. Dit is vooral bij veranderingen in de jachtdruk belangrijk, zodat tijdig aan de bel getrokken kan worden mocht de sterfte te hoog worden.

Waarom halsbanden en niet alleen pootringen?
De kennis zoals hierboven vermeld had niet verzameld kunnen worden als vogels niet individueel herkenbaar zouden zijn. Een aluminium ring om de poot, zoals gebruikelijk bij vogels, levert minder informatie op: alleen wanneer de ring teruggevonden wordt of wordt afgelezen, wat lastig is. Een kleurring om de poten is al beter afleesbaar, maar nog onvoldoende. In een park of op kort gras is zo’n ring goed af te lezen, maar de meeste ganzen verblijven vaak op grote afstand in hogere vegetatie. De ringen om de hals zijn tot op zeker 500 meter af te lezen met een telescoop. Hierdoor zijn de vogels te volgen zonder ze te verstoren.

Hebben de vogels geen last van halsbanden?
Dat is een vraag die vaak gesteld wordt. Doordat regelmatig vogels met banden worden terug gevangen, kan de nek gecontroleerd worden. Alleen aan de onderkant van de band, aan de rugzijde, zijn de veren iets gebogen. Dat heeft voor de vogel geen nadelige gevolgen. De banden zijn zo gemaakt dat ze ruim om de nek passen.

Zitten de halsbanden niet strak?
Soms lijken de banden veel te strak te zitten. Dat komt omdat in sommige perioden (balts, winter) de veren van de nek worden uitgezet. Tussen band en nek is dan nog steeds meer dan voldoende ruimte om te ademen en te slikken.Dat sommige vogels al meer dan tien jaar met een halsband rondvliegen en succesvol jongen grootbrengen, zegt eigenlijk al voldoende.

Invoer aflezingen
Tegenwoordig kunnen bijna alle ganzen met halsbanden gemeld worden via de website www.geese.org. Op deze website zitten inmiddels data van vele duizenden waarnemers uit heel Europa en Azië. Ze hebben in totaal zo’n twee miljoen aflezingen hebben ingevoerd.

Meer over onderzoek naar Ganzen

Sovon heeft in 2009 een rapport uitgebracht met daarin een risicoanalyse. Deze analyse is gebaseerd op een uitgebreide literatuurstudie. In 2012 is het aantal Huiskraaien opnieuw in kaart  gebracht, zie deze notitie van Sovon. We zijn niet betrokken bij het opstellen of uitvoeren van het beleid van deze beleidsmaatregel.

De Huiskraai wordt door de Rijksoverheid aangemerkt als invasieve exoot. Uit een uitgebreide literatuurstudie van Sovon is gebleken dat deze soort zich mogelijkerwijs kan ontwikkelen tot een plaag en inheemse vogelsoorten kan verdringen. De overheid wil deze ontwikkeling voorkomen door de Huiskraai te elimineren. Waarom Sovon daar niets tegen doet, leest u hier.

Het zou bijzonder jammer zijn als u stopt met tellen. Bedenk dat discussies over lastige vogelkwesties altijd gebaat zijn bij betrouwbare cijfers. Anders zouden belangengroeperingen vrij spel hebben.

Wij verzamelen alleen gegevens. Het beleid wordt bepaald door de overheid en andere instanties. Als je het niet eens bent met dit beleid, kun je je bezwaren uiten bij hen en/of bij actiegroepen.

Wij zijn een onafhankelijk kenniscentrum dat gegevens over aantallen, verspreiding en trends van vogels verzamelt en analyseert. Deze gegevens zijn openbaar en vormen niet alleen de basis van meer kennis, maar worden ook gebruikt voor beleids- en beschermingsdoeleinden.

Nee, mits goed uitgevoerd. Daarom is het ringen van vogels gebonden aan een vergunning die pas verleend wordt nadat de toekomstige ringer ervaring heeft opgedaan bij collega’s. Onderzoek naar de risico’s van ringwerk voor vogels toont aan dat er met de meest gebruikelijke methoden (mistnetten) vrijwel geen slachtoffers hoeven te vallen, mits de ringer zich houdt aan een aantal basisregels (niet vangen bij slecht weer, netten regelmatig controleren enz.).

Potentieel gevaarlijker methoden als werken met kanonnetten zijn voorbehouden aan specialisten.

Nestfoto’s hebben een documentaire en educatieve waarde. Ze illustreren een belangrijk onderdeel van het vogelleven dat tegenwoordig voor velen onbekend is. Bovendien hebben ze hun eigen schoonheid. Het maken van nestfoto’s puur om de foto zelf wordt door Sovon niet gepropageerd.

De nestfoto’s die wij publiceren zijn doorgaans gemaakt tijdens omzichtig uitgevoerd onderzoek met uiterste aandacht voor het welzijn van de vogels (Nestkaartenproject, zie boven) of tijdens eveneens zorgvuldig uitgevoerd ringwerk. De overige nestfoto’s zijn gemaakt in situaties waarin een foto – vaak van grote afstand gemaakt – geen enkel kwaad kon (voorbeeld: broedende Meerkoet in stadsparkje, gemaakt vanaf de oever).

Een begrijpelijke mening, door velen gepropageerd, maar in zijn algemeenheid onjuist. Er is zeer veel onderzoek verricht naar de mogelijke effecten van nestbezoek op het broedresultaat (uit ethische overwegingen, maar ook omdat geen enkele onderzoeker gecorrumpeerde resultaten wil verzamelen). Die honderden (!) onderzoekingen zijn in verschillende reviews tegen het licht gehouden. De uitkomst was dat nestonderzoek, mits zorgvuldig uitgevoerd, geen aantoonbaar negatieve gevolgen heeft voor het broedresultaat van de meeste soorten. Uitzonderingen zijn sommige weidevogels en op toendra broedende steltlopers, waarbij bijzonder moet worden uitgekeken voor sporen naar het nest.

Een en ander neemt niet weg dat nestonderzoek te allen tijde uiterst zorgvuldig moet plaatsvinden. In de Handleiding staan vele aanwijzingen daarvoor. Sovon verwacht van de medewerkers aan het project dat zij deze aanwijzingen kennen en respecteren. Nesten zoeken en controleren is alleen geschikt voor waarnemers die niet terugdeinzen voor buitengewoon omzichtig en tijdrovend geduldwerk!

Geluid afspelen, om vogels te activeren tot zang of roep, wordt bij broedvogelinventarisatie soms toegepast om de aanwezigheid vast te stellen van enkele soorten die lastig te inventariseren zijn. 

Nee, je kunt volstaan met inventarisatie zonder geluidnabootsing. Belangrijk bij monitoring is dat de methode gelijk blijft. Dus niet het ene jaar in je telgebied geluiden afspelen van uilen, en het jaar erop niet.   

 

Geluidnabootsing wordt vooral gebruikt bij Nachtzwaluw, Draaihals, Middelste Bonte en Kleine Bonte Specht, Kwartel, rallen en uilen.

Vogels kunnen over hun toeren raken bij het horen van een luid zingende soortgenoot in hun territorium.  De geprovoceerde vogel kan (te) heftig reageren of juist geïntimideerd raken.  Pas de methode dus alleen toe als je het echt noodzakelijk vindt voor de inventarisatie (en niet bijvoorbeeld om een vogel beter te bekijken). 

Vogels kunnen de teller volgen of komen van grote afstand aangevlogen. Ze raken daarmee buiten hun eigen territorium, wat tot dubbeltelling kan leiden. 

  • Speel het geluid niet te hard en te lang af, dit kan op vogels als dominant gedrag overkomen.
  • In open landschap om de 400-500 meter afpelen en in bossen om de 200-250 meter.
  • Gedurende ongeveer 5-10 seconden afspelen, met tussenpozen van enkele minuten.
  • Zodra er een reactie komt: onmiddellijk stoppen met het afspelen van geluid.
  • Attent zijn op vogels die niet zingen maar wel nieuwsgierig komen kijken. Ook dan stoppen met geluid.
  • Geen reactie? Ga niet lang door maar kom later nog eens terug.

 

Nee, je kunt ook het geluid van een vrouwtje afspelen, om te controleren of een mannetje aanwezig is

Doorgaans goede opnames vindt je op www.xeno-canto.org of gebruik de app van xeno-canto 'Vogelgeluiden (alleen voor Androïd)'