Toen en nu: Vogels van de Wylerberg (en Nederland)

Met misschien wel de hoogste vogelaarsdichtheid per vierkante kilometer van het hele land werden de vogels in de omgeving van het Sovon-kantoor nauwlettend gevolgd. Dat leverde mooie soorten op en bevindingen op die vaak in het landelijke beeld bleken te passen.

Nieuwkomer Middelste Bonte Specht

Middelste Bonte Specht | Fotograaf Harvey van Diek
Middelste Bonte Specht|Fotograaf: Harvey van Diek

In 1988, toen Sovon zijn nieuwe pand betrok, werd de Middelste Bonte Specht nog tot de dwaalgasten gerekend. Begin jaren negentig begon dat te veranderen met een toenemend aantal waarnemingen, en vanaf halverwege jaren negentig is de soort een jaarlijkse broedvogel.

De verspreiding bleef jarenlang beperkt tot de zuidhelft van Limburg. Met een prachtig, bijna Zuid-Limburgs aandoend hellingbos voor de deur, was het bijna wachten totdat deze specht zich zou vestigen op de Wylerberg. En zo geschiedde, vanaf 2007 konden Middelste Bonte Spechten tijdens de pauzes worden opgespoord – waarbij overigens opviel hoe stil zo’n solitair paartje kan zijn.

Tijdens de laatste maanden van onze aanwezigheid wist de specht ons aanstaande vertrek te verzwaren door soms letterlijk voor het raam te verschijnen in een oude kers of andere boom. Het leed van het vertrek werd wat getemperd toen bleek dat ook bij het nieuwe kantoor, op het Natuurplaza in Nijmegen, Middelste Bonte Spechten gezien konden worden. Minder vaak en vooral ook in een minder luisterrijke omgeving dan op de Wylerberg, maar een kinderhand…

De vestiging op de Wylerberg en Nijmegen vormde onderdeel van de landelijke opmars die onverstoorbaar doorging. In 2012 waren er iets van 350 broedparen in ons land, met de bulk in Twente, de Achterhoek, Noord-Brabant en Limburg.

Bosvogels in de plus en min

Fluiter | Fotograaf Harvey van Diek
Fluiter|Fotograaf: Harvey van Diek

Door de jarenlange broedvogelinventarisatie van het bos rondom kantoor werden allerlei trends duidelijk. In de loop van de bijna kwart eeuw aanwezigheid van Sovon verdwenen soorten als Ransuil, Matkop, Wielewaal en Ringmus uit het bos. Fluiter en Grauwe Vliegenvanger gingen sterk in aantal achteruit terwijl de Appelvink eerst toenam en daarna weer afnam.

Daartegenover stond een herstel van de Groene Specht en de vestiging van verschillende nieuwe soorten, niet alleen de al genoemde Middelste Bonte Specht maar ook Kortsnavelboomkruiper en minder typische bosvogels als IJsvogel en Grote Gele Kwikstaart.

De meeste ontwikkelingen blijken goed te passen in het landelijke beeld. Zo staan de verdwenen en afgenomen soorten niet voor niets op de Rode Lijst. De redenen voor hun malaise, voor zover bekend, variëren van veranderingen in bosstructuur tot problemen tijdens de trek en overwintering in Afrika. De toegenomen soorten beleefden een periode van bloei, al is die voor IJsvogel en Grote Gele Kwikstaart tot stilstand gekomen door enkele koudere winters.

De Appelvink doet het landelijk wat beter dan op de Wylerberg het geval was. De recente terugval is echter ook in andere streken met veel oud loofbos geconstateerd, terwijl in gebieden met jonger bos juist toename plaatsvond.

Bijzondere terrasvogels

Dwergarend, lichte fase | Fotograaf Ward Hagemeijer
Dwergarend, lichte fase | Fotograaf Ward Hagemeijer

Met enige weemoed denkt het Sovon-personeel nog wel eens terug aan het terras van kantoor Wylerberg. Tijdens de pauzes zochten vele spiedende ogen de omgeving en lucht af. En zelfs vanuit kantoor viel er het nodige te zien. Menigmaal schalde de kreet “Kraanvogels” of “Wouw” door het kantoor, waarna een chaotische volksverhuizing op gang kwam.

In de loop der jaren werden zo’n 140 vogelsoorten vanaf het terras gezien (inclusief escapes). Daar zaten soorten bij die je in zo’n bosrijke omgeving niet zou verwachten, zoals Fuut, Lepelaar, Grote Zaagbek, Kemphaan en Visdief; allemaal overtrekkend uiteraard. Ook Grote Pieper en Buidelmees lieten zich tijdens de trek verschalken, terwijl de Klapekster ’s winters incidenteel opdook.

Bij goed weer was het opletten geblazen op thermiekende vogels, niet alleen verschillende roofvogelsoorten maar ook Ooievaar, Zwarte Ooievaar en Raaf. Met roofvogels waren we toch al goed bedeeld: 16 soorten. In sommige jaren broedde de Wespendief op nog geen 150 meter van het pand en vlogen oude vogels met wespenraten laag over kantoor. Meest bijzonder was een lichte fase Dwergarend die het kantoor op 17 juli 1996 in recordtijd leeg wist te krijgen; hoewel van matige kwaliteit, overtuigden de foto’s de CDNA van het vierde aanvaarde geval voor ons land.

Maar minstens zo bizar was de Kwartel die op klaarlichte dag tijdens een CES-actie van boven door het bladerdek kwam stuiteren en zich gewillig liet ringen. Speculaties genoeg, maar we weten tot op de dag van vandaag niet wat hieraan voorafging.