Vogels toen en nu

Collega's zien Kraanvogels (Foto: John van Betteray)
Ook op de Natuurplaza zien collega's wel eens een vogel: hier Kraanvogels (Foto: John van Betteray)

Vogelaars blijven vogelaars, ook als ze op kantoor zitten. De blik achter het computerscherm gaat regelmatig omhoog om de lucht even te scannen, tijdens vergaderingen staan de oren gespitst op van buiten doordringende vogelgeluiden. Van de Wylerberg met zijn prachtige bos naar de meer prozaïsche werkomgeving van de Natuurplaza: een deceptie? Het viel wel mee…

Zwarte Roodstaart binnen handbereik

Zwarte Roodstaart (Foto: Harvey van Diek)
Zwarte Roodstaart. Dwaalgast op de Wylerberg, vaste gast op de Natuurplaza. (Foto: Harvey van Diek).

Er zijn heel wat vogelsoorten die het kantoorpersoneel van Sovon op de Wylerberg regelmatig kon zien en die op de nieuwe locatie op de Natuurplaza ontbreken of zeldzaam zijn. In een enkel geval is het omgekeerd.

Zo is het in een groot deel van het jaar geen probleem om een Zwarte Roodstaart te betrappen. Hij voelt zich thuis tussen de hoge gebouwen en broedt er ook, getuigde de families met uitgevlogen jongen. Meer bijzonder is het dat de soort er bijna jaarlijks overwintert, althans een poging doet.

Want er is steeds wel een periode waarin hij niet te vinden is. In onze eerste winter op de Natuurplaza, die van 2010/11, zagen we een Zwarte Roodstaart tot en met 17 december, maar daarna niet meer tot 28 maart. Hetzelfde gebeurde in de winters van 2011/12 (laatste 18 januari, eerstvolgende 5 april) en 2013/14 (laatste 29 januari, eerstvolgende 27 maart); in de winter van 2012/13 was er maar een enkele winterwaarneming tussen 29 oktober en 10 april.

Raadselachtig…gaat de overwinteraar alsnog de pijp uit of verkast deze nog laat in de winter? Want het is met die vogelaarsdichtheid niet aannemelijk dat een Zwarte Roodstaart zo lang over het hoofd wordt gezien.

Boomklevers ‘overal waar bomen staan’

Boomklever (Foto: Ran Schols)
Boomklever. Zowel bij de Wylerberg als de Natuurplaza ‘binnen handbereik’. (Foto: Ran Schols)

Het is een teken aan de wand dat er zowel op de oude als nieuwe kantoorplek van Sovon volop Boomklevers binnen gehoorafstand zijn als je buiten staat. Want het is een soort die het prima doet in ons land.

Tot de jaren zeventig van de 20e eeuw was de Boomklever alleen talrijk in de oude loofbossen van de binnenduinrand, Midden-Nederland, de randen van de Veluwe, Twente, de Achterhoek en Limburg.  Elders waren de bossen te jong of te zeer gedomineerd door naaldhout.

Maar toen de bossen op de zandgronden ouder werden en uniforme naaldhoutplantages plaats maakten voor gemengd bos, was het hek van de dam. In de laatste drie decennia van de 20e eeuw breidde de soort zich formidabel uit, met name in Drenthe en Noord-Brabant. Ook nieuw ontstane gebieden werden gekoloniseerd, zoals de bossen in Oostelijk Flevoland. De verspreiding nam toe met ongeveer 300 atlasblokken van 25 km2, en dat deden weinig vogelsoorten hem na.

Naar verwachting heeft dit proces doorgezet na de eeuwwisseling, zij het in wat minder spectaculaire vorm (de meeste bossen zijn nu wel bezet). De nieuwe Vogelatlas zal het in beeld brengen.

Slechtvalk op de toren

Slechtvalk (Foto: Harvey van Diek)
Slechtvalk. Pas sinds 1990 jaarlijkse broedvogel in Nederland, bijna naast de Natuurplaza broedend. (Foto: Harvey van Diek)

Bijna meteen nadat we het nieuwe kantoor in Nijmegen betrokken, zagen we Slechtvalken. Soms zelfs twee, achter elkaar aanvliegend, roepend en vaak zittend op een toren pal naast de Natuurplaza. Het zou toch niet….?

Maar een broedgeval bleef uit. En toen de toren gesloopt werd een jaar later, verkasten de valken naar een nabije hoge flat, behorend bij de universiteit (Erasmustoren). Nog steeds zichtbaar vanuit de Natuurplaza, trouwens. Gesprekken met de beheerder over het plaatsen van een nestkast leverden niets op, en uiteindelijk kozen de valken voor een nieuwe locatie op de Stevenskerk in het oude centrum van Nijmegen.  We gaan er althans vanuit dat het om dezelfde vogels gaat. Sindsdien zien we de Slechtvalken niet zo vaak meer bij het kantoor.

Maar het blijft een wonderlijke ervaring voor vogelaars geboren pakweg voor 1970: Slechtvalken in de broedtijd in Nederland. Pas vanaf 1990 is het een jaarlijkse broedvogel in ons land, na een handvol eerdere gevallen. Het aantal broedparen nam toe tot zo’n 125 in 2012, verspreid over alle provincies, en het kost de Werkgroep Slechtvalk Nederland tegenwoordig aardig wat moeite om de stand nauwkeurig bij te houden.

Dat is een  verheugende comeback van een roofvogel die een halve eeuw geleden in grote delen van Europa uitstierf door vervolging en landbouwgif. De Nederlandse toename volgde op succesvolle vestiging op industriële gebouwen in het Duitse Roergebied. Van daaruit maakten Slechtvalken de sprong naar het zuidoosten van ons land, om vervolgens de rest te bezetten.

 

Terug naar de beginpagina van deel 10