Veranderingen in de Nederlandse vogelwereld

De nieuwe broedvogelatlas is een bijna onuitputtelijke bron van informatie over veranderingen in de Nederlandse vogelwereld. Duik in de kaartbeelden en verbaas je over wat er in een kwart eeuw verdween of verscheen. En kijk ook eens met andere ogen naar Stadsduiven.

Blauwborst terug uit een diep dal

In de eerste helft van de twintigste eeuw was de Blauwborst regionaal niet zeldzaam. Hij nestelde zowel in het lage als hoge deel van het land, in moerassen, veengebieden maar soms ook in slootranden in akkerland.

Dat veranderde in de jaren vijftig en zestig. De aantallen gingen op veel plaatsen onderuit en de Blauwborst verdween bijvoorbeeld uit allerlei beekdalen, parallel aan het opruimen of degraderen van moerasbosjes.

De jaren zeventig gaven een onverwachte comeback te zien. Die bleef aanvankelijk beperkt tot de Biesbosch en de Oostvaardersplassen. Hier ontwikkelde zich op grote schaal geschikt broedbiotoop na de afsluiting van het Haringvliet resp. de drooglegging van Flevoland.

Vanaf de jaren tachtig breidde de soort zich vanuit deze gebieden uit. Tegelijkertijd fungeerden ook andere kernen, waar de Blauwborst nooit verdwenen was, als kraamkamers voor verdere kolonisatiegolven. Een ontwikkeling die nog steeds niet volledig tot stilstand gekomen is.

Het eind van het liedje is dat de Blauwborst momenteel waarschijnlijk talrijker en meer verspreid zal zijn als tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw. Vogelaars die  deze prachtige vogel in de jaren zestig en zeventig in hun gebied moesten missen, zullen blij verrast zijn met de veerkracht van deze fraaie vogel.  Daar waar de soort in lage dichtheden voorkomt, kan het wel verassend veel moeite kosten om de Blauwborst op te merken. Goed letten op de welluidende zang tijdens de twee zangpieken levert de beste kansen op.

Blauwborst. Foto: Ran Schols
 

 

Matkop stilletjes aan het verdwijnen?

Binnen de familie van de mezen is de Matkop een van de minder prominente soorten. Onopvallend gekleurd, weinig uitbundig wat geluiden betreft, bijna nergens in hoge dichtheden voorkomend.

De soort is op zijn retour in heel West-Europa, waaronder Nederland. Sinds midden jaren tachtig halveerde de landelijke broedpopulatie.

De precieze redenen voor de afname zijn raadselachtig. De Britten onderzochten verschillende factoren die de decimering van hun eigen matkoppenpopulatie konden verklaren. Ze vonden echter geen bewijs voor enkele veelgehoorde opvattingen. Zo waren er geen aanwijzingen dat de Matkop wordt weggeconcurreerd door Koolmees en Pimpelmees, die dominant gedrag vertonen ten opzichte van andere mezen. De toename van de Grote Bonte Specht dan? Deze specht is immers een beruchte sloper van de krakkemikkige bomen waarin Matkoppen hun eigen nesthol maken. Ook dit bood geen sluitende verklaring.

De enige duidelijke factor die overbleef was verdroging. Alle bossen waaruit de Matkop verdwenen was, hadden te lijden onder verdroging, al bleef het onbekend hoe dit precies van invloed is op de Matkop. Verdroging van bossen, dat kennen we maar al te goed in het super ontwaterde Nederland…

Matkop. Foto: Ran Schols
 

 

Verspreiding Stadsduif voor het eerst in kaart gebracht

Niet een soort die tot de verbeelding spreekt bij veel vogelaars. Maar wel een die op veel plekken zit, voedsel vormt voor verschillende predatoren (inclusief Slechtvalk en Oehoe), overlast kan veroorzaken maar ook een interessante levenswijze heeft – als je je erin verdiept.

De atlas van 1998-2000 was de eerste waarin een poging werd gedaan om de verspreiding in kaart te brengen. Dat viel nog niet mee, alleen al door verwarring tussen Stadsduiven en gedomesticeerde duiven, zoals (ontsnapte) postduiven. Een spraakverwarring die tot op de dag van vandaag aanhoudt.

In de atlas, pag. 258-250, legde Rob Bijlsma het nog éénmaal uit (zie ook hieronder). Stadsduiven zijn (afstammelingen van) verwilderde duiven die op eigen houtje in verstedelijkt gebied broeden - vaak het hele jaar door – en zelf hun partner kiezen. Ze zijn vooral talrijk in grote steden, waar ze flink gevoerd worden, of bij graanoverslag- en mengvoederbedrijven langs waterwegen. De enorme hoeveelheden etenswaar voor de Nederlandse veestapel worden immers grotendeels per schip aangevoerd, en bij de overslag wordt stevig gemorst.

Hoewel…door aanscherping van hygiënemaatregelen bij veevoederbedrijven, afbraak of renovatie van oude gebouwen en stijgende intolerantie jegens de overlast door duiven zouden tal van stadsduifpopulaties recent weer verdwenen zijn.

Zou dat in de over een paar jaar te verschijnen nieuwste atlas zichtbaar worden? We zijn benieuwd.

Stadsduif. Foto: Peter Hoppenbrouwers
 

 

Wat is het verschil tussen een Stadsduif en Postduif/gedomesticeerde duif? En waarom zou je onderscheid maken?

De Stadsduif is een wilde vogel, in feite een Rotsduif die onderhevig is aan natuurlijke selectie. Postduiven en andere gedomesticeerde duiven stammen van Rotsduiven af, maar worden volledig gestuurd door menselijk handelen.
Stadsduiven zijn jaarrond bij bebouwing aanwezig, bijv. op stations, bij pleinen en grote gebouwen. Vaak gaat het om stedelijk gebied, soms om meer geïsoleerde gebouwen (elektriciteitscentrales, graanoverslagbedrijven). Ze broeden desnoods onder ongunstige omstandigheden (jaarrond) en op ongunstige plekken (bijv. richels van flats, randen en donkere hoeken op het station), en zoeken hun voedsel doorgaans in de nabije omgeving.
Postduiven/gedomesticeerde duiven zijn duiven die gehouden worden door zogenaamde duivenmelkers. Postduiven vliegen regelmatig gezamenlijke rondjes boven een huizenblok om daarna weer naar de duiventil terug te keren. Vooral na vliegwedstrijden verdwalen de nodige (vooral jonge) vogels en kunnen dan overal opduiken. Postduiven hebben altijd een ring om. Postduiven zijn soms in gemengde groepen (bijv. met Hout- of Holenduiven) te vinden op akkers of weilanden ver buiten steden of dorpen. Ze komen niet tot broeden in de vrije natuur.