Tijdsbeeld: verhuizing naar Natuurplaza

Het jaar 2010: de eerste iPads, de …ehm…verloren voetbalfinale tegen Spanje en: de verhuizing van kantoor Sovon naar het Natuurplaza in Nijmegen. Dat laatste was vooral ingegeven door praktische motieven zoals ruimtegebrek. Maar dat vogelaars zich nestelen tussen andere natuuronderzoekers past ook wel in de tijdsgeest.

Monitoring: vogels als voorlopers

De landelijke natuurmeetnetten zoals we ze nu kennen, bedoeld om jaarlijkse veranderingen vast te leggen, bestaan in feite nog niet zo lang. Het Punt-Transect-Tellingenproject van Sovon, gestart in 1978, is misschien wel het eerste meetnet dat nog steeds bestaat. Het werd al snel gevolgd door meetnetten voor broedvogels (vanaf 1984) en watervogels (1992, en met terugwerkende kracht uitgebreid tot 1975).
Het is niet vreemd dat de eerste meetnetten vogels betroffen. Vogels zijn relatief makkelijk te inventariseren en ook nog eens erg populair onder vrijwilligers. Tel daarbij op dat landelijke organisaties al bestonden, en er is voldaan aan een aantal belangrijke voorwaarden voor een succesvol meetnet.

Inhaalslag andere groepen

Zuidelijke glazenmaker Millingerwaard 6 aug 2010 (Foto: Harvey van Diek)
Als vogelaars zich op andere faunagroepen storten, zijn het vaak vlinders en libellen. Vliegende wezens hebben blijkbaar een streepje voor. Zeldzaamheden, zoals deze Zuidelijke Glazenmaker, al helemaal. Foto: Harvey van Diek (Millingerwaard, 6 augustus 2010).

In het laatste decennium van de 20e eeuw kwam landelijke monitoring van andere natuurwaarden krachtig op. Er ontstonden meetnetten voor onder andere reptielen en amfibieën (1994-97), dagactieve zoogdieren (1994), vlinders (1990), libellen (1999) en flora (1999). Al deze meetnetten draaien, net als bij de vogels, vooral op de inzet van vrijwilligers die met duidelijke instructies het veld ingaan. Het leidt tot een steeds completer beeld van ontwikkelingen in de natuur, en schept steeds betere mogelijkheden tot het leggen van dwarsverbanden.

Organisaties

Bijna alle meetnetten worden georganiseerd vanuit een kantoor met een professionele staf. Organisaties als de Zoogdiervereniging (zoogdieren), de Vlinderstichting (vlinders en libellen), RAVON (reptielen, amfibieën en vissen) en FLORON (flora) zijn in wezen goed vergelijkbaar met Sovon. Ze zijn verenigd in de VOFF (Stichting VeldOnderzoek Flora & Fauna) en verschillende organisaties zetelen in hetzelfde kantoor als Sovon: in het Natuurplaza in Nijmegen.
Het maakt de lijntjes kort en vergroot de mogelijkheden tot samenwerking, profiterend van elkanders expertise. Iets dat bijvoorbeeld ook in de vorm van breed opgezette colloquia en workshops langzaam gestalte krijgt.

Andere kijk op natuurwaarden

De opkomst van al die natuurmeetnetten laat zien dat overheden en terreinbeheerders in toenemende mate belangstelling kregen voor natuurwaarden buiten de traditioneel goed met aandacht bedeelde vogels. Een goede ontwikkeling, waarmee de tijd voorbij is dat vogels (noodgedwongen) moesten worden gezien als graadmeter van alles wat er in de natuur gaande is. Voorwaarde hierbij was natuurlijk wel dat er voldoende deskundige vrijwilligers zouden zijn. Dit bleek in de meeste gevallen geen probleem meer: vrijwilligers, vaak verenigd in werkgroepen, maakten zich de noodzakelijke kennis eigen, bijgestuurd door landelijke organisaties en niet zelden geholpen door nieuwe technische ontwikkelingen (digitale fotografie, forums op internet).

Vogelaars: van monomanen tot duizendpoten?

Peter Meininger Dal van de Viroin 21 mei 2009. (Foto: Ed Stikvoort)
Miljoenpoot onder de duizendpoten. Peter Meininger in actie, ditmaal met planten. Een van de actiefste invoerders op Waarneming.nl en vermoedelijk de veelzijdigste. Kijk maar eens op zijn waarnemersprofiel of lees zijn blog. Foto: Ed Stikvoort (Dal van de Viroin, 2009).

Bij deze omwenteling speelden vogelaars een rol van betekenis, althans sommige. Was de traditionele vogelaar veelal een echte vogelspecialist, de huidige vogelaar heeft vaak bredere interesses.  Bij de top-tien van personen met de meeste ingevoerde waarnemingen (stand 11 april 2014) op Waarneming.nl bevinden zich twee echte plantenmensen. De overige acht kun je beschouwen als hardcore vogelaars. Er is er maar één bij die uitsluitend vogels invoerde, en twee met een aandeel van 97% of meer. De overige vijf kun je min of meer beschouwen als omnivoren, die van vrijwel iedere markt thuis zijn en waarbij vogels soms ‘maar’ de helft van alle ingevoerde waarnemingen in beslag nemen. Libellen en dagvlinders zijn erg populair bij vogelaars (ze vliegen, je kunt ze met de kijker bekijken…), maar sommigen deinzen er niet voor terug om enorme ladingen planten, zoogdieren, sprinkhanen of wat dan ook in te voeren.
Dat vogels hoe dan ook nog steeds erg populair zijn onder natuurliefhebbers, blijkt uit de statistieken van Waarneming.nl. Er zijn in totaal ruim 25 miljoen waarnemingen ingevoerd (stand 11 april 2014), waarvan er 18 miljoen op vogels slaan. Planten doen het nog aardig met 2,5 miljoen, de rest zit er ver onder en als je je echt wilt onderscheiden, stort je dan op algen en wieren (13.500).

 

Terug naar de beginpagina van deel 10